31/05/2013

Britten Sinfonia brengt dubbelportret van John Adams en Nico Muhly

Britten Sinfonia Energetisch en hypnotiserend klinkt Shaker Loops van John Adams, een Amerikaanse minimalist 'van het tweede u'. De titel verwijst naar het extatische dansen van de Shakers, een religieuze sekte uit de Verenigde Staten. Zijn Chamber Symphony baseerde Adams op de bekende Kammersymphonie, opus 9 van Arnold Schönberg én op de hyperactieve muziek van cartoons uit de jaren 1950. Het derde deel van het werk kreeg niet zomaar de titel roadrunner! Adams' muziek wordt geflankeerd door werk van zijn jonge Amerikaanse collega Nico Muhly, die weliswaar met één been in het postminimalisme staat, maar zich graag tussen verschillende genres beweegt. Zo werkte hij onder andere samen met Björk, Antony and the Johnsons en Jónsi.

Netjes verdeeld over het programma, met elk twee werken, staan op dit concert met John Adams (1947) en Nico Muhly (1981), twee Amerikaanse componisten van zeer uiteenlopende generaties. Het leeftijdsverschil mag dan zeer uitgesproken lijken, de esthetische gelijkenissen tussen de twee componisten zijn verrassend groot. Hun werk volgt in het spoor van de minimal music waarmee vanaf de jaren 1960 componisten als Terry Riley, Steve Reich en Philip Glass uitgroeiden van obscure avantgardisten tot internationale fenomenen en zelfs - stel je voor - voor hedendaagse muziek een zekere mate van commercieel succes wisten te boeken. Hun muziek steunde op een doorgedreven beperking van het materiaal: beknopte motieven, uitgebreide herhaling met minuscule veranderingen en bovenal ritmische opwinding. John Adams geldt als een vertegenwoordiger van de tweede generatie minimalisten: componisten die te jong waren om de pioniersdagen van het minimalisme mee te maken, maar op het toneel verschenen op het moment dat de stijl zich al gevestigd had - de late jaren '70 - en ook de componisten van de eerste generatie stilaan op zoek gingen naar manieren om de harde, stringente principes van het minimalisme open te breken. Het hoeft dan ook geen betoog dat John Adams al van in zijn vroege werken een vrijere benadering van de minimalistische principes hanteert, waaronder een brede melodische flair en een fijn gevoel voor orkestrale kleuren - zijn vaardigheid als symfonicus wordt zeer gewaardeerd: Adams is naar verluidt de vaakst gespeelde levende componist in concertprogramma's van Amerikaanse symfonieorkesten.

Vanaf de jaren '80 versnipperden de invloeden van de minimal music tot een veel lossere, eclectische en vaak ook wel vrijblijvendere reeks invloeden. Nico Muhly is een typisch exponent van de jongste generatie voor wie het minimalisme een algemene achtergrond biedt, een reeks compositietechnische mogelijkheden waaruit geput kan worden, naast andere invloeden. Voor Nico Muhly zijn die invloeden zeer divers. Een muziekcarrière die op zeer jonge leeftijd begon als koorknaap heeft hem een diepe kennis van en liefde voor (in hoofdzaak Engels) renaissance koorrepertoire opgeleverd - een invloed waar hij in zijn muziek vaak en openlijk naar refereert. Zijn generatie is bij uitstek een eclectische generatie, zappend tussen invloeden als akoestisch of elektronisch, klassiek of populair, avant-garde of met aandacht voor de traditie en uiteraard: ook een voorkeur voor multimedia. Toch is tussen al die diversiteit de minimal music een referentiepunt voor Muhly, al wijkt zijn werk - meer nog dan dat van Adams - sterk af van de systematiek en concentratie van het 'historische' minimalisme. Het feit dat Muhly beschouwd wordt als een protégé van Philip Glass helpt natuurlijk om hem, in weerwil van de veelzijdigheid van zijn muziek, toch in het verre spoor van de minimalisten te situeren. Ook John Adams kan overigens prat gaan op een veel meer gevarieerd referentiekader en zijn ontwikkeling als componist voert eveneens weg van de minimalistische principes die nog zeer herkenbaar waren in 'Shaker Loops', naar een veel vrijere stijl waarin ook plaats is voor een mix van diverse invloeden - het meest postmoderne hoogtepunt van die vrolijke vermenging van stijlen bereikt hij in de 'Chamber Symphony'.

Voor John Adams was 'Shaker Loops' (1978) het werk dat zijn grote doorbraak betekende. Allicht mee om die reden maakte Adams er later ook een bewerking voor strijkorkest van, maar op dit concert wordt de originele versie voor strijkseptet gespeeld - een slankere en dus transparantere bezetting die doorgaans de scherpte van het muzikale materiaal sterker naar voor kan brengen (al kan de massievere orkestversie de beukende, imposante momenten zoals naar de climax van het derde deel, 'Loops and Verses' een gespierde impact meegeven die de zeven solostrijkers om begrijpelijke redenen moeilijk kunnen evenaren). Het basismateriaal en de systematische, rechtlijnige uitwerking ervan in 'Shaker Loops', ligt duidelijk in het verlengde van de minimal music. Adams koos om te werken met melodische en ritmische modules die met elkaar gecombineerd kunnen worden tot patronen, soms als een vlechtwerk van motieven waarbij hetzelfde materiaal als het ware van instrument tot instrument doorgegeven wordt, soms als woeste, vaag Stravinskiaanse herhaalde ostinati die, op het hoogtepunt van het werk - het slot van 'L oops and Verses' - uitmonden in een pompende versnellende beweging. De energie die heel het werk lang voelbaar aanwezig is (zelfs de hoge flageolettonen van het langzame deel lijken de adem in te houden voor de smachtende cellosolo en de uitbarsting die erop volgt) wordt gekanaliseerd in een extatisch ritueel. De referentie die Adams in zijn titel maakt naar de Shakers, een Amerikaanse religieuze gemeenschap die in religieuze bijeenkomsten al dansend een staat van transcendentie probeert te bereiken, geeft een mooie analogie voor de opzwepende, obsessieve aard van Adams' muziek. (Een uitbeelding van het leven van de Shakers is het allerminst - het andere deel van de titel - 'loops' - verwijst duidelijk naar het abstracte karakter, de zichzelf herhalende patronen zoals de minimalisten die hadden ontwikkeld.)

Het verschil met de 'Chamber Symphony' (1992) had nauwelijks groter kunnen zijn. Verdwenen zijn de grote samenhang van het materiaal, het doorgedreven repetitieve en de grote nadruk op ritmische stuwing. In de plaats komen verwijzingen naar tal van muzikale bronnen: jazz, Schönberg en populaire cultuur maken hun opwachting in een uiterst kleurrijk drieluik. Het basisidee voor de 'Chamber Symphony' kreeg John Adams toen hij in zijn werkkamer de partituur van de Kammersymphonie op. 9 van Arnold Schönberg (1906) aan het bestuderen was en na een tijdje merkte dat zijn zoontje in de kamer ernaast naar tekenfilms aan het kijken was. Het plotse besef dat de hyperactieve muziek van de tekenfilms veel gelijkenissen vertoonde met de schriftuur van Schönberg, gaf hem het plotse idee om die elementen te verbinden. Het eerste deel, 'Mongrel Airs', toont met - een hoe die bizarre mix klinkt én dat die elementen inderdaad veel meer gelijkenissen met elkaar vertonen dan op het eerste gezicht zou lijken: enerzijds Schönbergs werk dat aan de wieg van de grote vernieuwingen van de 20ste eeuwse muziek staat en dat niet enkel qua titel, maar ook qua bezetting - 15 soloinstrumenten - model zou staan voor Adams' stuk, anderzijds de flitsende bravoure van tekenfilmmuziek, die ook het werk mag afsluiten. De titel van dat slotdeel, 'Roadrunner', spreekt voor zichzelf. Het langzame middendeel drijftop een typische stapsgewijze baslijn - een 'walking bass' - wat dan weer een herkenbaar element uit de jazz is.

De twee werken van Nico Muhly mengen dan ook wel invloeden en elementen, maar doen dat nooit op een zo nadrukkelijke wijze als in Adams' ' Chamber Symphony'. Bij Muhly zijn ze meer verweven tot een veelzijdige, eigen toonspraak. Het gloednieuwe 'Double Standard' (2012) componeerde Muhly voor dit concertprogramma, als een dubbelconcerto voor twee percussionisten, waarvan één een gevestigde en gerenommeerde solist is (Colin Currie) en de andere (Alexandre Esperet) de jonge winnaar van het Trom Percussieconcours. De twee percussionisten moeten voor dit werk liefst zo dicht mogelijk bij elkaar staan, schrijft Muhly, omdat de patronen die ze spelen nauw op elkaar moeten aansluiten. Een marimba en een vibrafoon staan centraal, aangevuld met twee verzamelingen van allerlei voorwerpen, waaronder materiaal dat recht uit het containerpark komt. Het werk vertrekt van een pulserende passage op marimba en waaiert dan uit in allerlei episodes waarin de 'gevonden' percussie-instrumenten een hoofdrol spelen, waarna uiteindelijk het vertrekpunt opnieuw wordt bereikt.

Veel ambitieuzer van lengte en structuur is 'Seeing is Believing' (2007), een concerto voor de ongewone combinatie van elektrische viool en kamerorkest. Voor Muhly doet de elektrische viool denken aan de muziek uit de jaren 1980 - voor hem waren de bizarre soundtracks van wetenschappelijke tv-documentaires uit de 'eighties' een inspiratiebron. De soloviolist opent met een passage waarin hij ook pedalen bedient waarmee hij zijn eigen frasen opneemt en in loops weer afspeelt. Wanneer het orkest zich bij dat materiaal voegt, ontvouwt zich een reeks van elf akkoorden, die de harmonische basis zullen vormen voor de rest van het stuk. Daarin wisselen nerveuze, jachtige passages (Muhly noemt het zelfs 'insect music') met langzamere, beschouwende episodes in een vrij klassieke concertoachtige afwisseling van contrasterende karakters en met de elektrische solist en het akoestisch orkest in voortdurende dialoog.

Programma :

  • John Adams (1947), Shaker Loops - Chamber Symphony
  • Nico Muhly (1981), Double Concerto (Belgische première) - Seeing is believing (Belgische première)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Britten Sinfonia, Colin Currie & Thomas Gould : John Adams, Nico Muhly
Zaterdag 1 juni 2013 om 20.00 u
(inleiding door Maarten Beirens om 19.15 u )
Concertgebouw - Brugge
't Zand 34
8000 Brugge

Meer info : www.concertgebouw.be en www.brittensinfonia.com

Bron : Tekst Maarten Beirens

Extra :
John Adams op www.earbox.com, www.boosey.com, www.schirmer.com, en.wikipedia.org en youtube
John Adams : speelse minimalist, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl
Nico Muhly : nicomuhly.com en youtube

Elders op Oorgetuige :
Calefax rietkwintet en Lenneke Ruiten brengen nieuw werk van rijzende ster Nico Muhly in deSingel, 13/04/2012
Amsterdam Sinfonietta met meeslepend Amerikaans programma in de Bijloke, 16/03/2012

21:45 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

De commentaren zijn gesloten.