15/03/2013

Feestconcert Brussels Philharmonic met wereldcreatie van Michel Tabachniks tweede vioolconcerto in Flagey

Michel Tabachnik Het Feestconcert 'Flagey 75' van Brussels Philharmonic staat helemaal in het teken van de creatie. Naast de wereldpremiere van Michel Tabachniks Genese II met concertmeester Otto Derolez als solist staat ook een herneming van een historische creatie op het programma: Béla Bartóks' Concerto voor Orkest', dat op 29 mei 1945 zijn Europese première vierde o.l.v. de Brusselse dirigent Franz André. 

Michel Tabachnik staat in België vooral bekend als chef-dirigent van Brussels Philharmonic. Maar weinigen weten dat hij internationaal ook als auteur en componist bekend is. Zijn werken worden over heel Europa gespeeld, dit seizoen onder meer op de Biennale di Venezia en het Musica Festival Strasbourg. Zijn eerste vioolconcerto werd in 2010 uitgevoerd door het Noord Nederlands Orkest. Zijn tweede vioolconcerto, Genèse, heeft Tabachnik opgedragen aan Otto Derolez, sinds 1999 concertmeester van Brussels Philharmonic.

Otto Derolez voerde in de loop van zijn carrière al verschillende hedendaagse vioolconcerto’s uit: onder meer het Vioolconcerto van Jeroen D’hoe (in 2000, met VRO/Brussels Philharmonic olv Bjarte Engeset), het Vioolconcerto “Die Vlinder” van Boudewijn Buckinckx (in 2002, met VRO/Brussels Philharmonic olv Etienne Siebens), de Belgische creatie van “Corale su Sequenza VIII” van Luciano Berio (in 1996, met de Beethoven Academie olv Lucas Vis), en de Belgische creatie van het Vioolconcerto van John Adams (in 2005 met deFilharmonie olv Ed Spanjaard). Met Genèse van Michel Tabachnik is hij dus niet aan zijn proefstuk toe. Toch blijft de creatie van een nieuw werk een hele uitdaging.

 Otto Derolez, solist viool: "Genèse is een apart werk omdat het in een heel eigen muzikale taal geschreven is. Als er in dit Concerto dan toch één element te vergelijken is met de klassieke vioolconcerti, dan is het wel de relatief traditionele behandeling van de viool op zich. Dit is het enige domein waar de componist een klassieke verhouding houdt tussen de solist en zijn instrument."

Geen avant-garde technieken, geen kwarttonen, geen oneindige hersenspinsels over het 'anders' gebruiken van het instrument. Op dit vlak is dit werk een, misschien wel verademende, teruggrijpen naar het verleden - hoewel het totale klankbeeld met het orkest zeer actueel is. Een uitgebreide slagwerksectie (we merken vooral het gebruik van meerdere exotische instrumenten op) in combinatie met een zeer gediversifieerde en bijna uiteengerafelde strijkerssectie zorgen voor een bijzonder interessant klankspectrum, waarboven de viool vrij, bijna improvisatorisch, soleert.

De sfeer die het begin van het werk oproept knoopt aan bij een vergeten Weense nostalgie, maar ontwikkelt zich al snel tot een zeer eigentijdse klanksfeer, via niet aflatende, ritmische, overactieve cellen met enorme tessituursprongen,.

Daar waar de thematische inhoud van Genèse de mysteries opzoekt rond het ontstaan van de aarde, daar waar fysica en geschiedenis elkaar bijna raken, ligt de artistieke uitdaging van dit werk in het vinden van een synergie tussen enerzijds het overmeesteren van fysisch quasi onoverbrugbare grepen, en anderzijds de spirituele uitdrukking van het zich onttrekken aan elke wereldse materie."

Naast de wereldpremiere van Genèse II staat die avond ook een herneming van een historische creatie op het programma: Béla Bartóks' Concerto voor Orkest', dat in 1945 zijn Europese premiere vierde, uitgevoerd door de voorloper van Brussels Philharmonic, het toenmalig 'Groot Omroepsorkest'. <

Terwijl Darius Milhaud al van vóór 1936 in het Brusselse muziekleven te gast was, kwam de Hongaarse componist Béla Bartók dankzij het NIR in 1937 voor de eerste keer naar Brussel. Aanleiding voor dit eerste bezoek was het ‘Groote Woensdagavondconcert’ dat Collaer in zijn eerste concertseizoen integraal wijde aan het werk van Bartók. Bartók trad zelf aan als solist in zijn Concerto n° 2 voor piano en orkest en was erg lovend over het Groot Symfonie-Orkest (de illustere voorganger van Brussels Philharmonic): "een uitstekend orkest. Hoe deze mensen van het blad spelen, is verbazend…" Op een moment waarop Bartók in eigen land bekritiseerd werd, en andere grote steden nauwelijks belangstelling hadden voor zijn oeuvre, was er in Brussel een schare aan vertolkers en organisatoren die zijn werk promootten. Zo verzorgde het Groot Symfonie-Orkest op 29 mei 1946 de Europese creatie van het Concerto voor orkest in Parijs.

Programma :

  • August De Boeck, Rhapsodie Dahoméenne
  • Béla Bartók, Concerto voor orkest
  • Michel Tabachnik, Concerto pour violon Nr. 2 'Genèse'
  • Darius Milhaud, Scaramouche

Tijd en plaats van het gebeuren :

Brussels Philharmonic & Otto Derolez : De Boeck, Bartók, Tabachnik, Milhaud
Vrijdag 15 maart 2013 om 20.00 u
(inleiding door Vincent Verelst om 19.30 u)
Flagey - Brussel
H.-Kruisplein
1050 Elsene (Brussel)

Meer info : www.flagey.be en www.brusselsphilharmonic.be

Extra :
Michel Tabachnik: tabachnik.org, www.brusselsphilharmonic.be, nl.wikipedia.org en youtube

00:40 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

De commentaren zijn gesloten.