20/09/2014

Bozar Electronic Arts Festival : een verrassende en intense driedaagse vol elektronische kunsten

Bozar Electronic Arts Festival Na nauwelijks twee edities is het Bozar Electronic Arts Festival (BEAF) al een referentie voor de liefhebbers van elektronische kunsten. BEAF bekoort zowel specialisten als het grote publiek met kunstenaars die de razendsnelle technologische ontwikkelingen gebruiken om hun ideeën vorm te geven. In de unieke setting van het Paleis voor Schone Kunsten mixt het festival muziek, performances, installaties, workshops en conferenties tot een boeiend geheel. Je maakt er kennis met internationaal bekende referenties en stoot op nieuwe ontdekkingen. Bijvoorbeeld de fragiele tonen van Nils Frahm, de bijna fysieke klankkastelen van Ben Frost of de melancholische ambient van Mondkopf of de unieke wervelende stijl van de Fuck Buttons. In de vroege uurtjes beland je naadloos in feeststemming met het electronische wonderkind Max Cooper of het verrassende collectief Young Echo. Je kan ook beeldend werk bekijken van Quayola, Felix Luque Sánchez of de vermaarde architect Luc Deleu. BEAF stelt ook de vraag of wetenschappers, onderzoekers en kunstenaars iets voor elkaar kunnen betekenen. Een studie in opdracht van de Europese Commissie toont voor het eerst de beste voorbeelden daarvan in een fascinerende reeks presentaties. In het Paleis voor Schone Kunsten wacht je een verrassende en intense driedaagse vol elektronische kunsten.

Naast een interessant aanbod van installaties, performances en workshops, bestaat een belangrijk luik van het evenement uit muziek. De organisatie zoekt daarvoor de gulden middenweg tussen het sfeervolle benenwerk en de beladen geluidskunst. Wie het programma doorwandelt stoot regelmatig op een zware portie geluid waarin textuur een kernwoord is. Rustige oases zijn tegelijk schaars, waardoor oordopjes (in sommige gevallen trouwens een must!) zich verdienstelijk zullen maken.

Digitaal ontmoet instrumentaal
Geboorteland Australië inruilen voor een verblijf in IJsland: het is tekenend voor de muziek van componist Ben Frost. De techneut zijn laatste wapenfeit ‘A U R O R A’ is echter geen minimalistische ambient-reflectie van het leven in zijn huidige woonplaats, maar een abstracte trip die gebonden wordt door forse percussiedrums, ruis en zweefsynthesizers en waarin vooral grove, brute stedelijke geluidssamples de aandacht opeisen. De kracht van het overdonderende wordt uitgespeeld in elementen als zware, voorbijrijdende treinen en ronkende betonboren: veldopnamen die verder worden uitgebouwd richting stevige noise. Allicht heeft de samenwerking met Swans (voor het dubbelalbum ‘The Sheer’) de nodige inspiratie geschonken. Live omringt Frost zich met drie muzikanten, waaronder de indrukwekkende Swans-percussionist en klokkenspelspeler Thor Harris. Repetitief, overweldigend drumwerk bindt op het podium telkens opgroeiende muren van fragmentarisch lawaai, samen goed voor een furieuze aanval op het publiek.

De eindproductie van 'A U R O R A' kwam voor rekening van Tim Hecker, een andere gast op BEAF. Als een van de epigonen van het gerenommeerde abstract ambient label Kranky, tast Hecker het rijk van industriële ambient en abstracte muziek ten volle af om grenzen te verleggen. Dat gebeurde niet in het minst op zijn veelbesproken plaat ‘Ravedeath, 1972’, waarbij Frost dan weer de opnamen begeleidde. Claustrofobisch nauwe kaders van eindeloze repetitiviteit krijgen een ongrijpbare uitstraling door onconventionele structuren en een veelheid aan ondefinieerbare tonen. Het veelvuldig gebruik van kerkorgel, Heckers lievelingsinstrument, zorgt voor een stevige zwaarte. Op zijn meest recente wapenfeit, ‘Virgins’, bouwt de Canadees de kracht van livemuziek verder uit in een soort van horror-ambient waar niet enkel lawaai, maar zeker ook stilte oorverdovend penetrant klinkt. Helaas heeft Hecker nog niet de stap gezet om ook een livesetting mee op tour te nemen, wat zijn minimaal evoluerende laptopcreaties weliswaar niet minder indrukwekkend maakt.

Een andere hybride van elektronica en livemuziek, is terug te vinden in het project Kiasmos, bestaande uit de befaamde IJslandse producer Ólafur Arnalds (die alles wat hij aanraakt in goud verandert) en Janus Rasmussen van de popband Bloodgroup. Arnalds’ minimale, breed uitwaaiende pianotoetsen worden opgepoetst met extra zweeftapijten en minimaal tikkende beats. Dit zorgt voor een intrigerende cocktail die de landschappelijke kilte van de vestigingsplaats van dit project weerspiegelt. Het tweetal heeft er echter niet voor geopteerd om zijn droog tikkende ritmes en languit gerolde, holle aanslagen op de grote vleugel organisch samen te laten smelten, maar speelt deze twee elementen op een soms zelfs oncomfortabele manier tegen elkaar uit. De ene keer haast feeëriek en bloedmooi en zelfs opgesmukt met melancholische strijkers, de andere keer wat akelig en penibel, maar toch telkens met dezelfde beperkte ingrediënten: dan komt de finesse van de IJslander helemaal tot zijn recht. Zo krijgt minimal techno plots de nodige emotie, zei het een vrij kille. En als het op toetsen, spaarzaamheid en emoties neerkomt, staat neoklassiek ambientmeester Nils Frahm achter de hoek te kijken. De populaire sfeertoetsenist, kind aan huis op Arnalds Erased Tapes label, is terecht een van de vaandeldragers van BEAF 2014.

Klankexploraties
Muzikale zwaargewichten in het programma zijn Thomas Ankersmit en Phill Niblock. Al jarenlang - de 81-jarige Niblock zit ruim 45 jaar in het vak - zweren de twee bij live opvoeringen bovenop het uitbrengen van studioalbums. En moesten platenlabels als Touch niet achter hun veren hebben gezeten, was er misschien helemaal niets uit de bus gekomen van releases. Gelukkig is dat dus wel het geval en verscheen er van beide artiesten recentelijk nog nieuw solowerk.

'Touch Five', de laatste dubbelaar van Niblock, is er weer eentje om helemaal kopje onder te gaan. Geluidsopnames van akoestische instrumenten liggen ook hier aan de oorsprong van zijn composities. Alle storende elementen filtert de Amerikaan eruit tot iets bovennatuurlijks overblijft dat de bouwsteen vormt van zijn drones. In de liner notes van zijn cd’s spoort Phill Niblock zijn luisteraars keer op keer aan om zijn stukken op hoog volume af te spelen, bij voorkeur in een grote ruimte. In zulk een setting worden de klankbundels effectief de lucht in gepompt en gaan daar een eigen leven leiden: echo’s, interferenties en harmonieën vol boventonen komen hierdoor vrij. Het mag dan ook niet verwonderen dat een live-uitvoering in een volumineuze concertzaal en met de aanvoerder zelf achter de installatie de ultieme ervaring is van deze fysieke muziek.

Helemaal interessant wordt het als deze expert het podium deelt met de Nederlander Thomas Ankersmit: een man die eerder in Hertz denkt dan in noten. Sinds 2006 wisselde hij zijn altsaxofoon in voor een 'Serge' modulaire synthesizer, een analoog instrument dat in tegenstelling tot zijn soortgenoten vooral ontworpen werd voor geluidsexperimenten. Het toestel ziet er dan ook niet uit als een courant klavier, maar veeleer als een wirwar van kabels en draaiknoppen. Standaard is het geluid al evenmin: Ankersmit zoekt vooral naar de glitch en andere verborgen noise-kwaliteiten van het instrument. Zijn klankexploraties zijn best uitdagend en tasten grenezen af. Zo speelt hij in zijn stukken met infrasone geluiden en oto-akoestische emissies, een verschijnsel waarbij het oor zelf ook geluid voortbrengt. 

Komen deze twee klankonderzoekers samen in "AnkerBlock" dan valt hun werkwijze min of meer te voorspellen: de Amerikaan houdt zich bezig met traag veranderende klankevoluties terwijl de Nederlander met zijn schriele effecten de onderbouw van zijn collega aantast. Hoewel deze heren dus qua interessegebied op een gelijkaardige golflengte zitten, is de uitwerking en het resultaat best verschillend. Ankersmit is eigenlijk meer een improvisator die zijn stukken in real-time opbouwt, waar Niblock met zijn ProTools software op een soort tijdlijn werkt en de muziek van tevoren kan sturen. Wie auditief een ervaring rijker wil worden, krijgt met deze doorwrochte muziek ongetwijfeld waar voor zijn geld. Oordopjes zijn echter aanbevolen. Moeilijker in te schatten is de richting die de Waalse artiest Cédric Dambrain zal uitgaan. Naar verluidt zou hij al enkele jaren aan een instrument werken dat met handen en voeten bespeeld wordt. Klankvervormingen zijn een wezenlijk onderdeel van zijn muziek. Tijdens de performance met zijn speciaal ontworpen interface, gaat Dambrain in dialoog met percussionist Gerrit Nulens van het ensemble Ictus. 

De Bristol scene
Een markante naam op de affiche is het negenkoppige collectief Young Echo. Vanuit de drang om de clubscène in Bristol nieuw leven in te blazen en uit heimwee naar de hoogdagen van Bristols’ dubproducers, startten enkele jonge talenten in 2010 met radio-uitzendingen (onder de naam ‘The Young Echo’) en het organiseren van concerten en clubavonden. Hieruit ontstaat al snel een collectief waarbij gelijkgestemde zielen mekaar vinden en ideeën uitwisselen. De groep, met leden uit o.a. Killing Sound, Vessel en Zhou, geeft individuen of duo’s een platform om iets te produceren onder de groepsnaam. Daarin schuilt tevens de reden waarom het eerste album van deze band zo gevarieerd en verfrissend klinkt. Young Echo staat garant voor een nieuwe wind in het elektronicalandschap. Hoofdgetuige daarvan zijn de fantastische mixtapes die een breed scala aan stijlen vertegenwoordigen: UK garage, dub, bass music, grime, hiphop en wat etnische invloeden. Kortom: spul voor trendwatchers.

Nog zo’n act van aanzienlijk kaliber uit deze Engelse broeihaard voor progressieve muziek is het duo Fuck Buttons. Met hun eerste album, geproduceerd door John Cummings van Mogwai, werkte de band zich in de schijnwerpers. Opvolger ‘Tarot Sport’ leverde hen uiteindelijk het grote succes op met een bijkomstige fan-basis. Liefhebbers bleven echter vier jaar op hun honger zitten voor het ervolg. Dat kwam er vorig jaar onder de titel ‘Slow Focus’. Op de cd-voorstelling in de AB liet de band een grote indruk na. Live trakteert het duo zijn publiek niet voor niets op een ware klets in het gezicht: Fuck Buttons werkt gestaag naar een climax toe, maar eens die bereikt is, krijgt het geluid epische proporties met post-rock allures. De melodieuze synthesizerklanken gebruiken ze als populair smeermiddeltje om de verstikkende noise-muren door de strot van de luisteraar te duwen. Die manier van werken geeft hen een volstrekt eigen signatuur die nooit doel mist. Tijd voor beats
Niet dat de naam Robert Henke bij het grote publiek een stevige bel doet rinkelen, maar als aanvoerder van Monolake en medeoprichter van de populaire muzieksoftware Ableton Live, is de Duitser een graag gezien figuur. Onder eigen naam drijft Henke het audiovisuele karakter van op improvisatie en toeval getinte live-shows van Monolake ten top. Ditmaal geen dromerige surround effecten en high tech sferen, want met zijn ‘Lumière’ project brengt de producer gortdroge, industriële techno met schuifelende effecten, machinale loops en diep krakende beats. Het bijzonderste is echter het projectiespel van witte lasers met geometrische figuren in een verder gitzwarte zaal. De beelden volgen steevast het ritme van de muziek en zetten het mechanische karakter ervan extra in de verf.  

En als het over techno gaat, verdient ook de Noord Ierse producer Max Cooper een speciale vermelding. De avantgardistische, progressieve producer is vooral een bezig bijtje in remixland (Hot Chip, Michael Nyman, Dominik Eulberg), maar durft ook live stevig te rommelen en verfrommelen. Beats die verscheurd worden of plots volledig ineenstuiken tot traag verhakkeld gekraak, klassieke stukken die doorheen een heerlijk hobbelende partij schieten en de drive van de set luidruchtig verstoren of scherpe elektro of breaks die de menigte wakker schudden: onvoorspelbaarheid is troef bij Cooper. Grappig genoeg heeft de digitale techneut zijn recent verschenen debuut ‘Human’ genoemd. Het schijfje staat echter bol staat van donkergrijze, mechanische dansmuziek waar melodie (ondanks een dubbele bijdrage van blonde schoonheid Kathrin Deboer) eerder vervat zit in dromerige accenten.

Power Noise
De ruwheidfactor schiet nogmaals de hoogte in met de Britse artiest Powell. Het stijltje waarin hij vertoeft kan wellicht het best omschreven worden als power noise of een mengeling van industrial met techno. Zijn recente release op Diagonal Records klinkt zowel rauw als ritmisch: met pulserende beats, verstoringen en gitaarflarden. Dat deze artiest niet vies is van wat turbulentie in zijn pallet wordt alleen maar bevestigd door zijn samenwerking met noise-artiest Russell Haswell (een weekje na BEAF te zien in de AB). Vette synths swingen de pan uit in zijn nummers en leggen aanstekelijke grooves bloot waardoor het moeilijk wordt om stil te blijven staan.

Minder dansbaar maar wellicht nog een tikje grover is het Belgisch-Italiaanse duo Lumisokea. Op hun laatste vinyl Ep ‘Apophenia’ die in januari uitkwam kozen de twee regelrecht voor verwoestende beats. In hun live-sets vinden ze echter een goede balans tussen sfeervolle dark ambient en het knetterende beukwerk van de drumcomputer. Wie zijn dancemuziek dus liever niet op een gouden schaaltje aangeboden krijgt, mag aantreden. 

Praktische info :

Bozar Electronic Arts Festival
Van donderdag 25 tot en met zaterdag 27 september 2014
Bozar - Brussel


Meer info : www.bozar.be

Bron : Tekst Johan Giglot en Vincent Welleman, Kwadratuur.be

Extra :
Bozar Electronic Arts Festival 2014. Elektronica met een grove korrel, Vincent Welleman op Kwadratuur.be, 10/10/2014

00:00 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

De commentaren zijn gesloten.