18/03/2013

Stockhausen, Huber en twee creaties van Belgische componisten tijdens Ictus Zone met Aton’& Armide

Aton'& Armide Sinds 2009 spelen pianiste Sara Picavet en cellist Benjamin Glorieux samen in het collectief Aton'& Armide. Op 21 maart staan ze in Bozar in Brussel voor het vijfde concert in de reeks Ictus Zone, meteen het eerste waarop het publiek enkele premières kan meemaken. Donderdag staat het cultwerk Demijour van de Duitse Nikolaus A. Huber centraal, een componist die onder andere opgeleid werd door Stockhausen en Nono. Zijn bekende werk herinterpreteert Schumanns Zwielicht in een muziektaal uit het einde van de 20ste eeuw.

De combinatie van piano en cello ademt niet meteen hedendaagse muziek uit. Toch is dat net het repertoire waarop Picavet en Glorieux zich als Aton' & Armide richten. Beide muzikanten studeerden aan de conservatoria van Brussel en Gent, waar Picavet haar manama hedendaagse kamermuziek afrondde. Glorieux is lid Champ d'Action, speelde bij B'Rock en won in 2010 de Klara prijs voor jonge belofte.

Hun optreden, het voorlaatste in de reeks Ictus Zone, kadert tevens in het festival Ars Musica en valt uiteen in twee delen. Enerzijds is er de leraar-leerlingtandem van Stockhausen en Huber. Anderzijds brengen Picavet en Glorieux twee creaties van Belgische componisten. De jongste van die twee is Thomas Smetryns (1977) die zijn 'Three Ways to Drift Apart' speciaal voor Aton'&Armide schreef. Net als Glorieux heeft Smetryns een zwak voor "oude" muziek. Hij studeerde theorbe en luit en maakt deel uit van het Oberon Consort. Toch is het niet in deze gedaante dat hij mee te horen is in 'Three Ways to Drift Apart', maar wel als dj. In het verleden was hij meermaals actief met 78-toerenplaten, maar voor 'Three Ways to Drift Apart' grijpt hij naar de meer gangbare 33-toeren schijven.

Een link met de huidige dj-cultuur moet er in zijn gebruik van vinyl niet gezocht worden, noch wil Smetryns commentaar geven op die cultuur. Zijn fascinatie voor platen heeft een veel rustiekere achtergrond. Smetryns: "Ik heb nog altijd een redelijk omvangrijke collectie 78-toeren platen die ontstaan is toen ik regelmatig draaide op kleine feestjes en picknicks. Voor de platendraaiers die ik heb, heb je namelijk geen elektriciteit nodig en dat was best gezellig. Tegenwoordig gebruik ik vooral enkele heel specifieke platen. Ik heb een collectie etnische muziek, taalcursussen en bruitage  op 78-toeren platen die ik graag in mijn stukken gebruik of waar ik nog plannen mee heb."

Dat hij platenspelers inschakelt in verschillende van zijn stukken, heeft ook buitenmuzikale redenen. "Ik gebruik die platendraaiers in mijn stukken omdat het klankobjecten zijn, een kleine theatrale ingreep. In mijn stuk voor Ictus ('A Portrait of Harry', KVM) had ik er bijvoorbeeld perfect voor kunnen kiezen om die stem van Partch via een iPod en een set speakers te laten afspelen maar ik vond dat die platendraaier zijn aanwezigheid veel tastbaarder maakte."

Voor 'Three Ways to Drift Apart' laat Smetryns zoals gezegd het oude formaat vinyl achterwegen ten voordele van het meer recente. Daarnaast maakt hij in dit werk geen gebruik van gevonden samples, maar van speciaal voor het werk en door de live uitvoerende muzikanten zelf opgenomen platen. Zo zullen Picavet en Glorieux tegelijkertijd met hun eigen opgenomen schaduw te horen zijn. Daarnaast buit Smetryns ook de verschillende snelheden waarop de platenspelers draaien uit, waardoor de opnames net niet exact gelijk lopen en de verschillende lagen verder uit elkaar drijven.

De combinatie van opname en live gespeelde muziek verschilt in de drie delen van de compositie. Smetryns: "In het eerste stuk 'Dance' speelt de cellist mee met zijn vooraf opgenomen partij en de pianiste met die van haar. Hier zijn de platen naast het structureel element van die verschuiving ook een kleuring (vergelijkbaar met een register van bijvoorbeeld een accordeon) van de live instrumenten. In 'Light and Playful', het tweede deel, speelt de cellist mee met de vooraf opgenomen piano en de pianiste met de vooraf opgenomen cello. Hier hoor je dus twee duo's die verschuiven. In het derde deel 'In a Faint Manner' spelen de live muzikanten samen en staan er twee duo's op de platendraaiers."

Het realiseren van de compositie vraagt dus meer engagement van de uitvoerders dan het louter instuderen en uitvoeren van het werk. Toch heeft Smetryns niet met Picavet en Glorieux overlegd tijdens het componeren. "Ik heb hen het stuk in afgewerkte vorm afgegeven. Wat zij spelen is op zich eigenlijk niet zo complex of vergt niet echt technieken waarvoor je best eens samen zit om enkele zaken uit te testen. De afgewerkte partituur is eigenlijk ook maar de helft van het stuk, het is vooral dat samenspelen met die opnames, hoe de muzikanten die platendraaiers zullen hanteren en welke platendraaiers we zullen kiezen, die het uiteindelijke klankresultaat zullen bepalen." 

Wie Smetryns bezig hoort over het uiteen drijven van gelijkaardige partijen, moet niet ver zoeken om de link met de phasing techniek van Steve Reich te leggen. Toch is 'Three Ways to Drift Apart' geen doorslagje van die werkwijze. "Die link is er pas gekomen toen ik bijna klaar was met mijn stuk. 'Three Ways to Drift Apart' heeft natuurlijk die faseverschuivingen gemeenschappelijk, maar voor het overige zie ik weinig gelijkenissen. Mijn stuk is niet repetitief en de muzikanten schuiven onherroepelijk uit elkaar. Voor mij speelt veeleer het feit dat ik de muzikanten koppel aan de platendraaiers. Die drijven de muzikanten uit elkaar op een manier die je zonder die platendraaiers maar moeilijk zou kunnen verwezenlijken."

Zoals Reich niet de grootste inspiratiebron was, zo heeft Smetryns ook geen grote "boodschap" uit te dragen met 'Three Ways to Drift Apart'. Zijn manier van werken getuigt volgens hem niet van een afkeer van strakke lijnen, symmetrie of exacte gelijkheid, integendeel. "Op zich zullen die muzikanten zelfs behoorlijk strak moeten spelen. Ik saboteer dit wel een beetje door hen te laten samenspelen met iets dat geen rekening houdt met hen, maar ikzelf zie dat eerder als een spelelement, iets dat het stuk spannend maakt voor de spelers en luisteraars, eerder dan dat ik zou willen uitweiden over de relatie mens-machine of zo. Dat is hier immers niet het geval."

De tweede creatie op de affiche is die van Jean-Luc Fafchamps' 'Trois Chants Pour Mieux Voir - En Dedans' voor cello en prepared piano. Van Fafchamps (1960) verscheen vorig jaar het album 'KDGhZ2SA', integraal gewijd aan zijn compositiereeksreeks 'Lettres Sufies' waarin hij duidelijk de klankwerelden van Messiaen, Reich en Adams opzoekt. Dit jaar is hij een van de meest gespeelde componisten tijdens Ars Musica en zijn er drie eerste uitvoeringen van zijn hand te horen.

Worden Smetryns en Fafchamps gescheiden door zeventien jaar, nog verder terug in de tijd situeert zich de relatie tussen Huber en Karlheinz Stockhausen. Deze laatste geldt als een van de allergrootste namen uit de twintigste eeuwse gecomponeerde muziek. Hij was een van de pioniers van het serialisme, de elektronische muziek en het uitbuiten van de ruimtelijke mogelijkheden van de zaalopstelling, waarbij zijn muziek geleidelijk aan steeds meer een spirituele inslag kreeg. Van Stockhausen zal Glorieux 'Xi' spelen, een werk voor een min of meer vrij te kiezen instrument dat in staat is microtonale intervallen te realiseren.

Stockhausen is de leermeester geweest van een indrukwekkende stoet componisten, van Peter Eötvös, Cornelius Cardew, Gérard Grisey en Helmut Lachenmann tot Wolfgang Rihm en La Monte Young. Ook Nicolaus A. Huber behoort tot zijn pupillen. Van deze laatste zal Picavet 'Statement zu einem Faustschlag Nonos' uit 1990 spelen en voor Hubers 'Demijour' (1986) wordt Aton'& Armide door de versterking van hoboïst Piet van Bockstal, een van de oprichters van het Ictus ensemble, uitgebreid tot een trio. Net als Stockhausen schuwt Huber hier de minuscule microtonen niet, waardoor de muziek een opvallende detailwerking krijgt. Die wordt nog verder uitgewerkt in verschillende andere parameters, zoals te horen is de reeksen herhaalde noten. Wat steeds dezelfde klank zou kunnen zijn verandert, bij elke herhaling van kleur en intensiteit.

Tevens laveert het werk tussen muzikale extremen: van exact samenspel naar hardop lachende muzikanten, van verstilde en intieme passages naar grote dramatische gebaren en van statisch naar beweeglijk. Muziek die de luisteraar steeds bij de les houdt door de verrassingen die om elk hoek op de loer liggen.

Programma :

  • Thomas Smetryns, Three ways to drift apart (2012) (Wereldcreatie)
  • Karlheinz Stockhausen, Xi (1986)
  • Jean-Luc Fafchamps, Trois chants pour mieux voir - en dedans (N°3. 2012) (Wereldcreatie)
  • Nicolaus A. Huber, Statement zu einem Faustschlag Nonos (1990)
  • Nicolaus A. Huber, Demijour (1986)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Ictus Zone : Piet Van Bockstal & Aton' & Armide
Donderdag 21 maart 2013 om 21.30 u
Bozar - Brussel

Ravensteinstraat 23
1000 Brussel

Meer info : www.arsmusica.be, www.bozar.be , www.ictus.be en www.aton-armide.com

Artikel overgenomen van Kwadratuur.be

Extra :
Ictus Zone - Aton'&Armide. Picknicken in het PSK, Koen Van Meel op Kwadratuur.be, 10/03/2013
Thomas Smetryns : www.myspace.com/thomassmetryns, www.matrix-new-music.be en youtube
Karlheinz Stockhausen : www.stockhausen.org en youtube
Karlheinz Stockhausen, een unicum als componist, Sebastian op duits.skynetblogs.be, 9/12/2007
Klankbeeldhouwer Karlheinz Stockhausen, Hellen Kooijman op www.computable.nl, 8/06/2001
Jean-Luc Fafchamps op www.compositeurs.be, www.arsmusica.be en youtube
Nicolaus A. Huber op de.wikipedia.org, brahms.ircam.fr en youtube
Der dialektische Donnerschlag. Anmerkungen zur Musik von Nicolaus A. Huber, Max Nyffeler op www.beckmesser.de, 2001

Elders op Oorgetuige :
Play Time : Ars Musica en de speeltuin van de hedendaagse muziek, 4/03/2013

16:50 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

De commentaren zijn gesloten.