08/05/2014

Chris, Caro et nous : eigentijds muziektheater door Bisbigliando in Logos

Dieter Schnebel Wat is hedendaags muziektheater? Om een duidelijke definitie te geven van dit genre hedendaagse muziek, brengt de Brusselse Vzw Binºoculaire/Bisbigliando een waaier aan representatieve stukken die elk op hun manier het genre typeren. Zowel de muzikale, visuele als scènische aspekten worden daarin belicht. De muzicus is niet louter slagwerker, fluitist of harpist: hij wordt een personage, voert dialogen, ontmoet zijn instrument en zijn publiek. In de produktie Chris, Caro et Nous worden klassiekers als Cage, Bussotti en Schnebel naast een heuse creatie geschraagd. Speciaal voor dit gebeuren schreef de Brusselaar Christophe Guiraud immers De Anatomische Engel, een werk met een introverte, spectrale sfeer.

Jean-Pierre Drouets 'Wool and Water' is een vervolg op Lewis Carrolls 'Alice in Wonderland' en beschrijft het groeiproces van kindheid naar volwassenheid. Drouet, een Frans slagwerker/ componist, laat na een ongeval zijn hoofdinstrument piano vallen en gaat compositie studeren bij René Leibowitz, Jean Barraqué en André Hodeir. Hij vertrekt op toernee met Luciano Berio en Cathy Berberian en hangt rond in jazzclubs. Tezelfdertijd onderzoekt hij de muziek vanuit verschillende invalshoeken: hij creëert hedendaags werk van Berio, Stockhausen en Xenakis, studeert buiteneuropese instrumenten (zarb, tablas) en improviseert solo of in groepsverband. Hij schrijft voor theater- (Serreau, Régy), dans- (Brigitte Lefèvre, Théâtre du Silence, Jean-Claude Gallotta) en klassieke muziekgezelschappen (Atem, Musica, 38e Rugissants, Orchestre de Paris). Muziektheater ontdekt hij dankzij zijn talrijke samenwerkingen met Mauricio Kagel en Georges Aperghis.

De Duitser Dieter Schnebel (foto) krijgt na zijn studies piano, theorie en muziekgeschiedenis aan het Freiburger Conservatorium in 1952 het diploma van muziekpedagoog. Hij specialiseert zich verder in muzicologie aan de universiteit van Tübingen, bestudeert de technieken van de Tweede Weense school en raakt bevriend met Nono, Boulez, Henze en Křenek in Darmstadt. Zijn Poem fur einen Springer (1986-89) integreert gestiek, theatraliteit, nieuwe instrumentaal-vokale technieken en vooral stilte, dat alles in de lijn van Cage en de bruïtisten.

Zo zijn we aanbeland bij John Cage. Zijn Song Books (Solos for Voice 3-92), gecompileerd en uitgegeven in 1970, bevatten een grote variatie aan compositieprocédés en notatiesystemen op teksten van hemzelf of 'fetish-auteurs' zoals Buckminster Fuller, Erik Satie, Marcel Duchamp, Merce Cunningham (vnl. diens choreografie-aanwijzingen) en Henry David Thoreau. Het zijn allemaal korte werken, die uiteenvallen in 4 categorieën: liederen, liederen met electronics, direktie-aanwijzigingen voor een performance, en aanwijzingen voor eenzelfde performance met electronics.
Niet onbelangrijk: 'Any of these may be performed by one or more singers.'
Song Books bevat tal van notatiesystemen: sommige Solo's zijn opgetekend in standaardnotatie, andere beroepen zich op cirkels van uiteenlopende afmetingen met lijnen in plaats van noten, nog andere bestaan uit systemen van lijnen en punten. Hier en daar verwerpt Cage zelfs de notatie op zich en geeft hij enkel tekst in verscheidene lettertypes, -groottes en -kleuren. Nog andere Solo's bestaan uit louter een aanwijzing over wat de performer in kwestie zou moeten (of kunnen) doen: 'Perform a disciplined action' bijvoorbeeld. Deze instructies lijken op het eerste zicht vaag en kunnen foutief geïnterpreteerd worden als 'Zing/speel/doe om het even wat', maar da's dus naast de kwestie. Het punt is, dat de uitvoerder zich moet losmaken van ego, expressiedrang en verlangen om in alle gedisciplineerdheid gestalte te geven aan een op zichzelf staande klank of aktie.

Sylvano Bussotti krijgt zijn opleiding aan het Cherubini Conservatorium van zijn geboortestad Firenze: viool bij Giovacchino Magliono, harmonie en contrapunt bij Roberto Lupi, en piano bij Luigi Dallapiccola. Hij onderbreekt zijn studies tijdens de Tweede Wereldoorlog, waarna hij tot 1957 in Parijs voortstudeert bij Max Deutsch (zelf voormalig leerling van Schönberg). Tijdens deze periode evolueert zijn stijl van serialisme naar grafische partituren. Hij breekt internationaal door na de creatie van zijn opera La Passion selon Sade tijdens het Palermo Festival (1965). Meer en meer ontpopt hij zich tot een sterk 'theatergebonden' muzicus en wordt daarnaast zowel regisseur, decorateur, kostumier als akteur. Vanaf de jaren 70 is het grootste deel van zijn carrière dan ook eerder gefocust op theater dan op compositie, en wordt hij benoemd tot artistiek direkteur van Fenice (Venetië) en professor aan de Académie des Beaux-Arts in L'Aquila. (Bron: Ircam-Centre Pompidou).

De Brusselaar Christophe Guiraud (1974) schreef speciaal voor dit concert 'De Anatomische Engel', een werk met een introverte, spectrale sfeer. Alle stemmen en instrumenten (fluit, strijktrio, harp, klavier, gongs en sopraansax) worden ingezet en krijgen daar nog een laag electronics bovenop. Het is een lijvige brok muziektheater waarover de componist ter info slechts volgend Rilke-citaat meegeeft: 'Wer, wenn ich schriee, hoerte mich denn aus der Engel Ordnungen? und gesetzt selbst, es naehme einer mich ploetzlich ans Herz: ich verginge von seinem staerkeren Dasein.'

Programma :

  • Jean-Pierre Drouet (1935), Wool and Water (1990) voor fluit en stem
  • John Cage (1912-92), Song Books (1970) voor twee stemmen
  • Sylvano Bussotti (1931), Lachrimae (1978), versie voor harp
  • Christophe Guiraud (1974), De Anatomische Engel (2013) voor ensemble & tapes (creatie)

Praktische info :

Bisbigliando : Chris, Caro et nous
Zondag 25 mei 2014 om 15.00 u
Logos Tetraëder - Gent

Bomastraat 26-28
9000 Gent

Meer info : www.logosfoundation.org en www.bisbigliando.be

20:28 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

De commentaren zijn gesloten.