17/03/2013

Ensemble Nikel brengt werk van Gilles Doneux, Stefan Prins, Marco Momi en Clemens Gadenstaetter in La Raffinerie

Marco Momi Het Israëlisch-Belgische ensemble Nikel legt zich sinds 2006 toe op hedendaagse muziek met een rafelrand. Hun eigenzinnige instrumentarium (naast piano en percussie ook elektrische gitaar, bas en sax) levert een ongehoord klankenpalet op. In La Raffinerie brengen ze werk van Gilles Doneux, Stefan Prins, Marco Momi en Clemens Gadenstaetter.

Vijf muzikanten afkomstig uit Bazel, Brussel, Lausanne en Tel Aviv, vormen samen het Ensemble Nikel. Het ensemble wil een nieuwe soort hedendaagse kamermuziek ten gehore brengen, en gaat op zoek naar mogelijke manieren om elektrische en akoestische instrumenten te laten versmelten binnen een muzikaal geheel. Het Ensemble Nikel verkent de mogelijkheden van het auditieve spectrum door zich te concentreren op instrumenten die in de loop van de 20ste eeuw sterk geëvolueerd zijn. Het zet nieuwe conceptuele projecten op met diverse partners, solisten en ensembles, evenals met de componist Yuval Shaked. Het Ensemble Nikel organiseert een lezingenreeks waar verschillende aspecten van de hedendaagse esthetiek aan bod komen, vanuit de meest uiteenlopende invalshoeken. In de loop van een concertreeks in Israël creëert het Ensemble Nikel verscheidene werken van gevestigde componisten als Chaya Czernowin, Clemens Gadenstätter, Philippe Hurel en Helmut Oehring, maar ook van jonge beloftes als Raphaël Cendo, Sivan Cohen Elias, Eduardo Moguillansky, Marco Momi, Stefan Prins en Michael Wertmüller.

Sinds zijn oprichting in 2006 door Yaron Deutsch en Gan Lev wordt het Ensemble Nikel regelmatig uitgenodigd voor prestigieuze festivals als Wien Modern, Donaueschinger Musiktage, Ultraschall (Berlijn), Bang on a Can (New York), Internationale Ferienkurse für Neue Musik, Darmstadt , Klangspuren (Schwaz) en de Herfst van Warschau. De leden van het Ensemble Nikel zijn: Vincent Daoud, saxofoon; Yaron Deutsch, elektrische gitaar & artistiek directeur; Tom de Cock, slagwerk; Reto Staub, piano; en Eran Borovich, contrabas.

Gilles Doneux over '(Un) Plug Me' : " Ik heb deze compositie geschreven in opdracht van het Centre Henri Pousseur. Ze ligt in het verlengde van andere gemengde werken als SecondLife symphony of Troppo- co , die de relatie tussen akoestische en ‘elektronische’ klanken verkennen. Die verkenningstocht stelt me in staat de relatie tussen ons (menselijke wezens) en onze ‘machines’ (computers, smartphones...) breed te bevragen. Zouden wij vandaag, in 2013, kunnen overleven als we 'unplugged' waren? En zou de virtuele wereld ook zonder ons blijven bestaan? (Un)Plug Me is als een muzikale metafoor voor de vraag "En u, bent u klaar om de stekker eruit te halen?"

Stefan Prins over 'Fremdkörper II' : "Volgens wetenschappers zullen we tussen 2030 en 2040 het zogenaamde singulariteitspunt bereiken. Eens dat punt bereikt, zal het onderscheid tussen menselijke lichamen en hun technologische extensies radicaal wijzigen. De cyclus Fremdkörper, die voorlopig bestaat uit drie composities voor verschillende bezettingen en elektronica in realtime, gaat uit van de groeiende impact van technologie op het menselijk bestaan. In deze composities worden noch het menselijk lichaam noch zijn technologische extensies als 'fremdkörper' ('vreemde lichamen') op zich gezien. Wel gedragen ze zich tegenover elkaar als 'fremdkörper': vanuit het standpunt van het menselijk lichaam is de technologie een vreemd lichaam, terwijl het menselijk lichaam een vreemd lichaam is vanuit het standpunt van de technologie. In alle composities uit de cyclus doen zich contextwisselingen voor, een concept dat ook op andere niveaus aanwezig is. Ook de muziekinstrumenten kunnen trouwens als fremdkörper worden bekeken, aangezien ik gebruiksvoorwerpen uit het dagelijkse leven ( fremdkörper in de wetenschappelijke zin van het woord) in de instrumenten integreer of eraan vastmaak. Zelfs de elektronische klanken zijn al naargelang de context op een bepaald niveau fremdkörper.
In Fremdkörper #1 zijn alle elektronische klanken rechtstreeks afgeleid van de akoestische klanken van de instrumenten, terwijl ik in Fremdkörper #2 gebruikmaak van beschadigde audiofiles die ik op het internet vond, evenals van analoge elektronische klanken die resulteren uit ‘no-input’ mixtechnieken. In Fremdkörper #3 komen alle elektronische klanken voort uit digitale bewerkingen van een paar intro's van liedjes van Michael Jackson. "

Marco Momi (foto) over 'Ludica II' : "Soms heb ik er nood aan om een spel te spelen. Dan duik ik als een kind, nieuwsgierig en geamuseerd, in de kleverige massa van ‘inputs’ uit de (vaak niet-klassieke) muziek of uit andere bronnen. Ludica en Ludica II hebben een aantal elementen gemeen: elektronica in non-realtime, formele lineariteit die naar polymorfie leidt, low-fi als een concept tussen de akoestische muziek en de kwaliteitsvolle elektronische muziek in, en tot slot de dynamiek die wordt teweeggebracht door en doorheen de ‘loop’. Virtuositeit à la John Petrucci/Paul Gilbert en raadsels die de hersenen kietelen en veranderen in kooien die stukbreken... Na een tijdje geef je je over aan het spel, plots stop je zonder het spel af te maken, maar uiteindelijk besef je dat het beter is voort te doen met je kleverige handen. Ludica II is geschreven in opdracht van het Ensemble Nikel en met de steun van de Ernest von Siemens Musikstiftung;"

Marco Momi over 'Cinque Nudi' : " Mijn compositiereeks onder de titel Nudi staat voor een korte verkenning van de eenzaamheid van het instrument in zijn verhouding tot de uitvoerder. Deze kleine bundel gaat over de vervaging van de dialoog, die monoloog wordt; over het moment – volmaakte intiem en van een ongekunstelde verwarring - waarop men de eenzaamheid ontdekt. Het is een perceptieruimte vol verhalen die er niet om vragen te worden verteld, omdat er geen publiek is om ze te beluisteren en omdat we weten dat ze in de chronometrische tijd zullen verdwijnen; hun leven vervliegt in de beweging van een gedachte. Het blootgestelde lichaam ontdoet zich van al zijn sociale attributen, snuift zijn eigen geur op, omhelst zichzelf. Wanneer het in de spiegel kijkt, verlaat het zijn lichaam en observeert het zichzelf.
In de eerste van de Due Nudi voor altviool solo wordt het zuivere spel van de vingers op de snaren geobserveerd als een lange, verwarrende evolutie van combinaties die worden geopenbaard: de tablatuur overheerst en stelt de harmonie in de schaduw, maar de klank is zuiver, naakt, niet gereciteerd. Het tweede stuk is een spel rond de betovering van een nauwelijks geschetste pulsatie, die een zuiver gebaar wordt op het moment waarop ze in contact komt met het vreemde lichaam dat het eigen lichaam kwetst; vanaf dat moment leest men het opnieuw.
In het verhaal van Cinque Nudi stelt de saxofoon zich bloot en zet maskers op. Hij bekijkt zichzelf in een spiegel die hem niet weerspiegelt maar hem een beeld toont dat het zijne niet is, namelijk de pedalen van een elektrische gitaar. Hij ontdekt dat hij polymorf is in zijn structuur en niet in zijn aard: hij is polyfoon, fijn als een lijn, het volstaat dat hij ademt; vervolgens laat hij zijn alter ego’s onder elkaar ruziën en improviseert hij op twee klanken die hem meesleuren in een magische lus. "

Clemens Gadenstaetter over 'Sad Songs' : " We hebben geleerd wat 'treurig zijn' is, hoe het aanvoelt, en hoe we dat gevoel kunnen of moeten uitdrukken (de gepaste beleving en de gepaste uitdrukkingswijze zijn collectieve gegevens die we in onszelf meedragen.
Dat is wat ik in 'presets' (ook) klankmatig tot uiting heb willen brengen: het gevoel van rouw en verdriet wordt in gestandaardiseerde klankgebaren omgezet. Het zijn die gestandaardiseerde klanksituaties die onze aangeleerde gevoelens in beweging zetten: dankzij hen voelen we en verstaan we wat we horen; en door het horen, verstaan we wat we voelen.
Dergelijke klankgestalten hebben een polymodale lading - eigenlijk heeft al het klankmatige een dergelijke geladenheid. Het horen is verbonden met tactiele gewaarwordingen, visuele (innerlijke) beelden, gevoelens, emoties en gevoeligheden. De klankgestalten zijn - als mimesis van lichamelijke bewegingen die met rouw en verdriet gepaard gaan - verbonden met bepaalde bewegingen van het lichaam, die zich als structurele bewegingsvormen in het lichaam manifesteren. Zonder die polymodale koppelingen zouden klankmatige gebeurtenissen voor ons 'zuiver' en dus betekenisloos zijn. Maar de koppelingen alleen maken de klankgestalten (nog) niet zinvol: niet in het nu beleefd, of geen reactie op een specifieke situatie.
Dat is het basisthema waarvan ik vertrokken ben bij het componeren. Vanuit collectieve vaststellingen en door de thematisering van die vaststellingen, probeer ik een ‘terra specifica’ uit het bekende te distilleren, zoek ik naar een vorm van verstaan in het horen, die buiten het terrein ligt van wat ik altijd gewoon ben geweest te horen en te verstaan. HOREN VERSTAAN COMPONEREN als een werkhypothese: dat wat als horen en verstaan overkomt, moet compositorisch bewerkt worden, om een HOREN en VERSTAAN te worden dat niet alleen aan het collectieve refereert maar tegelijk ook geheel specifiek en relevant is. Als ik dat gegeven op mezelf betrek, betekent het een overschrijding van wat ik nu al ben. HOREN en VERSTAAN is pas mogelijk als collectieve vaststellingen door de bewerking (van het COMPONEREN) getransformeerd worden.
Het technische uitgangspunt van mijn compositie is het bouwen aan muzikale samenhang – naast de akoestische, mimetische, semantische en situationele niveaus die ik in mijn schriftuur structureel ontwikkeld heb – op het niveau van de ‘Weak Synaesthesias’ en de ‘embodied perceptions’, zoals ze door de moderne cognitieve psychologie genoemd worden – een onderzoeksterrein dat ik overigens niet geheel beheers. Ik breng structuur in de polymodale verbindingen, maak ze klaar voor bewerking, en haal er vervolgens immanente structuurontwikkelingstechnieken uit. De vier liederen van Sad Songs zijn het resultaat van de bewerking van de modellen/ presets aan de hand van de ‘Weak-S und E-Bodies’ (mijn afkorting voor de eerder genoemde polymodale verbindingen). De ondertitels vormen een goede aanwijzing: Hurt, Loneliness, Medley: Manic Depression/Cries of Burning Pain, Les Adieux/ Abschied. Door de bewerking van de presets wordt de muziek aangestuurd. Ze ontvlamt uit de presets zonder ze volledig op te roepen. Niets hoeft ‘droevig of ‘smartelijk’ te zijn: de hoop dat er een ervaringsgebied bestaat buiten de grenzen van onze levensconditie (lichamen, cultuur...) is wellicht het laatste dat verloren zal gaan."

Programma :

  • Gilles Doneux, (Un) Plug Me (in opdracht van het Centre Henri Pousseur)(wereldcreatie)
  • Stefan Prins, Fremdkörper II (2010)
  • Marco Momi, Ludica II (2009) (Belgische creatie)
  • Marco Momi, Cinque Nudi (in opdracht van Radio-France) (wereldcreatie)
  • Clemens Gadenstaetter, Sad Songs (2012) (Belgische creatie)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Ensemble Nikel : Gilles Doneux, Stefan Prins, Marco Momi, Clemens Gadenstaetter
Maandag 18 maart 2013 om 20.00 u
La Raffinerie - Sint-Jans-Molenbeek

Manchesterstraat 21
1080 Sint-Jans-Molenbeek

Meer info : www.arsmusica.been www.ensemblenikel.com

Extra :
Gilles Doneux op www.memm.be en youtube
Stefan Prins : www.stefanprins.be, www.matrix-new-music.be en youtube
Marco Momi : www.marcomomi.com, brahms.ircam.fr en youtube
Clemens Gadenstätter : www.gadenstaetter.info, www.composers21.com en youtube

Elders op Oorgetuige :
Play Time : Ars Musica en de speeltuin van de hedendaagse muziek, 4/03/2013

Beluister alvast Marco Momi's Ludica II, gespeeld door Ensemble Nikel in Tel Aviv (2009)

21:51 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

De commentaren zijn gesloten.