16/10/2013

Gitaarkwartet Zwerm exploreert experimentele rock en Americana in Underwater Princess Waltz

Zwerm 'Underwater Princess Waltz' is de gloednieuwe titel van het concert én de CD die Zwerm presenteert met uitsluitend 'One Page Pieces'. De naam zegt het al: One Page Pieces zijn composities die uit een enkele pagina bestaan. Soms drukken ze een eenvoudig muzikaal idee uit, soms blijken het ingewikkelde structuren met copieuze aanduidingen voor de uitvoerder. Alvin Curran en James Tenney waren de eerste componisten die het genre in de jaren 1960 beoefenden. Het duurde niet lang vooraleer hun spitsvondige schetsen ook anderen - waaronder Christian Wolff, Larry Polansky, Joel Ford of Earl Brown - inspireerden. Een nieuwe Amerikaanse muziekstijl bleek geboren. Omdat One Page Pieces zowel humoristisch, maar evengoed conceptueel, politiek geëngageerd of volks kunnen zijn, doen ze beroep op de fikse inleving van de uitvoerders. Laat dat nu net de sterkte van het Belgisch-Nederlandse elektrische gitaarkwartet Zwerm zijn. De vier musici van Zwerm en percussionist Eric Thielemans selecteren voor dit cd-releaseconcert hun favoriete One Page Pieces uit de muziekliteratuur. Daamee illustreren ze hoe ze met hun gitaren de experimentele rock en Americana exploreren. Dit concert loodst je doorheen onontdekte klanken en dito sferen.

Zwerm over het projekt : " 'One Page Pieces' zijn composities die op een enkele pagina passen. Soms niet meer dan één enkel muzikaal idee, soms een breed uitgesponnen structuur van avondvullende proporties. Ruwe schetsen, spitsvondige geluidsexperimenten en conceptuele folksongs. Al deze, vaak ook humoristische, stukken vragen zonder uitzondering om creativiteit en compositorische skills van de uitvoerders. 'Underwater Princess Waltz' is een cross-overproject waarbij Zwerm de connectie zoekt met de klankwereld van blues, vrije improvisatie, experimentele rock en negrospiritual. Sinds de eerste one page pieces van Alvin Curran en James Tenney uit de late jaren zestig is het een genre dat door veel Amerikaanse componisten wordt beoefend. Zwerm heeft een uitgebreide verzameling van deze stukken aangelegd en een selectie hiervan uitgebracht op de cd 'Underwater Princess Waltz' bij het label New World Records."

Vergeet vuistdikke partituren en een overvloed aan aantekeningen. In dit concertprogramma volstaat telkens één pagina per werk. De lengte van het muziekwerk echter - zo zal blijken - staat daarbij niet in een vaste relatie tot de lengte van de partituur. Al zijn de meeste werken op het programma van recentere datum, de wortels van het principe om beknopte maar veelzijdige 'alternatieve' partituren te maken, ligt in de jaren '50 en '60, waar de experimentele scène op zoek ging naar nieuwe manieren om muzikale inhoud over te brengen en de rolverdeling tussen componist en vertolker flink werd hertekend.

De snelle muzikale evoluties in de twintigste eeuw maakten dat de complexiteit, de virtuositeit en een steeds breder gamma aan speeltechnieken en nuances voortdurend werden opgedreven. De partituren werden daardoor vaak steeds gedetailleerder en als het ware volgepropt met informatie, wat in extreme gevallen een hele klus was voor de muzikanten om dat gedecodeerd te krijgen. In zekere zin kon de zorg die componisten besteedden aan het nauwkeurig noteren van iedere klank en detail dat ze wilden bereiken - paradoxaal genoeg - ertoe leiden dat muzikanten zich juist geremd voelden, geïntimideerd door de notatie en op die manier dus juist minder in staat om al die details en klanken met de nodige muzikaliteit 'uit de partituur te halen'. Tegen die achtergrond doken vanaf de jaren 1950 twee revolutionaire nieuwigheden op: de grafische notatie en tekstpartituren. In beide gevallen koos de componist ervoor om een traditionele, volledig uitgeschreven partituur te vervangen door ofwel een aantal grafische symbolen, ofwel door instructies in tekstvorm. (Al is 'de' grafische notatie een misleidende term, want een van de kenmerken is juist dat zowat elke componist hiermee de vrijheid nam om zijn eigen grafische codes en symbolen te ontwikkelen, los van of als aanvulling bij het conventionele notenschrift.) In beide gevallen was het meestal de bedoeling om de fantasie van de vertolker(s) te stimuleren en hen uit te nodigen om actief mee te denken over hoe een stuk kan/moet/ mag klinken, hoe een instructie geïnterpreteerd kan worden, wat voor muzikaal bouwwerk er met de beperkte bouwstenen die in de partituur aangereikt worden, mogelijk is.

Ondanks de grote diversiteit aan soorten grafische partituren, zijn er twee belangrijke categorieën, die rechtstreeks te maken hebben met de beweegredenen om grafische notatie te ontwikkelen. Ofwel kiest de componist om nieuwe grafische symbolen en notatiewijzen te ontwerpen, die dan wel een vaste betekenis hebben. In dat geval is het vooral een kwestie van handigere notatiewijzen ontwerpen om bepaalde speelwijzen, technieken of wat dan ook duidelijk aan te geven. Al moet de muzikant dan wel eerst die nieuwe symbolen leren interpreteren, natuurlijk.

Het tweede geval is eigenlijk interessanter: daar gaat het om grafische elementen waaraan geen vaste code verbonden is. In dat geval wordt er van de muzikanten een creatieve inbreng verwacht: zij moeten meer intuïtief reageren op wat er op het papier staat. Deze benadering hangt nauw samen met de tendens (die niet toevallig zijn hoogtepunt kende in de antiautoritaire jaren '60) om de taakverdeling tussen componist en de uitvoerder (die enkel getrouw moet 'reproduceren' wat er in de partituur staat) te herdenken en de vertolker weer meer creatieve inbreng in het geheel te geven. De Amerikaanse componist John Cage was een van de grote pioniers van die tendens, wat hij vooral realiseerde door in zijn muziek veel zaken bewust niet vast te leggen ('indeterminacy'). Grafische notatie, zoals dat onder meer in enkele van Cage zijn 'Variations' voorkomt, is daar dan een logisch verlengstuk van. In dit programma zijn Earle Brown en Christian Wolff, allebei trouwe bondgenoten uit de entourage van Cage, de meest 'historische' exponenten van die tendens.

Een gelijkaardige functie is weggelegd voor tekstpartituren. Waar een traditionele partituur vooral de noten voorschotelt die de individuele muzikant zo goed mogelijk moet reproduceren, kan een tekstpartituur rechtstreeks instructies geven voor muzikale processen, samenspel, zelfs het luisteren naar elkaar. Op zich zijn dat heel complexe fenomenen die in bedrieglijk eenvoudige instructies gevat kunnen worden. De nadruk ligt daarbij meestal niet meer op de noten zelf (die worden immers vaak aan de vrije keuze van de uitvoerders overgelaten), maar op hoe die samengebracht kunnen worden. De focus op het groepsproces, het collectieve gebeuren, past uiteraard ook in de lijn van diezelfde antiautoritaire jaren '60.

Die vrije rol, waarbij de componist heel veel beslissingen over hoe de muziek concreet zal klinken, overlaat aan de uitvoerder, geeft die uitvoerder(s) daarom nog geen vrijgeleide om om het even wat te doen. Hoe ongebruikelijk en (doelbewust) vaag de grafische of tekstnotatie soms ook is, er is nog altijd een notatie, een schriftelijk referentiepunt waar de uitvoering zich toe hoort te verhouden. Het leidt tot het vreemde resultaat dat de sound van twee uitvoeringen van hetzelfde werk enorm kan verschillen, terwijl beide uitvoeringen w é l zeer trouw blijven aan de instructies van de partituur. Het is geen toeval dat dit ook de bloeiperiode van de conceptuele kunst is, waarbij het concept, het onderliggende idee meer belang krijgt dan het resultaat.

De vrijheid van de vertolker mag dan wel dicht in de buurt komen van het soort vrijheid dat je voorts enkel bij geïmproviseerde muziek tegenkomt, maar improvisatie in echte zin is het allerminst. De vrijheid voor de muzikant is niettemin daarbij een belangrijk doel. Een goede uitvoering van zulke partituren, betekent dan ook dat de vertolkers iets van hun eigen smaak, muzikaliteit en vindingrijkheid kunnen inbrengen. In het geval van Zwerm, een elektrisch gitaarkwartet, valt daarbij op dat hun respons op die experimentele partituren sterk vanuit hun instrumenten gedacht is. In plaats van een esthetiek die het klankbeeld van de experimentele muziek uit de jaren '60 reconstrueert, is hun sound mee beïnvloed door progressieve rock, gekruid met menig vleugje prikkelende noise.

Deze experimentele notatiewijzen laten ook toe om relatief complexe werken op een beknopte manier te noteren. Het extreemst gebeurt dat in muziekstukken die letterlijk zich tot éé n pagina beperken. (Of zelfs nog geconcentreerder, zoals in de beroemde reeks 'postal pieces' van James Tenney: werken die allemaal exact op een postkaart passen.) De verzameling werken in dit concert overspant het hele gamma van historische referentiewerken in dit genre, zoals Earle Browns 'December 1952', tot werken die speciaal voor dit project zijn gecomponeerd, zoals het werk van Nick en Leo Didkovsky. Ze maken gebruik van traditionele muzieknotatie, tekstinstructies en grafische elementen - apart of in combinatie - wat dit programma meteen ook tot een staalkaart maakt van hoe componisten hun notatiewijze afstemmen op de ideeën die ze ermee willen realiseren.

Alvin Curran leverde met 'Underwater Princess Waltz' en 'Her Waltzing with Her' (allebei 1972) wellicht de meest traditionele partituren. De eenvoudige, elegische walsjes passen op éé n pagina, maar akkoordsymbolen geven aan dat de eenvoudige melodie en baslijn verder ingekleurd kunnen (en moeten) worden. Joel Ford componeerde een reeks 'cannon canons' - een woordspeling die hij letterlijk nam canons te schrijven die naar kanonnen verwijzen. Het Gausskanon is een elektromagnetisch kanon en de elektromagnetische versnelling ervan wordt hier weerspiegeld in de muzikale uitwerking van de 'Gauss canon' (2006), die sneller wordt en materiaal verschillende richtingen uitschiet. Ook 'Round round down' (2012) van Clinton McCallum gebruikt canons die voortdurend afdalen. Ritmische patronen en materiaal is hetzelfde voor de vier gitaristen, maar omdat die allemaal anders gestemd zijn, levert dat een heel veelzijdig resultaat op.

Het zevende deel uit 'Burdocks' (1970-71) van Christian Wolff en December 1952 (1952) van Earle Brown vormen de grote historische 'klassiekers' in dit programma. Allebei maken ze gebruik van grafische notatie. Zo is 'Burdocks' een echte catalogus van verschillende vormen van grafische notatie, iedere pagina krijgt een eigen grafische stijl. (Hoewel het werk heel andere dimensies heeft, beschouwt Zwerm 'Burdocks' heel pragmatisch als een reeks éé n-pagina-stukken, vandaar dus de éé n pagina lange 'Burdocks part VII' op dit programma.) Dit fragment heeft een grafische notatie met bolletjes en lijntjes die verdeeld zijn over vijf partijen en op basis van een aantal losjes op voorhand afgesproken regels de verdeling doorheen de tijd en coördinatie van verschillende (en relatief vrij te kiezen) klanken. Wolffs partituur is hier meer een richtlijn voor de muzikanten die al evenzeer nauwgezet naar elkaar moeten luisteren en op elkaar reageren. Nog veel vrijer is Browns 'December 1952', een verzameling lijntjes en vlakken die visueel meer aan een abstract schilderij doet denken (de mobiles van Alexander Calder waren éé n van Browns inspiratiebronnen). Echte regels voor het interpreteren van die grafische elementen zijn er niet. Het maakt van deze experimentele klassieker een typevoorbeeld van de onbepaalde elementen en vrijheden die toegelaten worden door de alternatieve grafische notatie. De verbeelding van de muzikant(en) prikkelen, is de essentie, eerder dan hen dwingende instructies opleggen. Van een heel ander grafisch gehalte is de partituur die Nick Didkovsky instuurde. Voor 'Mayhem' (2012) nam hij enkele tekeningen van zijn zoontje Leo Didkovsky die opvallen door hun scherpe gewelddadige inhoud. Hoe die tekeningen (en de emoties en gevoelens die ze oproepen) precies in muziek moeten worden vertaald, wordt volledig overgelaten aan de muzikanten. Zwerm belicht achtereenvolgens de drie wapens die getekend zijn: 'the hammer', 'the arrow' en 'the blade'.

Achter de eenvoud en beknoptheid van de notatie kunnen complexe muzikale processen schuilgaan. Daniel Goode creëert in 'The red and white cows' (1977) een eenvoudig wiskundig additief systeem (“een boer koopt een witte en daarna een rode koe; elk jaar verdubbelt hij zijn aankopen van de voorbije twee jaren, met hetzelfde aantal koeien in dezelfde volgorde. Hoeveel witte en rode koeien heeft hij na x jaar?”) Niet alleen tikt dit aritmetisch systeem heel snel aan, bovendien is de muzikale vertaling ervan in koppels van twee klanken (een 'rode koe' is altijd hoger in toonhoogte en langer dan een witte koe') extra complex doordat alle muzikanten dit proces in hun eigen tempo doorlopen. In 'Tween (k-tood #2)' (2002) schrijft Larry Polansky twee modules van twee maten uit en geeft de muzikanten de instructie om ze afwisselend te spelen en daarbij zo geleidelijk mogelijk van de ene naar de andere module over te gaan - 'morphing' een principe dat op diverse manieren kan worden toegepast en telkens een zeer belangrijk aspect is in Polansky's muziek. Het proces begint chaotisch met alle muzikanten die tastend op zoek gaan naar overgangen heen en weer tussen die twee modules en het stuk eindigt pas wanneer alle muzikanten samenvallen, wat in de verf wordt gezet met een grandioos slotakkoord van 14 noten. Van een veel transparanter en ontwapenender aard is Karl Bergers 'Time Goes By' (1975). Hij schrijft een melodie van 7 maten en een baslijn van 10 noten voor. Door telkens éé n basnoot per maat te gebruiken, verschuiven melodie en baslijn voortdurend tegenover elkaar. (Het duurt 70 maten voor de beginpunten weer samenvallen.) Door loops en improvisaties toe te voegen rekt Zwerm dit minimalistische werkje uit tot een meditatie over tijd ('time goes by, goes by, goes by..

Tijd en plaats van het gebeuren :

Zwerm : Underwater Princess Waltz - One page pieces
Zaterdag 19 oktober 2013 om 20.00 u
(inleiding door Maarten Beirens om 19.15 u )
Muziekstudio deSingel - Antwerpen

Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info : www.desingel.be en www.zwerm.be

Bron : tekst Maarten Beirens voor het programmaboekje deSingel, oktober 2013

21:36 Gepost in CD, Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

De commentaren zijn gesloten.