23/07/2012

Ensemble 21 brengt twee werken van Arvo Pärt tijdens Midis-Minimes

Arvo Pärt Op welke manier actuele muziek beleven en doen leven? Vanuit de overtuiging dat muziek vooral een levende kunst moet blijven, dicht bij de mensen, proberen de leden van het Ensemble 21 elementen bij te dragen tot het beantwoorden van deze vragen. Vastberaden in de openheid en de gerichtheid naar de toekomst, zet het Ensemble 21 (in 1999 opgericht) zich ten volle in om nieuwe en voornamelijk Belgische composities bekend te maken, maar vertolkt daarnaast ook de klassieken van de 20ste eeuw. Voor Midis-Minimes brengt het ensemble twee werken van de Estse componist Arvo Pärt.

Sinds midden jaren tachtig kent de muziek van Arvo Pärt (1935 ) een ongekend succes. Werken als 'Passio', 'Fratres' en 'Tabula Rasa' behoren tot de best verkochte 'klassieke' muziek. Pärts klankwereld is die van het Gregoriaans, van de 'paralelle organa' van Leoninus en Perotinus uit de middeleeuwse muziek en van vroege renaissance componisten zoals Josquin Desprez. Een van de belangrijkste drijfveren in het werk van Pärt is de religieuze: de schuldbelijdenis en het lijden der mensheid. Met componisten als Kantsjeli en Gorecki, die een vergelijkbare eenvoudige structuur in hun muziek kennen, wordt hij daarom gerekend tot de voormannen van de zogenaamde nieuwe spirituele muziek.

Toch hanteerde Pärt in de eerste tien jaar van zijn componistenloopbaan ook elementen uit de toen heersende moderne compositietechnieken zoals het serialisme en de invloeden van John Cage. Na een jarenlange bezinning ("een zoektocht vol twijfel") schreef hij het korte repetitieve pianowerk 'Für Alina' in 1976 en veranderende zijn muziek daarmee fundamenteel. Hij begon de zogenaamde tintabulli (bel- of klok-)techniek toe te passen waarin variaties van drieklanken een hoofdrol spelen op een essentieel ander manier dan binnen de tonaliteit. In 1976 en 1977 volgden nog drie verrassende werken: 'Tabula rasa', 'Fratres' en 'Cantus in memory of Benjamin Britten'. Allemaal unieke voorbeelden van Pärts geladen minimalisme. 'Fratres' van een jaar later, is een al even somber werk, waarin een koraalachtige melodie wordt herhaald tegen een achtergrond van het gegons van een kwint. Een incidentele paukenslag ondersteept het proceskarakter van het werk en de titel suggereert iets van een kloostersfeer. Het werk was oorspronkelijk bedoeld voor het Estse ensemble voor oude muziek Hortus Musicus, maar Pärt maakte er later diverse arrangementen van.

Arvo Pärt kreeg zijn eerste muzieklessen toen hij zeven jaar oud was. Hij volgde een opleiding aan het conservatorium in Tallinn vanaf 1957, waar hij les kreeg in compositie van Heino Eller en waar hij in 1963 ook afstudeerde. Zijn eerste composities, waarin invloeden te horen zijn van Béla Bartók, Sergej Prokofjev en Dmitri Sjostakovitsj, dateren uit zijn studietijd. Voor zijn eerste orkestrale compositie, genaamd Necrolog, gebruikte hij de twaalftoontechniek van Arnold Schönberg, maar dit bezorgde hem veel kritiek van het conservatieve Sovjetregime. Na zijn studie kreeg hij een baan bij een radiostation in Estland. Daarnaast ging hij door met componeren. Pärt experimenteerde na zijn studie met diverse compositietechnieken en schreef aanvankelijk vooral seriële muziek.

Volgens zijn biograaf Paul Hillier raakte hij hierna in een spirituele en professionele crisis. Hij ging op zoek naar andere muziek en bestudeerde Gregoriaanse muziek, de opkomst van de polyfonie in de Renaissance. In die tijd trad hij toe tot de Russisch-orthodoxe Kerk. In 1968 componeerde hij het werk Credo, daarna trok hij zich een tijd terug en bestudeerde hij Middeleeuwse muziek, waaronder die van Franse en Vlaamse componisten als Josquin Des Prez, Guillaume de Machault, Jacob Obrecht en Johannes Ockeghem.

In 1971 maakte hij zijn rentree met Symfonie nr. 3, waarbij de polyfonische structuur kan worden herleid tot de Nederlandse componisten en die elementen van Middeleeuwse zowel als van Barokmuziek in zich draagt. Na deze periode sloeg Pärt een andere weg in. Hij begon muziek te maken die hij zelf tintinnabular noemt, ( uit het Latijn tintinabuli, kleine bellen) muziek die klinkt als het geluid van bellen of klokken. Deze muziek wordt gekenmerkt door simpele harmonieën, vaak ook door enkele noten of drieklanken die volgens de componist als bellen klinken. Het eerste stuk waarin hij van deze techniek gebruik maakt is Für Alina, een pianowerk uit 1976. Daarna volgden de drie werken die tot op heden toe het meest bekend zijn: Fratres, Cantus In Memory Of Benjamin Britten, en Tabula Rasa. Estland was vanaf 1944 tot en met 1991 bezet door Rusland. In 1980 verliet Pärt Estland en emigreerde hij naar Wenen. Eén jaar later verruilde hij de Oostenrijkse hoofdstad voor West-Berlijn, waar hij momenteel nog steeds woont. Sinds zijn vertrek uit de Sovjet-Unie schrijft Pärt veel religieuze werken, vaak in opdracht van koren en kathedralen. In 2003 ontving hij de Contemporary Music Award. In 2008 ontving hij de Deense Léonie Sonning-prijs.

Programma :

  • Arvo Pärt, Es sang vor langen jahren
  • Arvo Pärt, Stabat Mater (1985)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Ensemble 21 : Arvo Pärt
Vrijdag 27 juli 2012 om 12. 15 u
Koninklijk Conservatorium Brussel

Regentschapsstraat 30
1000 Brussel

Meer info : www.midis-minimes.be en www.ensemble21.be

Extra :
Arvo Pärt op www.musicolog.com en youtube
Arvo Pärt (1935 - ), Tintinambulist op www.musicalifeiten.nl

Elders op Oorgetuige :
Van de middeleeuwen tot de hedendaagse muziek : zomerse lunchconcerten in Brussel, Leuven en Waver, 28/06/2012
Stabat Mater : muziek als gebed, 31/07/2006

Beluister hier het eerste deel uit Arvo Pärts Stabat Mater

21:12 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

De commentaren zijn gesloten.