07/10/2013

Jonge Spaanse gitarist Pablo Sainz Villegas brengt meesterwerken voor gitaar solo in Leuven

Pablo Sainz Villegas De jonge Spaanse gitarist Pablo Sainz Villegas is een van de beste klassieke gitaristen ter wereld. Hij maakt van de gitaar een eersterangsconcertinstrument en tourt wereldwijd met de Spaanse gitaarmuziek. In Leuven speelt hij sleutelwerken uit de vorige eeuw met Latijns-Amerikaanse toets. De Preludes en de overbekende Choros nr. 1 van de alom geprezen Villa-Lobos, het virtuoze La Catedral van Barrios en de gedurfde, prachtige Sonate opus 47 van Ginastera. De Sequenza XI van Berio (een technisch huzarenstuk) wordt ongetwijfeld de ontdekking van de avond. De houten constructie van het chemie-auditorium zal de subtiele gitaarklanken warm laten resoneren en door de klassieke arenavorm zit als het ware iedereen op de eerste rijen.  

Een gitaarrecital in een concertreeks met muziek uit de twintigste eeuw? Dat moet een vergissing zijn. Of is het bedoeld als tegemoetkoming aan zij die de muziek uit het Novecento wat zwaar op de hand vinden? Geen van beide, uiteraard! En toch is het niet zo vreemd dat sommigen spontaan de wenkbrauwen fronsen wanneer ze een klassieke gitaar zien opduiken in een reeks gewijd aan klassieke muziek uit de vorige eeuw. Vele 20ste-eeuwse componisten wisten niet goed wat aan te vangen met dit instrument, dat zo sterk geassocieerd wordt met de Spaanse en Latijns-Amerikaanse volksmuziek. Bovendien is het vrij moeilijk om goed voor het instrument te componeren, zeker als de componist zelf geen gitarist is. Daarenboven laat de gitaar slechts in beperkte mate gelijktijdige combinaties van meerdere klanken toe, wat niet meteen een voordeel is in de vaak op polyfonie gestoelde 20ste-eeuwse muziek. Zo komt het dat gitaarmuziek vlug afglijdt naar twee uitersten: ofwel is ze oneigenlijk, omdat ze onvoldoende rekening houdt met de eigenheid van de gitaar, ofwel is ze oninteressant, omdat ze weinig nieuws toevoegt aan het repertoire en op die manier het isolement van de gitaarmuziek nog versterkt. Lange tijd leek de gitaarmuziek gevangen te zitten tussen deze twee uitersten. In de twintigste eeuw begon het tij evenwel te keren, mede door toedoen van bekende uitvoerders als Andrés Segovia en Narciso Yepes. Zij zorgden ervoor dat de gitaar ook de interesse van grote componisten begon te wekken. De faam van de Spaanse gitarist Segovia drong door tot in Latijns-Amerika, bij de Braziliaanse componist Heitor Villa-Lobos, overigens zelf een goed gitarist. Maar het was vooral de muziek van componisten als Alberto Ginastera en Luciano Berio, die zelf geen gitarist waren, die de gitaar bevrijdde uit het knellende keurslijf van de typische gitaarmuziek.

Met zijn Sonate op. 47 (1976) liet Alberto Ginastera - leraar van de bekende Astor Piazzolla - een nieuwe wind waaien door het gitaarrepertoire. Het vierdelige werk is de enige compositie van Ginastera voor gitaar. Ook al is de klank van de Argentijnse volksmuziek nooit veraf, toch creëert Ginastera zijn eigen imaginaire folklore. Dat blijkt onder meer uit het gebruik van verschillende soorten klankproductie die niet gangbaar zijn in de volksmuziek (zoals de korte, droge tonen in het Scherzo ), alsook uit de allesbehalve evidente harmonische taal. De Sonate is niet in een bepaalde toonaard gecomponeerd, maar maakt gebruik van een atonale toonspraak. Op sommige plekken wendt Ginastera zelfs procedés uit de twaalftoonstechniek aan. Deze verworvenheden van de nieuwe muziek worden door de componist evenwel graag in een herkenbare gestiek aan de luisteraar aangeboden. In het laatste deel ( Finale ) bijvoorbeeld krijgt de moderne harmonische toonspraak het ritmische karakter van de malambo, een energieke creoolse volksdans. De aantrekkingskracht van de Sonate ligt grotendeels in deze intrigerende spanningsverhouding tussen het nieuwe klankbeeld en de herkenbare, folkloristische gestes waarin het gevat is.

Dat Luciano Berio pas in 1988 een werk voor gitaar solo componeerde, zegt iets over de argwaan van componisten uit zijn generatie tegenover dit instrument. De Sequenza XI kostte Berio bloed, zweet en tranen. Toen hij de afgewerkte partituur toezond aan de gitarist Eliot Fisk, voor wie hij het werk componeerde, stak hij deze boodschap in de bruine omslag: "Here it is, the 'maledetta' [de vervloekte]. It will drive you to despair as it has me. Coraggio!" Bij een eerste beluistering lijkt de Sequenza ook de luisteraar tot wanhoop te drijven. Een verzameling van weliswaar interessante, maar onsamenhangende muzikale gestes op de gitaar, dat is de eerste indruk die het werk achterlaat. Drie kenmerken van deze Sequenza kunnen de luisterervaring rijker en gelaagder helpen maken. Berio streeft ten eerste naar een vernieuwing van de speeltechniek door heel virtuoos te schrijven voor de gitaar. Let wel: virtuositeit is in zijn opvatting een middel om een nieuwe verhouding tot het instrument ingang te doen vinden, en geen forum voor het ego van de uitvoerder. Door grenzen te verleggen op het vlak van de speeltechniek wil de componist de uitdrukkingskracht van de gitaar exponentieel vergroten. De enige soort virtuositeit die vandaag de dag aanvaardbaar is, aldus Berio, is virtuositeit op het vlak van sensibiliteit en intelligentie.

Berio benadrukt ten tweede dat de Sequenza idiomatisch naar het instrument toe is geschreven - het is geen compositie tegen de gitaar. In dit verband is het veelzeggend dat Berio nogal kritisch stond tegenover de zogenaamde prepared piano van John Cage. Hij vond die manier van doen van dezelfde orde als "een snor tekenen op de Mona Lisa". Je mag een instrument niet veranderen in wat het niet is, vond Berio. Met zijn sequenza's (hij componeerde er 14 voor evenveel verschillende instrumenten) probeerde Berio bij te dragen tot de evolutie van muziekinstrumenten, juist door aan te knopen bij de complexe historische ontwikkeling die ze tot dan toe hadden doorgemaakt. Op dat verste punt knoopte Berio aan, met de bedoeling zelf een volgende etappe in die ontwikkeling in te luiden.

Ten derde vermeldde Berio dat hij met zijn gitaarsequenza "a polyphonic type of listening" voor ogen had. Niet alleen de uitvoerder, ook de luisteraar wordt uitgedaagd. Hij moet proberen polyfoon te luisteren naar deze muziek, ook al is er niet altijd echte meerstemmigheid te horen. De polyfonie speelt zich op een ander niveau af. Net als vele andere composities van Berio is ook de gitaarsequenza gekenmerkt door het samengaan van verschillende betekenislagen. Zo is er op het vlak van de harmonie een fascinerende dialoog tussen samenklanken die gebaseerd zijn op de stemming van de gitaarsnaren en atonale samenklanken. Wat de speeltechniek betreft wisselt de vertrouwde flamencogitaarstijl af met wat we een cataloog aan alternatieve speelwijzen zouden kunnen noemen. Op deze en andere vlakken zijn in deze sequenza verschillende lagen van zich ontwikkelend materiaal te horen, die de luisteraar dwingen zinvolle verbanden te leggen tussen de onderlinge lagen. Elke laag ontwikkelt zich immers volgens een eigen logica, maar Berio houdt ervan deze logica regelmatig te onderbreken om een andere laag verder te zetten of een nieuwe betekenislaag te introduceren. Het lineaire luisteren naar gezapige gitaarmuziek is hier niet langer toereikend, want Berio maakt de luisteraar medeplichtig aan de uitvoering van de gitaarsequenza. Wie de polyfonie van processen en betekenissen in deze muziek wil horen, dient zich te oefenen in meerstemmig luisteren. Coraggio!

Programma :

  • Heitor Villa-Lobos, 5 Preludes, Choros nr. 1
  • Luciano Berio, Sequenza XI
  • Agustín Barrios, La Catedral
  • Alberto Ginastera, Sonate op. 47

Tijd en plaats van het gebeuren :

Pablo Sainz Villegas : Villa-Lobos, Berio, Barrios, Ginastera
Woensdag 9 oktober 2013 om 20.30 u
(Inleiding door Jan Christiaens om 19.45 u)
Kunstencentrum STUK - Leuven
Naamsestraat 96
3000 Leuven

Meer info : www.festivalvlaamsbrabant.be

Bron : Programmatoelichting Jan Christiaens voor Novecento

Extra :
Luciano Berio op www.compositiontoday.com, www.themodernword.com, brahms.ircam.fr en youtube
Portret Luciano Berio, J-L Plouvier op www.ictus.be
Luciano Berio (1925 - 2003): Duivelskunstenaar, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl
Alberto Ginastera op nl.wikipedia.org, www.boosey.com, brahms.ircam.fr en youtube

Elders op Oorgetuige :
Novecento 2013 : onbekende muzikale pareltjes en mijlpalen die richting gaven aan de muziekgeschiedenis, 22/09/2013

Beluister alvast Luciano Berio's Sequenza XI, uitgevoerd door Pablo Sainz Villegas

17:25 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

De commentaren zijn gesloten.