06/12/2013

Lukas Huisman geeft lecture recital over Xenakis en Stockhausen in Logos

Lukas Huisman Als een muziekstuk technisch té complex is om nog door mensen te worden gespeeld, zijn er twee uitwegen. Of je laat de vertolking aan een muziekrobot over, óf je dwingt de uitvoerder tot het nemen van keuzes: welke noten worden gespeeld en welke niet? Zijn bepaalde passages überhaupt nog wel uitvoerbaar en heeft het eigenlijk zin om een musicus voor keuzes te stellen? Op dit lecture recital geeft Lukas Huisman een onderbouwde analyse en uitvoering van Xenakis' Evryali en Stockhausen's Klavierstuck XVI, twee pianostukken die door hun complexe muzikale informatie de pianist in kwestie met onvermijdelijke dilemma's confronteren.

Iannis Xenakis (1922-2001) was een Grieks componist, ingenieur en architekt. Hij werd in de eerste plaats bekend door de stochastische en zuiver formalistische muziek waarmee hij in de 2de helft van de 20ste eeuw niet alleen voor een nieuwe benadering van het componeerprocédé zorgde, maar ook voor een totaal nieuwe klank. De stochastische processen die hij op een orkestmassa losliet, garandeerden kleuren en teksturen die nooit eerder waren gehoord.

Xenakis beoefende tal van genres: symfonische muziek, koormuziek, kamermuziek, elektro-akoestiek en muziek voor solo-instrumenten. In 1973 vertrouwde hij zijn tweede grote piano-opus Evryali, opgedragen aan Marie-Françoise Bucquet, aan het papier toe. De muziek is van een hoge complexiteit en op veel plaatsen zelfs fysiek onspeelbaar voor een schamele tien mensenvingers, dus wordt ze op meer dan de gebruikelijke twee notenbalken weergegeven. Ook staan er noten in die niet op alle standaardpiano's voorhanden zijn, zoals de befaamde cis'''''' op het hoogtepunt. Gevolg: de uitvoerder is genoodzaakt om redukties aan te brengen, noten weg te laten of trekken te transponeren.

Evryali verwijst naar de mytologische Gorgonenzusters: onsterfelijke wezens met slagtanden, bronzen handen, gouden vleugels en slangenhaar, die in staat zijn om wie hen ook maar aankijkt, in een oogwenk te doen verstenen. Volgens de mythe stond Evryali, de naaste zuster van Medusa, tevens symbool voor de onvoorspelbare kracht van de oceaan. Xenakis gebruikt het beeld van dit mytische wezen als metafoor voor zijn herinneringen aan WO II, die hij in veel werken onrechtstreeks beschreef: chaos, machinegeweren, protesterende mensenmassa's in een aanzwellend skanderen en nu en dan een doodse stilte, gevuld met eenzaam gejammer.

De taal die hij gebruikt om deze verbeelding vorm te geven, is de taal van de wetenschap. Middels formules en algoritmes tracht hij de natuur en de kosmos hoorbaar te maken - hij beschouwde zichzelf met reden als een Oude Griek. Evryali kwam tot stand met een componeertechniek die Xenakis in de vroege jaren '70 uitwerkte en die hij de naam 'arborescenties' meegaf: vertakkingen en spreidingen van melodische lijnen die afgeleid zijn van een grotere, vage Gestalt. Anders gezegd: de componist vertrekt van een vaag, ongedefinieerd model waarin hij complexe variaties en uitwaaieringen aanbrengt.

Evryali werd tevens berucht door de problemen die de uitvoerder ondervindt bij het spelen van het werk. De fysieke onmogelijkheid om het stuk volledig te realiseren wordt gezien als een verwijzing naar de eigenschap van de Gorgonen: het is immers per definitie onmogelijk om Evryali in haar geheel te aanschouwen. Daardoor wordt de uitvoerder tot compromissen gedwongen. Pianist-komponist Marc Couroux, die het stuk ooit tot op het bot uitspitte, zegt erover: "When confronted with the piece, one must remain 'lucid' and choose 'which aspects [of the piece] are essential and must be preserved', and which must be sacrificed." (Marc Couroux, Evryali and the Exploding of the Interface: From Virtuosity to Anti-virtuosity and Beyond, 1994, 64-65).

Couroux vertrouwt ons verder toe dat Evryali aanvankelijk was bedoeld als een grafisch ontworpen partituur waarvan de 'arborescenties' later als notentrossen en -slierten werden uitgerekend. Hij onderscheidt in de schriftuur vijf verschillende teksturen: 1. uitgeschreven, ritmisch strakke passages, 2. stochastische klankwolken, 3. polyfone arborescenties, 4. monofone golven (waves) en 5. stilte, die in seconden genoteerd staat. Het geheel is een eendelig, doorgecomponeerd stuk dat kan onderverdeeld worden in 50 segmenten waarin bovenstaande teksturen vrijelijk met elkaar in confrontatie gaan. Evryali staat niet geïsoleerd binnen Xenakis' oeuvre; het stuk vertoont invloeden van ouder werk zoals Synaphaï (1969) voor piano en orkest, waarvan sommige delen aanleiding gaven tot het ontwikkelen van de arborescentie-techniek. In het later gecomponeerde Dikhthas (1979) voor viool en piano herwerkt de componist met enige modificaties ook grote delen uit het vroegere piano-opus.

Het tweede luik van Lukas Huisman's lecture recital is van een iets andere, minder mythisch-dramatische orde: de eigenschappen van onspeelbaarheid bij Evryali zal hij vergelijken met Stockhausen's Klavierstück XVI voor piano en klankband. Hier dient de uitvoerder een keuze te maken welke elementen van een klankband worden meegespeeld of gezongen.

Stockhausen's Klavierstücke zijn een reeks van 19 pianostukken die de componist zelf 'aantekeningen' noemt (cfr. Boulez' Notations). De harde kern van dit work-in-progress dateert uit het voorjaar van 1952, toen de componist 4 kernachtige, sluitende muzikale cellen vastlegde. Later plande hij die kerngedachten uit te werken in een cyclus van 21 Klavierstücke, in sets van 4 + 6 + 1 + 5 + 3 + 2. De tweede set werd geschreven in 1954–55. Nr. VI werd herhaaldelijk herzien en Nrs. IX en X waren pas in 1961 voltooid, jaren nadat hij Nr. XI in 1956 had afgewerkt.

Begin 1979 hervatte Stockhausen het componeerwerk aan de cyclus en voltooide 8 nieuwe stukken, maar omstreeks deze periode had hij zijn 21-stappenplan al opgegeven. Vanaf Nr. XV en verder zijn de Klavierstücke niet louter voor piano solo geschreven, dan wel voor synthesizer of gelijkaardige elektronische interfaces die met een klavier bespeeld worden. Stockhausen zag dit als de onvermijdelijke opvolger van de klassieke vleugelpiano. De tijdsduren van de Klavierstücke lopen sterk uiteen, en beslaan nauwelijks 30 seconden voor Nr. III tot ongeveer een half uur of zelfs een uur (Nrs. VI, X, XIII en XIX).

Klavierstück XVI (1995-97) is geschreven voor ofwel piano solo of synthesizer, of allebei tesamen. De muziek loopt parallel aan Klangszene Zwölf uit Freitag, een onderdeel van Stockhausen's magnum opus Licht. Alle materiaal van Licht is afgeleid uit 'formules', zo ook dat van Klavierstuck XVI, dat de melodische struktuur van Elufa, de negende 'Realszene' uit Freitag volgt. Het stuk is heel minutieus genoteerd, maar allesbehalve opgesteld als een lineaire partituur; de uitvoerder krijgt een reeks losse fragmenten waarvan hij zelf moet uitmaken wanneer hij wat (al dan niet synchroon met de klankband) speelt.

Klavierstück XVI werd geschreven voor de Micheli Competition, die Stockhausen om een 7 minuten durend stuk verzocht. Het wedstrijdreglement verbood Stockhausen om het stuk samen met de kandidaten in te oefenen, dus hoorde hij het eindresultaat pas op de première in oktober 1997. Achteraf was hij in hoge mate verontwaardigd; " they (de uitvoerders) were completely lost and could not imagine how the piece should be played ". Hoe het wél vertolkt hoort, dat zal Lukas Huisman je weten te vertellen.

Praktische info :

Lecture recital Lukas Huisman : Xenakis, Stockhausen
Maandag 9 december 2013 om 20.00 u
Logos Tetraëder - Gent

Bomastraat 26-28
9000 Gent

Meer info : www.logosfoundation.org en www.lukashuisman.be

Extra :
Iannis Xenakis : www.iannis-xenakis.org, www.xenakis-ensemble.com en youtube
Iannis Xenakis (1922-2001): Mathematicus en filosoof, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl
Karlheinz Stockhausen : www.stockhausen.org en youtube
Karlheinz Stockhausen, een unicum als componist, Sebastian op duits.skynetblogs.be, 9/12/2007
Klankbeeldhouwer Karlheinz Stockhausen, Hellen Kooijman op www.computable.nl, 8/06/2001

18:56 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

De commentaren zijn gesloten.