10/01/2013

Palimpsest : hedendaagse componisten op het pad der recyclage

Petra Vermote Een palimpsest is een hergebruikt stuk perkament dat als manuscript dienst deed. De bovenste laag ervan werd afgeschraapt zodat het kostbare materiaal opnieuw beschreven kon worden. Anders is het gesteld met het 'overschrijven' dat tal van componisten toepassen op eigen werk. Soms verschijnt de 'oudere' partituur in een nieuw licht, zoals bij Luc Brewaeys' 'Painted Pyramids', waar een werk voor piano solo een polychrome inkleuring krijgt. Petra Vermote (foto) recycleert klanken, instrumentale timbres en akkoorden die ze spectraal analyseert ('Re-search') en andermaal verwerkt om er nieuw werk mee op te bouwen ('Re-Architecture'). Voor Luciano Berio is het schrijven van een nieuwe partituur met hetzelfde materiaal de beste manier om muziek te ontleden. In zijn 'Chemins II' laat hij de oorspronkelijke 'Sequenza VI' voor altviool solo intact maar voorziet hij haar van een instrumentale commentaar die de verborgen lagen van het origineel reveleert. Bij Wolfgang Rihm is het schilderkunstige een constante inspiratiebron voor zijn compositorisch werk: hij brengt in 'Male über Male' laag boven laag aan "met een expressie die de luisteraar bespringt als een wild dier, naakt en onbehouwen", aldus Jörg Widmann voor wie Rihm het werk componeerde.

Wolfgang Rihm (1952) behoorde tot een nieuwe generatie Duitse componisten die in de jaren '70 het strenge constructivisme van de Darmstadt avant-garde uit de naoorlogse jaren achter zich wilde laten, zonder dat evenwel te verloochenen. Terwijl er meteen na de Tweede Wereldoorlog in de nieuwe muziek geen plaats leek voor emoties en traditie, opende deze jonge generatie terug de deuren voor een expressieve geladenheid vol historische allusies. In deze verbreding van de modernistische esthetiek speelde Rihm een belangrijke rol. Hij volgde niet alleen les bij boegbeelden van de moderniteit, waarvan de bekendste ongetwijfeld Karlheinz Stockhausen was, maar raakte zelfs intiem bevriend met Luigi Nono. Het was vooral diens late werk, met zijn sterk gebroken karakter, dat Rihm inspireerde. Meer dan eens bouwde Nono een nieuw werk op vanuit de brokstukken van één van zijn voorgangers. Op die manier wilde hij het onuitputtelijke reservoir aan mogelijkheden inherent aan hetzelfde basismateriaal tonen. Ook Rihm nam dat principe ter harte en begon aan de exploratie van één of meerdere kernideeën die hij dan uitwerkte in verschillende composities. Zelf spreekt hij van 'Übermalung'. Daarmee verwijst hij ongetwijfeld naar de Oostenrijke kunstschilder Arnulf Rainer, wiens oeuvre grotendeels bestaat uit overschilderingen van eigen en vreemde schilderijen, zoals de beroemde overschilderde Jezusportretten. Op een zelfde wijze begon Rihm nieuwe lagen toe te voegen aan bestaande muziek en wist op die manier verrassend nieuwe composities te creëren. Zo veranderde 'et nunc' voor blazers en percussie met een nieuwe strijkerspartij in 'Vers une symphonie fleuve', en zijn in 'Jagden und Formen' drie vroegere werken tot één nieuw geheel gesublimeerd. 'Male über Male' wijst alleen in zijn titel reeds terug naar dit proces. Het werk bestaat in twee versies, waarbij in de tweede versie een aantal nieuwe partijen het instrumentale discours dat rond de soloklarinet geweven is, komen verrijken. Was de eerste versie reeds uiterst verfijnd qua klankkleurdifferentiatie, dan laten de extra partijen in 'Male über Male II' de componist toe nog eens extra kleurlagen en subtiele schakeringen aan te brengen. Toch is het onmogelijk weg te zinken in deze woeste oceaan van klankkleuren. Daarvan weerhoudt de felle expressie de luisteraar. Zoals Jörg Widmann, de uiterst begaafde klarinettist voor wie Rihm dit werk schreef, zeg t: "de expressie bespringt de luisteraar als een wild dier: naakt en onbehouwen".

Ook de Italiaanse componist Luciano Berio (1925-2003) beschouwde transcriptie als een bijna noodzakelijke eerste stap in bet compositieproces. Transcriberen stond voor hem dan ook niet zomaar gelijk aan kopiëren, maar het was daarentegen een in essentie creatieve aangelegenheid. Bovendien beschouwde Berio een transcriptie als bet analysemiddel bij uitstek. De beste manier om een werk te analyseren en te becommentariëren, zo zei hij, was een nieuw werk te schrijven dat materiaal ervan ontleent. Op die manier ontstaat een creatieve exploratie van een compositie die tegelijkertijd een analyse, een commentaar en een uitbreiding ervan vormt. Dit principe paste Berio in eerste instantie toe op eigen werk. Zo keerde hij in de 'Chemins' terug naar zijn bekende 'Sequenza's', een reeks uiterst virtuoze solowerken waarin de klankwereld van één bepaald instrument telkens volledig wordt ontgonnen. In de 'Chemins' wordt telkens één van deze solowerken zelf aan een verder onderzoek onderworpen in de vorm van een nieuw gecomponeerde commentaar door een ensemble. Berio voorziet het origineel van een extra instrumentale laag, die het in een nieuw perspectief plaatst, het uit evenwicht brengt om het uiteindelijk een nieuwe balans te laten vinden. Niet alleen vertoont de oude solopartij zich daarbij in een geheel nieuw licht, als een 'objet trouvé' in een vreemde context, het ensemble brengt bovendien processen naar boven die in de solopartij reeds verborgen of samengebald aanwezig waren maar nu pas op de voorgrond kunnen treden.

'Chemins II' bouwt verder op de dichte harmonische klankcomplexen van de 'Sequenza VI' voor altviool. In deze 'Sequenza' had Berio nog datzelfde jaar, in 1966, getracht de indruk van een polyfoon klankweb te bereiken op een instrument dat daar niet bepaald voor in de wieg gelegd was. Middels zeer nerveuze maar brede tremolo-figuren wist hij dit uiteindelijk toch te bereiken. De graduele harmonische transformatie die de altviool op deze manier beschrijft wordt in 'Chemins II' verder ingekleurd en geëchood door het toegevoegde ensemble. Na een tijdje werpen de ensemblemuzikanten deze begeleidende rol evenwel van zich af en ontpoppen ze zich tot zelfstandige acteurs die een eigen bijdrage leveren tot het discours van de vroegere solist. Tegen het einde van het stuk zijn de rollen dan ook omgedraaid en lost de altviool volledig op in ensembletexturen. Meteen na de première voegde Berio nog een orkestpartij toe aan deze compositie, en zo ontstond 'Chemins III'. Wederom nog geen jaar later destilleerde hij vanuit 'Chemins II' tevens een zelfstandige orkestpartituur, 'Chemins IIb', die hij dan later nog voorzag van een basklarinetpartij, 'Chemins IIc'. De componist zelf vergelijkt deze vier 'Chemins II' composities en de 'Sequenza VI' met de verschillende lagen van een ui: "het zijn elk afzonderlijke lagen, die toch in extreme mate door elkaar en naar elkaar toe gevormd zijn. Iedere nieuwe laag zal wederom een nieuwe laag om zich heen creëren, en krijgt daardoor meteen ook zelf een andere functie."

Het wroeten in andermans of eigen vroeger werk blijkt ook bij componisten van bij ons populair. De Vlaamse componiste Petra Vermote (1968) schepte er reeds van bij het prille begin van haar compositorische carrière plezier in citaten uit andere klassieke werken in haar oeuvre te introduceren, vaak zonder dat de luisteraar zich daarvan bewust was. Vermote onderwierp deze werken eerst aan een diepgaande analyse en bracht ze vervolgens in haar eigen werk binnen in de vorm van precies geselecteerde toonhoogtesets. Zulk een verzameling van een aantal welbepaalde toonhoogtes zorgde namelijk binnen de atonale toonspraak van Vermote voor coherentie. Vaak stond de luisteraar dan aan het einde van zo'n compositie perplex bij het horen van een hem bekend citaat, dat evenwel prachtig was voorbereid geworden door een steeds terugkerende toonhoogteset die het basismateriaal van dit citaat reeds in zich bevatte. Voor 'Re-Arch' besloot Vermote echter om eens dieper in haar eigen werk te gaan graven. Ze gooide het dan ook meteen over een heel andere boeg. Aangezien haar muziek gekenmerkt wordt door een uiterst gedifferentieerd gebruik van klankkleuren, wilde ze graag dit timbrale aspect aan een diepere analyse onderwerpen. In samenwerking met het Centre Henri Pousseur maakte Vermote daarom spectraalanalyses van fragmenten uit vier vroegere werken van haar. De uitkomst van deze analyses, in de vorm van complexe akkoordopeenstapelingen die de oorspronkelijke klankspectra (één of meerdere tonen met hun respectievelijke boventoonstructuren) weergeven, gebruikte ze vervolgens als basismateriaal voor haar nieuwe compositie. Het merendeel van deze fragmenten vervormde Vermote bovendien met behulp van het programma AudioSculpt. Ze filterde bijvoorbeeld de bovenste boventonen van een bepaald spectrum weg, of maakte een geleidelijke overgang van alleen de lage boventonen naar alleen de hoge boventonen. Op die momenten waar in de originele composities akkoorden veranderen of de bezetting varieert, en er met andere woorden een verandering in de klankspectra plaatsvindt, zette ze haar overeenkomstige analyses om in ritmische structuren, met als resultaat vaak uiterst grillige ritmes. Door de verwerking van al deze spectraalanalyses, die nu in een nieuwe compositie met andere tonen en met elkaar gecombineerd worden, ontstaan bovendien wederom nieuwe toonspectra, die op hun beurt interessant voer voor spectraalanalyses zouden vormen. Op die manier creëert Vermote met 'Re-Arch' een geheel nieuwe compositie volledig gebaseerd op oud materiaal, dat evenwel bijna nergens nog als dusdanig herkenbaar is.

Deze werkwijze herinnert in vele opzichten aan het Franse spectralisme en één van de Belgische exponenten daarvan, Luc Brewaeys (1958). Toen die begin jaren '80 kennis maakte met de Franse componist Tristan Murail, één van de pioniers van de 'musique spectrale', waren de gevolgen daarvan meteen duidelijk hoorbaar in zijn muzikale output. Rond 1974 was men voor bet eerst op het idee gekomen de boventoonspectra van klanken als basis voor de opbouw van akkoorden te gebruiken. Op die manier wilde de spectrale school de grens tussen harmonie (toonopeenstapelingen als akkoorden) en klankkleur (toonopeenstapelingen als timbres) laten vervagen. Het resultaat daarvan was een uiterst statische, haast homogene muziek waarin één liggende grondtoon stelselmatig wordt 'ingekleurd' met andere tonen die men uit het boventoonspectrum van een klank selecteert. De zeer subtiele harmonische verfijning die daarvan het gevolg is, is één van de basiskenmerken van de muziek van Brewaeys, die bij hem echter hand in hand gaat met een vaak exuberante, haast theatrale schrijfwijze. Ook 'Painted Pyramids' getuigt van deze bijzondere combinatie. Het werk vormt een commentaar op een vroeger pianowerk, 'Pyramids in Siberia', dat Bewaeys bijna dertig jaar eerder in 1989 had geschreven. Dit uiterst virtuoze werkje, dat als geen ander Brewaeys' schatplichtigheid aan één van zijn leermeesters - Bryan Ferneyhough, grootmeester van de 'New Complexity' - verraadt, heeft Brewaeys integraal behouden in het nieuwe, uitgebreide werk. Maar hij voorziet de originele pianopartij van tal van kleuringen die verzorgd wordien door een ensemble van vijf muzikanten. Daarbij selecteert Brewaeys uiterst zorgvuldig bepaalde harmonischen uit de pianopartij, die dan in het ensemble verder uitgewerkt worden. De erfenis van het spectralisme is hier met andere woorden nog duidelijk aanwezig. Bovendien worden al deze instrumentale klanken in real time verwerkt en bewerkt door middel van live electronics. Drie ringmodulatoren zorgen voor extra kleuringen door de som- en verschiltonen van twee geselecteerde instrumentale bronnen te laten weerklinken. Deze nieuw samengestelde tonen leveren soms een ietwat bevreemdende klank op, maar geven het geheel tegelijkertijd een magische dimensie. Waar we bij een palimpsest veelal niet weten welke tekst er oorspronkelijk onder de huidige schuilging en beide lagen zich dus als twee vreemden tegenover elkaar verhouden, lijken de verschillende lagen in Brewaeys' 'Painted Pyramids' bij momenten in een betoverende harmonie met elkaar te versmelten.

Programma :

  • Wolfgang Rihm, Male über Male II (2000-08)
  • Petra Vermote, Re-Arch (wereldcreatie-2012)
  • Luc Brewaeys, Painted Pyramids (2008)
  • Luciano Berio, Chemins II (1967)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Spectra Ensemble : Palimpsest
Woensdag 16 januari 2013 om 20.00 u
(inleiding door Pauline Driesen om 19.15 u)
deSingel - Antwerpen
Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info : www.desingel.be en www.spectraensemble.com

Bron : tekst Pauline Driesen voor het programmaboekje deSingel, 2013

Extra :
Wolfgang Rihm op www.universaledition.com, www.composers21.com en youtube
Dossier Wolfgang Rihm op beckmesser.de
Wolfgang Rihm (1951 - ): Wars van minimalisme en neosensibiliteit op www.musicalifeiten.nl
Petra Vermote : www.petravermote.be, www.matrix-new-music.be en youtube
Luc Brewaeys : www.lucbrewaeys.com, www.matrix-new-music.be en youtube
Luciano Berio op www.compositiontoday.com, www.themodernword.com, brahms.ircam.fr en youtube
Portret Luciano Berio, J-L Plouvier op www.ictus.be
Luciano Berio (1925 - 2003): Duivelskunstenaar, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl


Elders op Oorgetuige :
Muziek is een levensproces : interview met Wolfgang Rihm, 7/12/2007

Beluister alvast Wolfgang Rihms Male über Male II



en Luciano Berio's Chemins II

16:28 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

De commentaren zijn gesloten.