21/03/2013

Solisten van het Ensemble Intercontemporain brengen Fafchamps, Mantovani, Stroppa en Harvey in het Conservatorium van Brussel

Jonathan Harvey Zaterdagnamiddag vertolken de Solisten van het Ensemble Intercontemporain 'Death of Light, Light of Death' van de onlangs overleden Britse componist Jonathan Harvey (foto). Op het programma staat verder werk van Jean-Luc Fafchamps, Bruno Mantovani en Marco Stroppa.

Jean-Luc Fafchamps over Lettre Soufie : H(à') (Tombeau de Jonathan Harvey) : "Met dit nieuwe werk zet ik de compositie van mijn cyclus Les Lettres Soufies voort, een weids project dat ik in 2000 aanvatte en dat 28 composities omvat waarvoor ik vrij inspiratie putte uit de symbolen van de soefimystiek. Elke 'Letter' is een meditatie over de grenzen van het bewustzijn en de parodoxale aspecten van de tijd, en bevat gelijkenissen met de andere werken uit de cyclus, meer bepaald op het vlak van materiaal, formele verhoudingen, stijl, betekenis of instrumentale bezetting. Hà' , de zestiende steen van mijn compositorische bouwwerk, is het resultaat van een vraag van het Festival Ars Musica uit september 2012 om een werk te schrijven dat zou worden uitgevoerd naast Death of Light, Light of Death voor hobo, harp en strijktrio van Jonathan Harvey.
Ik reageerde enthousiast en deed onmiddellijk onderzoek naar die compositie met een atypische bezetting (ik zou er een piano aan toevoegen). Ik keek er naar uit om Jonathan te ontmoeten voor dit gezamenlijke project: hij is een zalige man, een buitengewone muzikant, een voorbeeld. Op 4 december, terwijl ik volop aan het componeren was, kreeg ik het nieuws dat hij was overleden. Ik moest mijn werk stopzetten. Ik had een soort 'private joke' gepland - een heidense Lettre Soufie voor dit project met een boeddhistisch christen - maar dat had geen zin meer.
Ik ben van nul af aan herbegonnen, ik dacht aan Harveys vroegtijdige overlijden, aan zijn Light of Death als meditatie op de kruisiging zoals die wordt uitgebeeld op het Isenheimer altaar, en aan zijn Tombeau de Messiaen, een hommage aan zijn grote muzikale voorbeeld. Ik besloot dat al die elementen konden worden samengebracht in een korte muzikale meditatie over het rouwproces. Men zegt dat dat proces in zeven stappen verloopt: schok, ontkenning, woede, neerslachtigheid, berusting, aanvaarding en résilience (veerkracht). Ik heb mijn compositie dan ook in zeven secties opgedeeld (ook al stemt de laatste niet helemaal met 'résilience' overeen, omdat dat voorbarig zou zijn). De secties evolueren en haken in elkaar alsof elke volgende sectie de consequentie is van de vorige. Wie goed zoekt, zal twee korte citaten uit Harveys werk vinden, een evocatie van Tristan und Isolde - waar ook hij zo van hield -, een echo uit twee andere Lettres Soufies (Shin en Ghain), maar ook de alternatie harp-piano, waarnaar nog voor de slechte tijding mijn klankintuïtie was uitgegaan. De schriftuur heeft voor de rest gezorgd: een mentaal parcours, van tragische schok tot nachtelijke sterrenhemel.
Zoals in Death of Light, Light of Death fungeren multiphonics als model en als harmonische ontladers. Maar ze vormen slechts de bovenstructuur van de klanktexturen waarin ze vervat zitten. De klanktexturen staan eerst volledig los van elkaar, als opeenvolgende schokken, maar vloeien daarna steeds meer samen tot geïntegreerde bewegingen. De energie die eerst lange tijd wordt gevoed als een soort latent geweld, ondergaat uiteindelijk een omkering: figuren en klanktexturen worden verdraaid en de woede zakt in elkar tot een soort lamentatie. Vervolgens start de hobo een lange berustende hypnose en wordt daarin gesteund door de viool. Ondertussen zijn de ritmes van de piano en de harp in een stroomversnelling geraakt en uitgegroeid tot een actief principe, een slaan van de ruimte, waarna er eindelijk plaats is voor rust: een vluchtige herinnering aan de figuur van Johannes de Doper bij Jonathan Harvey.
Lettre Soufie : H(à') (Tombeau de Jonatan Harvey) is geschreven in opdracht van Ars Musica 2013. Het is opgedragen aan Tarquin Billiet."

Bruno Mantovani over D'une seule voix : "Het duo viool-cello neemt in de 20e eeuw mythische proporties aan. Een aantal absolute meesterwerken zijn specifiek voor die bezetting geschreven – ik denk bijvoorbeeld aan de Sonate van Maurice Ravel. Nochtans vraagt het genre een grote inzet van de componist, want de pure klank (door de afwezigheid van resonerende instrumenten en het homogene timbre) belet elke vorm van opsmuk. Het duo dwingt tot evidentie, tot ascese, in het bijzonder op het vlak van de harmonie: de verticale gedachte is onderworpen aan het feit dat het gaat om twee monofone instrumenten.
Zoals de titel vermeldt, is deze compositie eigenlijk een solo voor twee instrumenten. Homoritmie overheerst, behalve in de passages die geïnspireerd zijn op bourdon- technieken uit de Indische muziek: één instrument volgt een statisch schema terwijl het andere daar de ene keer lyrisch op inspeelt en de andere keer een discontinu, bijna bruïtistisch register verkent. Deze 'eenstemmige' muziek biedt ook ruimte voor versiering: het gebruik van kwarttonen refereert aan een zeer oriëntalistische opvatting van de melodielijn, die nergens wordt onderbroken maar net intenser wordt wanneer ze van het ene naar het andere instrument overgaat."

Marco Stroppa over Ossia : Seven Strophes for a Literary Drone : " De titel van de compositie (' Ossia ') houdt geen enkel verband met de muziekterm die staat voor de vereenvoudiging van een moeilijke passage, maar refereert aan de bijnaam van Joseph Alexandrovich Brodsky, Russisch dichter en Nobelprijswinnaar. De ondertitel verwijst naar een artikel van die dichter, dat in november 1963 in de krant Vechemy Leningrad verscheen onder de titel A Literary Drone. Enkele maanden later werd Brodsky gearresteerd, beschuldigd van sociaal parasitisme, en veroordeeld tot vijf jaar dwangarbeid. Journaliste Frida Vigdovova beschreef zijn surrealistische proces, waarna Efim Etkind in 1988 daarvan een Franse vertaling publiceerde.
Ik liet me voor mijn compositie inspireren door twee gedichten van Brodsky: Seven Strophes, het intieme portret van een vrouw door een bijna blinde man, en Monument , een van zijn eerste gedichten over een “monument voor een leugen”. Dat geëngageerde gedicht kan ook vandaag nog worden toegepast op tal van politieke regimes en industriële drukkingsgroepen. Op het laatste deel na, is elk deel van mijn compositie geïnspireerd op woorden uit de Seven Strophes .
Ik ben pas een paar jaar geleden beginnen kamermuziek te schrijven ( Hommage à Gy. K. in 2003 en Opus nainileven in 2004). Sindsdien heb ik verschillende instrumenten nodig om een eenvoudige klankwereld te produceren, en nog meer instrumenten voor grotere structuren. Ik ben me dan ook logischerwijze gaan focussen op muziek voor kamermuziekensemble, voor orkest of voor akoestische instrumenten in combinatie met elektronica. Voor mijn kamermuziek had ik een andere aanpak nodig, niet alleen qua compositiemethode of muziekmateriaal, maar ook wat de ruimtelijke opstelling op het podium betrof. In tegenstelling tot een componist als Luigi Nono, waar de muzikanten traag over het podium bewegen, vraagt mijn ruimtelijke kamermuziek erom de compositie in kortere stukken onder te verdelen, waarbij de muzikant telkens een andere plaats inneemt op het podium maar vervolgens niet meer beweegt. De specifieke ruimtelijke opstelling bepaalt de aard van het muziekmateriaal; er bestaat dus een rechtstreeks verband tussen de structuur van de compositie en de plaats van de uitvoerders in de ruimte.
Zo begint mijn compositie met een duo voor viool en cello. De cello speelt de hoofdrol en speelt vooral hoge boventonen op de onderste snaren, wat een ongebruikelijke klankkleur genereert. Tegelijk speelt de viool (in dezelfde ruimte) lage boventonen, van natuurlijke of artificiële aard. De term 'gedempt' verwijst naar stilte, naar het bijna preutse karakter van de muziek. Om dit punt te onderstrepen, stellen de muzikanten zich achter de geopende piano op, waardoor ze gedeeltelijk verborgen blijven voor het publiek. Hun klank wordt er niet alleen zachter door, maar lijkt ook afkomstig te zijn van een schimmige zone 'achteraan'. Elke kamermuziekcompositie vergt zo een specifieke ruimtelijke dramaturgie. De vorm, de structuur, het muziekmateriaal en de ruimte zijn volledig afhankelijk van elkaar.
Technisch gezien is Ossia onderverdeeld in zeven secties (of strofen) die in drie delen zijn samengebracht. Tussen de delen wordt de muziek niet onderbroken, maar sommige muzikanten veranderen wel van plaats. Het basismateriaal bestaat uit een opeenvolging van akkoorden die ontleend is aan Ahu Tongariki uit de pianocyclus Miniature Estrose. Dat akkoordenschema wordt gebruikt als harmonische structuur, maar ook als een haast modale structuur van motieven. De ruimtelijke opstelling bepaalt ook de ritmische motieven, die variëren van polyritmie ( Tollend, roes ), tot onregelmatige en opeenvolgende ritmes ( Schemerig ) en wisselende texturen ( Rechts van me, links van me ). De ruimtelijke 'dramaturgie' start met een verborgen duo (viool en cello) en eindigt met een haast 'normaal' trio ( Monument ). Daartussen bepalen verschillende bezettingen de ruimte (en daardoor de vorm), en volgen strategieën die afgeleid zijn van de ritmische beperkingen van elk deel."

Jonathan Harvey over Death of Light, Light of Death : "De muziek beschrijft stuk voor stuk de vijf personages op het schilderij van Grünewald. Het schilderij baadt in een drukkende sfeer. Dat er zich een catastrofe heeft voorgedaan, is een gegeven dat ons tot op vandaag aanspreekt. Geen enkele andere kruisiging lijkt zo verschrikkelijk, het Licht is uitgegaan. Aan de andere kant van het kruis staat Johannes de Doper, een figuur uit het rijk der doden. Hij maakt deel uit van de groep rouwenden. Johannes de Doper toont dat, ondanks alle schijn, de evangelies zullen worden geschreven - hij houdt ze in zijn hand - en dat Jezus' dood een boodschap van hoop is. Wie ogen heeft om te zien, kan in de dood zelf een ultieme, profetische betekenis vinden ' een boodschap voor alle religies, voor wie gelooft en voor wie niet gelooft."

Programma :

  • Jean-Luc Fafchamps, Lettre Soufie : H(à') (Tombeau de Jonathan Harvey) (2013) (wereldcreatie)
  • Bruno Mantovani, D'une seule voix (2007)
  • Marco Stroppa, Ossia : Seven Strophes for a Literary Drone (2005-2008)
  • Jonathan Harvey, Death of Light, Light of Death (1998)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Solisten van het Ensemble Intercontemporain : Jean-Luc Fafchamps, Bruno Mantovani, Marco Stroppa, Jonathan Harvey
Zaterdag 23 maart 2013 om 17.00 u
(Inleiding door Patrick Davin & Jean-Luc Fachamps om 16.15 u )
Koninklijk Conservatorium Brussel
Regentschapsstraat 30
1000 Brussel

Meer info : www.arsmusica.be

Extra :
Jean-Luc Fafchamps op www.compositeurs.be en youtube
Bruno Mantovani : www.brunomantovani.com, brahms.ircam.fr en youtube
Marco Stroppa : www.marcostroppa.eu, brahms.ircam.fr en youtube
Jonathan Harvey : www.vivosvoco.com, www.chesternovello.com en youtube

Elders op Oorgetuige :
Orchestre Philharmonique Royal de Liège brengt fraaie dwarsdoorsnede van de hedendaagse muziek in Bozar, 21/03/2013
Echokamer Jean-Luc Fafchamps : portretconcert door studenten van het Conservatorium van Brussel, 21/03/2013
Een gesprek met Jean-Luc Fafchamps, een van de centrale componisten van Ars Musica 2013, 20/03/2013
Danel Kwartet combineert Fafchamps met twee Belgische creaties en twee klassiekers uit de 20ste eeuw, 18/03/2013
Play Time : Ars Musica en de speeltuin van de hedendaagse muziek, 4/03/2013
In memoriam Jonathan Harvey (3/05/1939 - 5/12/2012), 6/12/2012

Beluister alvast heet eerste deel uit Jonathan Harvey's Death of Light, Light of Death



en Bruno Mantovani's D'une seule voix

16:43 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

De commentaren zijn gesloten.