08/10/2012

Warped Time Ensemble zet Schönbergs legendarische Pierrot Lunaire in de kijker

Arnold Schönberg Een eeuw geleden, bijna dag op dag, werd Arnold Schönberg's legendarische Pierrot Lunaire gecreëerd, een bizar melodrama voor Sprechstimme en ensemble dat tot op heden tal van musici blijft intrigeren. Enkele ManaMa-studenten van het Gentse Conservatorium besloten dit honderdjarig bestaan in de kijker te zetten. Met Anna Pardo Canedo (Sprechstimme), Lukas Huisman (piano), Claudia Ibarra (viool), Annelies Heyvaert (fluit), Sabine Schmitz (klarinet), Eline Duerinck (cello) en Benjamin Glorieux (direktie), samen het Warped Time Ensemble.

Pierrot Lunaire heeft, in zijn honderdjarig bestaan een dermate grote invloed uitgeoefend op componisten, uitvoerders en teoretici uit allerhande strekkingen, dat we ons beperken tot een summiere samenvatting van het historisch belang van dit stuk. Op 12 maart 1912 begon de Weense componist en muziektheoreticus Arnold Schönberg (1874-1951), in opdracht van zangeres-cabaretière Albertine Zehme, te schrijven aan wat wellicht zijn meest befaamde opus zou worden: een liedcyclus voor mezzosopraan en instrumentaal ensemble op 21 gedichten van de Belgische dichter Albert Giraud. Die had in 1884 een serie van 50 gedichten gewijd aan Pierrot, de archetypische clown uit de Commedia dell' Arte. De Duitse dichter Otto Erich Hartleben publiceerde er in 1892 een vrije bewerking van in het Duits, en distilleerde daar een cyclus van 21 gedichten uit, waarvan 2 geheel door hemzelf werden geschreven. Hij wijzigde de volgorde, liet enkele personages weg en publiceerde de bundel tot slot onder de titel Pierrot Lunaire, vrij vertaald: 'De Maanzieke Pierrot'.

De bundel bestaat uit 3 groepen van telkens 7 gedichten. In de eerste groep zingt Pierrot voornamelijk over liefde, seks en religie. In de tweede groep zijn geweld, misdaad en heiligschennis aan de beurt. De derde groep verhaalt over zijn terugkeer naar Bergamo en het historisch verleden dat hem, als zinnepop, onvermijdelijk op de hielen zal blijven zitten. De macabere, symbolistische gedichten zijn geschreven in een specifieke rondo-vorm waarin per gedicht steeds de eerste, middelste en laatste regel ongeveer gelijk zijn.
 
Pierrot Lunaire werd door Schönberg getoonzet als een liedcyclus/melodrama waarin de grens tussen ernst en spot nauwelijks meer te trekken valt. Uit 's mans dagboekfragmenten komen we te weten dat hij er op een volstrekt onregelmatige basis en vaak in totale bezetenheid aan moet gewerkt hebben. Soms liet hij het manuscript wekenlang ongemoeid, dan weer componeerde hij 48 uur aan een stuk door.

De verteller in Pierrot Lunaire (een ongespecifieerd stemtype, dat doorgaans door een sopraan wordt vertolkt) 'zingt' van begin tot einde in de karakteristieke Sprechgesang-stijl. Dit is een zangtechniek die zich, zoals de term aangeeft, situeert tussen spreken en zingen in. De zangpartij is volledig van noot tot noot genoteerd, maar de zanger kan, na het aanzetten van de voorgeschreven toonhoogte, naar boven of beneden afbuigen waardoor een vrij natuurlijk spreektimbre wordt benaderd. Door de atonale, uiterst expressionistische muziek komen de gedichten, al dan niet met de walmen van het Duitse cabaret nog om zich heen, buitengewoon goed tot leven.

Het werk is atonaal, maar een consequente twaalftoonsreeks valt nergens in Pierrot te bespeuren. Voor een strikt systematisch toepassen van de reekstechniek en de (ronduit kortzichtige) boutade dat de hegemonie der Duitse muziek voor de komende 100 jaar festgestellt ist, moeten we bij Schönberg nog 8 jaar wachten.

Op 9 juli werd het manuscript voltooid en de première van het 40 minuten durende melodrama vond, na niet minder dan 40 repetities, plaats in de Choralion-Saal in Berlijn. Dat was op 16 oktober 1912 met, zoals afgesproken, Albertine Zehme in de rol van Pierrot. De reacties van het publiek waren gemengd. Anton Webern was erbij en rapporteerde veelvuldig gelach, gemompel en hier en daar onverholen verontwaardiging. De tweede keer dat het stuk werd gespeeld, was het een regelrecht succes. Luttele jaren later omschreef Igor Stravinsky, Schönberg's tijdgenoot (en uitgesproken rivaal) Pierrot Lunaire als 'the Solar Plexus of modern music'.

Schönberg had een bijzondere voeling met (muzikale) getalsymboliek en werkte dit uit in vele facetten van de kompositie: gebruik van 7-toonsmotieven, 7-tonige akkoorden, een ensemble dat -inklusief dirigent- uit 7 mensen bestaat, ... Het stuk is tevens zijn 21ste opus, bevat 21 gedichten en werd begonnen op 12 maart (3) 1912. Andere sleutelgetallen zijn 3 en 13; elk gedicht bestaat uit 13 verzen (2 stanza's van 4 en een stanza van 5 verzen) waarbij het eerste vers van elk gedicht 3 maal voorkomt, op respektievelijk lijn 1, 7 en 13. Muzikaal gezien hanteert de komponist tal van klassieke vormen en technieken waaronder canon, fuga, rondo, passacaglia en vrij contrapunt. In het ensemble zelf zorgt hij voor een doorlopende variatie van de ingezette instrumenten, dat alles volledig in het teken van de klank- en toonsymboliek.

Pierrot is een werk met vele onderliggende paradoxen: de musici worden zowel als solisten én als orkest ingezet, Pierrot is zowel held als underdog, de zang is evengoed spraak, het cabaretgehalte ligt even hoog als het kunstliedgehalte, en het geheel is zowel theater- als concertstuk. Pierrot's rol is mannelijk, maar wordt steevast door een vrouw vertolkt, die op zijn (haar?) beurt switcht tussen de eerste en derde persoon. Pierrot zingt met andere woorden afwisselend uit en over zichzelf. Tegenwoordig is Pierrot Lunaire een standaardwerk van de modern-klassieke muziek.

Een iets andere -vroegere- Schönberg komen we tegen in de Brettl Lieder (letterlijk: cabaretliederen) uit 1901. Het zijn 8 licht expressionistische stukken voor stem en klein ensemble die hij schreef voor Ernst von Wolzogen's Buntes Theater, een lokaal gezelschap in Berlijn. Nog vrij tonaal van aard, blinken ze vooral uit in humor, sarkasme en een bijzonder eigen gevoel voor Schwung (een ervan handelt over een verliefd stelletje dat over Cupido in eigen persoon als koetsier beschikt). De teksten zijn van de hand van Frank Wedekind, Emmanuel Schikaneder, Hugo Salus en Richard Dehmel. Schönberg poogde erin om grootwereldse opvattingen aan de man te brengen met een bewust eenvoudig gehouden toonspraak.

Het programma wordt aangevuld met de creatie van 'Pierrots Lunar Escape' van Jeroen De Brauwer. De Brauwer (1983) studeerde compositie en muziektheorie aan het conservatorium van Gent bij o.a. Dirk Brossé, Daniel Gistelinck en Filip Rathé. In 2011 studeerde hij af met grote onderscheiding. Een zekere theatraliteit valt steeds te bespeuren in zijn werk, zowel instrumentaal als vocaal. Slechts een weinig kan het verbazen dat muziektheater dan ook een grote voorkeur geniet binnen zijn schrijven. Tot dusver schreef hij muziek voor vier theaterproducties waaronder Parkeerterreinenblues (2007) en Al di Miseria (2011).

Programma :

  • Arnold Schönberg, Pierrot Lunaire, opus 21, (Dreimal sieben Gedichte aus Albert Girauds Pierrot Lunaire)
  • Arnold Schönberg, Brettl Lieder
  • Jeroen De Brauwer, Pierrots Lunar Escape (creatie)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Warped Time Ensemble : Schönberg, Jeroen De Brauwer
Donderdag 11 oktober 2012 om 20.00 u
Logos Tetraëder - Gent

Bomastraat 26-28
9000 Gent

Meer info : www.logosfoundation.org

Ook te zien op zondag 14 oktober 2012 in Muziekcentrum De Toonzaal in 's-Hertogenbosch (NL)

Elders op Oorgetuige :
Gradus ad Parnassum : Tine Allegaert en Lukas Huisman brengen études voor pianoduo van Jeroen De Brauwer, 7/10/2011

Bekijk alvast dit fragment uit Arnold Schönberg's Pierrot Lunaire

12:43 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

De commentaren zijn gesloten.