17/04/2014

Jerusalem Quartet brengt integrale strijkkwartetten van Sjostakovitsj in Brussel

Dmitri Sjostakovitsj In het uitgestrekte landschap van het strijkkwartetrepertoire neemt het corpus van Dmitri Sjostakovitsj (15 meesterwerken!) een unieke plaats in. Het kwam tot stand in het midden van de 20ste eeuw, wanneer de stijl van de componist tot volle wasdom was gekomen. Het Eerste strijkkwartet schreef hij in 1938, wanneer hij 32 jaar oud was en al vijf symfonieën en 3 balletten op zijn actief had. Het laatste dateert uit 1974, enkele maanden voor zijn overlijden. In zijn geheel is dit corpus een beklijvende getuigenis van een man die de donkerste jaren van de stalinistische dictatuur heeft meegemaakt.

Het Jerusalem Quartet heeft iets met Sjostakovitsj. Ze staan aan de kop, ook nu de 15 strijkkwartetten ten prooi liggen aan ieder zichzelf respecterend ensemble. Werden zijn strijkkwartetten aanvankelijk door de kritieken nog als 'ondergeschoven kindje' behandeld, dan toonde Sjostakovitsj in het strijkkwartet dat hij wezenlijke dingen te zeggen had. De kernachtige en intieme inhoud van zijn kwartetten graven vaak recht naar de naakte essentie. Het melodieuze nummer 1 heeft nog de levendige ritmische details van de vroege werken, in het post-Stalintijdperk (vanaf nummer 6) komt er ook die hartverscheurende expressie bij kijken, zoals in de nummers 8 en 15.

In het Brussels Conservatorium brengt het Jerusalem Quartet nu een integrale uitvoering van Sjostakovitjs’ 15 strijkkwartetten, die hij over een periode van maar liefst 36 jaar schreef. Het merendeel van zijn kwartetten droeg Sjostakovtisj op aan (leden van) het Beethovenkwartet, dat de première verzorgde van 13 kwartetten en met wie de componist nauwe vriendschapsbanden onderhield. Enkele werken zijn ook een getuigenis van de liefde die hij koesterde voor de vrouwen die lief en leed met hem deelden: het zevende kwartet is een postume liefdesode aan zijn eerste vrouw Nina; het negende in de reeks droeg Sjostakovtisj op aan zijn derde vrouw Irina.
Wat de kwartetten zo speciaal maakt, is hun synthese van 35 jaar uit het leven en werk van de Russische componist, waarin hij evolueert van een vrolijke, optimistische en misschien ietwat naïeve jongeman naar de introspectieve en meditatieve stijl van een oudere heer. Sjostakovtisj rukt het strijkkwartet uit de traditie door de intieme sfeer ervan te laten afwisselen met een symfonische schrijfwijze waarbij het kwartet eerder bij het orkest aanleunt dan bij de kamermuziek.

De vijftien strijkkwartetten van Sjostakovitsj behoren tot de pijlers van het 20ste-eeuwse kamermuziekrepertoire. Het kwartet was vooral het domein van de rijpere Sjostakovitsj, die in de beperkte bezetting en transparante sonoriteit van het medium de ideale premisse vond voor de meest directe uitdrukking van zijn persoonlijke en muzikale gedachten.

Ten tijde van zijn eerste strijkkwartet (1938) mag de componist dan nog betrekkelijk jong - 32 jaar - zijn geweest, hij had op dat moment wel al vijf symfonieën geschreven. Was het de geboorte van zijn zoon, de triomfantelijke ontvangst van zijn vijfde symfonie, die toen net zijn première had beleefd, of het aanbreken van de lente die hem hebben geïnspireerd tot dit schijnbaar eenvoudige, ietwat naïeve maar vooral heldere en positief gestemde werk? Vast staat, dat de componist zich met deze eersteling allerminst een repertoiretopper tot doel had gesteld: hij zou het werk aanvankelijk hebben opgevat als een oefening, die hem echter al gauw zozeer begeesterde dat hij het volledige kwartet op zes weken tijd wist te voltooien. Na een ultieme ingreep - Sjostakovitsj wisselde de eerste en laatste beweging om - was het resultaat een vrij compacte compositie, waarin de directe toonspraak en de zwarte humor die het kwartetoeuvre van de meester zouden tekenen, al in de kiem aanwezig blijken.

De viool mag vrijuit zingen in een hoog register, gestut door een vederlichte begeleiding. Het decor is rijk aan licht en bontgekleurd: een zonovergoten scène - alles peis en vree. De cello zet het thema in de verf, expliciteert het in een trager tempo, gaat zijn eigen gang met een korte solo en sluit met de overige strijkers in hetzelfde trage tempo de eerste beweging af. De altviool pikt de tred weer op aan het begin van deel twee. Nu is het de cello die voor de begeleiding zorgt, terwijl de violen het klankbeeld wijd open trekken. Het tempo trekt lichtjes aan en het dansante thema wordt door de vier partijen gelijkmatig ontwikkeld tot aan het collectieve slot. Daarop volgen een dynamisch allegro molto en een al even compact slotallegro: hier stellen de violen het thema voor, dat vervolgens door alle instrumenten wordt geëxploreerd. De sfeer is vrolijk, maar af en toe lijkt de glimlach van de componist verwrongen en de dynamiek bijna manisch. Keerpunt is een geprononceerd akkoord dat de muziek stuwt naar een enigszins conventionele slotpassage.

Ten tijde van het ontstaan zijn negende strijkkwartet (1962) bevond Sjostakovitsj zich in het oog van een politieke storm: de Sovjetleiders hadden hem in de periode na de dood van Stalin in 1953 altijd als een loyale kunstenaar beschouwd, zeker na zijn toetreding tot de communistische partij in 1961. Maar amper een jaar later zette zijn dertiende symfonie Babi Yar kwaad bloed: de teksten werden als opruiend beschouwd en Sjostakovitsj werd voorwerp van controverse en censuur. Het Strijkkwartet nr. 9 in Es, opus 117 componeerde hij kort daarna. Het blijft gissen of ook hier patriottische of politieke ondertonen sluimeren, of dat het werk eerder aan Sjostakovitsj' privéleven kan worden gelinkt: de compositie is opgedragen aan zijn derde, kersverse echtgenote, Irina Antonovna.

Het kwartet bestaat uit vijf in elkaar overlopende delen die niet zozeer thematisch, dan wel harmonisch en ritmisch op eenzelfde leest zijn geschoeid. Het is geen zonovergoten of romantische aubade, maar een ongegeneerde blik in de ziel en gevoelswereld van de componist. De eerste beweging ademt rust en cynisme tegelijk - een enigszins onheilspellend uitgangspunt. Het hoofdthema is bezadigd, mijmerend, haast filosofisch, de middensectie sardonisch en sarcastisch - Sjostakovitsj ten voeten uit! Deel twee heeft dan weer een plechtige vroomheid over zich. Daarmee contrasteert de volgende beweging, die ritmisch en schalks is en - ondanks enkele cynische prikken - de meest opgewekte passage van dit strijkkwartet. De volgende sectie is - net als de tweede beweging - gemarkeerd als adagio, maar de toon is helemaal anders: hier broeit iets, hier zet de muziek zich schrap voor wat nog volgen moet. En dat is het uitgewerkte, energetische slotallegro, dat muzikaal materiaal recupereert uit voorgaande bewegingen. Een totaalbeeld van dit werk is moeilijk te vatten - nu eens ernstig, dan weer uitbundig. Oppervlaktecamouflage voor diepere, symbolische betekenissen of het muzikale equivalent van onderdrukte angst en spanningen?

Sjostakovitsj’ Strijkkwartet nr. 11 in f, opus 122 deelt zijn tonaliteit met Beethovens elfde strijkkwartet – en dat is uiteraard geen toeval: Sjostakovitsj had het werk toegewijd aan de overleden Vasily Petrovitsj Sjirinsky, tweede violist van het Beethoven Quartet, dat de meeste van zijn andere kwartetten had gecreëerd. Verdere vergelijkingen tussen beide chefs d’oeuvre lopen echter spaak. Zelfs hun structuur hebben ze niet met elkaar gemeen: Sjostakovitsj’ werk wurmt zich los uit het klassieke vierdelige vormschema en stelt daarvoor een opeenvolging van zeven kortere bewegingen in de plaats, herinnerend aan de barokke partita. Het zijn compacte luikjes, waarvan de eerste vijf niet meer dan enkele minuten beslaan. De delen zijn thematisch aan elkaar gelinkt, met materiaal dat wordt voorgesteld aan het begin van de eerste beweging: een andantino met rusteloos en minimaal begeleid thema. Van zodra alle instrumenten zich mengen in de thematische arbeid, wordt de melodie statisch en komt de nadruk op het harmonische aspect te liggen. Vandaar gaat het rechtstreeks naar het Scherzo : allegretto met repetitief thema, dat in een spel van contrapunt en canonschriftuur verwikkeld raakt en met een sardonische glissando naar het einde wordt gevoerd. Het dissonante en gejaagde incipit van het Recitatief (adagio) opent een akkoordisch relaas dat gearticuleerd wordt door brokken van het openingsmotief en verstoord wordt door de Etude . Hier wordt de eerste viool in hoog register geplaagd door een muzikaal perpetuum mobile, dat geleidelijk aan wordt ontmanteld en vereenvoudigd tot een ostinato dat het basismotief van de Humoresque (Allegro) blijkt te zijn. Helemaal anders van toon en sfeer is de Elegie (Adagio): een donker, grimmig processiegezang dat uit compacte motieven is opgebouwd. Deze vrij lange beweging leidt naar de Finale (Moderato) met z’n eenvoudige, kinderlijke melodische aanzet die wordt getransformeerd tot ritmische figuur. De herhaalde notenpatronen interageren met lyrische flarden van vorige kwartetdelen en klimmen samen naar een hoogtepunt in de eerste vioolpartij, waarna het geheel naar een rustige, bijna verstilde en transcendente conclusie wordt geleid.

In zijn totaliteit is het kwartetrepertoire van Sjostakovitsj nog het best te omschrijven als 'onrustig' en 'onrustwekkend': het melodische materiaal lijkt vaak onooglijk of banaal, de vormen onvoldragen, de composities te kort, contrasten te extreem, texturen te scherp en te kaal, de taal te direct en te hard. Het is muziek die binnendringt in onze persoonlijke ruimte, die intimiteit tot op het randje van voyeurisme of - omgekeerd - opdringerigheid voert. Maar in hun onverbloemde expressiviteit schuilt net de grote kracht van deze composities, die telkens opnieuw zorgen voor een stomp in de maag en een krop in de keel.

Programma :

Woensdag 23/04
Dmitri Sjostakovitsj, Strijkkwartet nr. 1, op. 49 - Strijkkwartet nr. 2, op. 68 - Strijkkwartet nr. 3, op. 73

Donderdag 24/04
Dmitri Sjostakovitsj, Strijkkwartet nr. 4, op. 83 - Strijkkwartet nr. 5, op. 92 - Strijkkwartet nr. 6, op. 101

Zaterdag 26/04
Dmitri Sjostakovitsj, Strijkkwartet nr. 7, op. 108 - Strijkkwartet nr. 8, op. 110 - Strijkkwartet nr. 9, op. 117

Zondag 27/04
Dmitri Sjostakovitsj, Strijkkwartet nr. 10, op. 118 - Strijkkwartet nr. 11, op. 122 - Strijkkwartet nr. 12, op. 133

Dinsdag 29/04
Dmitri Sjostakovitsj, Strijkkwartet nr. 13, op. 138 - Strijkkwartet nr. 14, op. 142 - Strijkkwartet nr. 15, op. 144


Praktische info :

Jerusalem Quartet : Integrale strijkkwartetten van Shostakovitsj
Woensdag 23, donderdag 24, zaterdag 26, zondag 27 en dinsdag 29 april 2014, telkens om 20.00 u
Koninklijk Conservatorium Brussel

Regentschapsstraat 30
1000 Brussel

Meer info : www.bozar.be en www.jerusalemstringquartet.com

Extra :
Dmitri Sjostakovitsj op nl.wikipedia.org, www.boosey.com en youtube
Dmitri Sjostakovitsj (1906 - 1975): Traditionele modernist, Jan De Kruijff op www.musicalifeiten.nl
Shostakovich: the string quartets op www.quartets.de
Danel Quartet, Shostakovich Complete String Quartets op outhere-music.com

Elders op Oorgetuige :
Jerusalem Quartet brengt strijkkwartetten van Sjostakovitsj in Gent, 22/04/2013

13:38 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

De commentaren zijn gesloten.