04/02/2014

Altra Voce : Revue Blanche en de andere stemmen van Berio

Luciano Berio De Italiaanse componist Luciano Berio (foto) was ooit getrouwd met de Amerikaanse mezzosopraan Cathy Berberian. Die wonderlijke zangeres stond symbool voor een nieuw, virtuoos en op en top 20ste-eeuws stemgebruik, een altra voce, andere stem. Voor haar schreef Berio een van zijn bekendste werken, Sequenza III voor vrouwenstem, een magistraal stuk muziek. Vandaag nog steeds uitdagend, fris, energetisch, virtuoos en hoogst expressief; zoals zoveel van zijn muziek. In dit programma van Revue Blanche staat Berio's fascinatie voor de veelvoudigheid van de stem en gezang centraal en blijkt zijn liefde voor volksgezangen in de Folk Songs en het aangrijpend mooie Naturale.

Luciano Berio (1925-2003) was één van die beruchte, radicale modernisten uit de jaren '50. Zo wordt hij doorgaans in één adem genoemd met Pierre Boulez, Karl­ heinz Stockhausen en Henri Pousseur. Zijn muziek getuigt van een fantastisch intellect: ze is doorwrocht en complex, hoogst origineel én vernieuwend. Discus sies over de betekenis ervan voerde hij met zijn vriend, de semioticus literator Umberto Eco.

Maar wie Berio's muziek niet kent en zich na bovenstaande alinea zou verwachten aan droge laboratoriummuziek, weinig toegankelijk experimentalisme of modernistisch materiaalfetisjisme, is eraan voor de moeite. Berio was eigenlijk zelfs een lyricus - een eigenschap die hij deelt met tal van andere Italiaanse componisten van de renaissance tot vandaag. Het grootste deel van zijn muziek steunt zonder twijfel op een complexe artistieke constructie, in de goeie oude westerse traditie van Bach, Mozart en Beethoven. Bij een geïnspireerde uitvoering klinkt ze intuïtief, ze grijpt aan en verbrijzelt in haar eentje het aura van ontoegankelijkheid en emotionele droogte dat al te vaak verbonden wordt met Berio's generatie. En toch plooit ze zich nooit terug op de loutere herhaling van bekende en aanvaarde technieken - denk maar aan sommige exponenten van de zogeheten neostijlen. Berio's muziek jaagt niet op emoties middels een ingeburgerde, hapklare muzikale taal. De componist bleef onverstoord en met volle overgave het nieuwe denken verklanken, zoekend naar de ervaring van 'het andere', naar muzikale emoties die niet in afge ronde verhalen konden gevat worden.

Eén van Berio's favoriete terreinen was de menselijke stem. Hij was zelfs een tijd getrouwd met de bekende zangeres Cathy Berberian. Voor haar schreef hij in 1965 zijn Sequenza III , een stuk voor solostem dat alleen kon ontstaan vanuit een zeer nauwe samenwerking tussen componist en vocalist. Berio benadert er de stem vanuit een hele resem associaties die ze - anders dan andere instrumenten - oproept. De stem is immers vlees, bloed en (kraak )been dat lucht laat trillen. Ze doet dat onder zovele omstandigheden, met ontelbaar vele nuances die refereren naar evenveel emoties, toestanden waarin het lijf verkeert en van waaruit het communiceert: onrust, nieuwsgierigheid, kwetsbaarheid, opwinding, spanning, paniek, breekbaarheid, hoop ... De relatie tussen het lichaam van de musicus en de voortgebrachte muzikale klank is direct, zonder bemiddeling van een extern instrument. Negentiende eeuwse Italiaanse componisten kenden de emotionele kracht van dat gedeelde vleselijke instrument en dreven het naar ongeziene expressieve toppen. Maar Berio zet toch een stap verder. Sequenza III graaft naar expressies die dieper liggen, die intiemer zijn dan de 'gestileerde lyriek' van Verdi en Puccini. Ze zijn soms meer dierlijk dan cultuurlijk, en refereren aan een muzikaliteit die voorafgaat aan de afbakenende partituren, tekensystemen en grammatica's. Door die expressiviteit (opnieuw) binnen te brengen in de gecomponeerde muziek, maakt Berio de cirkel op paradoxale wijze rond. Die emotionele vocale gestes vermengt hij met lyrische momenten, zuivere intonaties en verstaanbaar wordende tekst fragmenten. De vocaliste moet zich aan een hoog tempo tussen erg verschillende toestanden bewegen en kan niet anders dan zich blootgeven in geluiden die op het eerste gezicht intiemer lijken dan wat het podium doorgaans toelaat. Een arsenaal dat veeleer verbonden is met het mensdier zijn dan met het vergeestelijkte (westerse) muzikantschap.

En dan is er ook nog Berio's uitgesproken liefde voor volksmuziek waarin de stem alweer centraal staat. Zelf weet hij die fascinatie vooral aan de opwinding die gepaard gaat met het ontdekken van het onbekende. We kunnen hier misschien zelfs gewag maken van een zoeken naar 'oerzang'. Volksmuziek draagt inderdaad vaak een ruwheid in zich die een stuk minder aanwezig is in de westerse kunstmuziek cultuur. De eerste Folksongs componeerde hij toen hij nog aan het conservatorium van Milaan studeerde, in 1947. De legende vertelt dat hij die eerste twee liederen voor Cathy Berberian schreef. Romantisch, dat wel, maar ze leerden elkaar eigenlijk pas in 1949 kennen. In 1964 werd de hele bundel gecreëerd onder leiding van Berio met Berberian als soliste - hun huwelijk was toen evenwel bijna voorbij. In de Folksongs verkent hij verschillende volkszangen van de Verenigde Staten over Frankrijk en Armenië naar Italië, met de grootste focus op de volksculturen in zijn moederland (o.a. Sicilië en Sardinië). Kenmerkend voor deze bundel is dat Berio de gevonden muziek 'infecteert' met zijn eigen idioom - of is het omgekeerd? Enkele jaren later zou die zin voor de combinatie van muzikale werelden hem leiden naar werken zoals Sinfonia (1968) en Recital I (for Cathy) (1971). Daarin beoefent hij een ware muzikale 'collagetechniek' door voortdurend uit andere werken en verschillende tijdsperiodes (en culturen) te citeren. Net zoals in Sequenza III wordt de luisteraar meegesleurd tussen sonore en emotionele werelden.

In 1985 maakte Berio Naturale, Italiaans voor 'natuurlijk'. Het laat vermoeden dat de componist zocht naar een muzikale 'natuur', misschien naar iets dat 'niet artificieel' was, geen uitgekiende constructie. Dit keer vormde Siciliaanse volkszang de basis voor het muzikale materiaal. Er staat echter geen vocalist op het podium, enkel een altviolist en een slagwerker. De zang weerklinkt door de luidsprekers. Het zijn opnames die Berio ergens in Palermo zelf gemaakt heeft van een Siciliaanse zanger, de laatste plaatselijke verteller. Celano's 'spookstem' klinkt rauw en staat ver van de westerse muziektraditie, ondanks haar geografische nabijheid. Ze vertegenwoordigt een steeds zeldzamer fenomeen in een wereld die almaar meer ingepalmd werd door westerse muzikale 'normen en waarden' (die we exporteerden als waren ze het beschavende kapitalisme zelf). Het ongepolijste, lijfelijke vreemde contrasteert met de instrumenten die sterke referenties oproepen aan de westerse muziekcultuur. Berio wilde dit keer een ware verbinding tussen de werelden creëren, een soort 'fusietaal'. Dat was een tot mislukken gedoemde utopie, zo gaf hij zelf toe. De muziek die eruit voorkwam, haalt haar zinnelijke kracht net uit die frictie, uit een niet opgeloste spanning, uit zoeken meer dan uit vinden.

Programma :

- Luciano Berio : Sequenza III, Let mots sont allés, Naturale, Altra Voce, Sequenza II, Folk Songs

Praktische info :

Revue Blanche : Altra Voce
Vrijdag 7 februari 2014 om 20.00 u
(inleiding om 19.15 u )
Muziekcentrum de Bijloke Gent
Bijlokekaai 7
9000 Gent

Meer info : www.debijloke.be en www.revueblanche.be

Bron : Tekst programmaboekje van de Bijloke

Extra :
Luciano Berio : www.compositiontoday.com, www.themodernword.com, brahms.ircam.fr en youtube
Luciano Berio (1925 - 2003): Duivelskunstenaar, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl

16:46 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

De commentaren zijn gesloten.