22/06/2012

Het Collectief brengt twee uit de kluiten gewassen werken uit het 20ste-eeuwse kamermuziekrepertoire in Leut

Gérard Grisey In Maasmechelen staat Het Collectief voor een stevige uitdaging: twee uit de kluiten gewassen werken die sterk met elkaar verwant zijn door hun bijzondere relatie met de tijd worden met elkaar geconfronteerd. Het 'Quatuor pour la fin du temps' (1941) is een apocalyptisch visioen dat Olivier Messiaen componeerde in krijgsgevangenschap. De componist geeft hier op een transcendente manier uitdrukking aan zijn katholieke geloof. Dankzij een aantal ingenieuze componeertechnieken krijgt het begrip 'eeuwigheid' een muzikale vertaling. In het nog vrij recente 'Vortex Temporum' (1996), of 'Maalstroom van de tijd', gebruikt Gérard Grisey (foto) een arpeggio uit 'Daphnis en Chloë' van Maurice Ravel. Hij manipuleert dat eenvoudige en herkenbare materiaal met behulp van alle mogelijke spectrale technieken en laat het rondtollen doorheen een zeskoppig ensemble. De luisteraar wordt meegevoerd in een roes en verliest zijn besef van tijd en ruimte ...

Vortex Temporum (1994-6) voor piano en 5 instrumenten (fluit, klarinet, viool, altviool en cello) van Gérard Grisey bestaat uit drie afzonderlijke delen, onderling verbonden door een kort interludium. Grisey is een 'spectralist': hij bouwt vanuit verschillende toonspectra zijn compositie op. Deze spectra bewerkt hij dan op een originele manier. Het veelvuldige gebruik van kwarttonen in alle instrumenten is daar een allereerste gevolg van. Ook in de piano worden vier noten anders gestemd. De compositie staat verder ook bol van verschillende speeltechnieken en speelwijzen bij blazers en strijkers. Het blazen met meer of minder lucht en toon in allerhande combinaties, en het voortdurend en snel veranderde gebruik van extreem sul ponticello naar extreem sul tasto bij de strijkers kleuren het geheel verder op bijzondere wijze.

Het eerste gedeelte van deel 1 is gebaseerd op de vorm van een sinustoon. Uit een motief afgeleid van de piccolopartij van "Daphnis en hloé" (Ravel) leidt Grisey een idee af, een 'Gestalt', die de vorm heeft van een sinustoon. Die 'Gestalt' wordt eerst aangebracht door de fluit, klarinet en piano, terwijl de strijkers zich in eerste instantie beperken tot het spelen van lange noten. Langzamerhand wisselen beide partijen motivisch materiaal uit.
"Vortex temporum" betekent "maalstroom van de tijd" en verwijst naar verschillende manieren om de tijd te gebruiken. De ritmische figuren die de blazers en de piano spelen, worden dan ook aan een maalstroom van veranderingen onderworpen. Het gebruik van steeds meer en complexere maatsoorten en spectrumveranderingen is hiervan de oorzaak. Je wordt hierdoor als het ware in de tijd gezogen, tot er een wervelende snelheid bereikt is en het niet meer verder kan.

Het tweede gedeelte is gebaseerd op de blokvorm (i.p.v. op de sinustoonvorm). De sfeer is rustiger. De strijkers spelen nu ritmisch en de andere instrumenten spelen lange noten die ze kleuren met speciale speeltechnieken. Ook hier veranderen de spectra, de boogvoering en de kleuren op exponentiële wijze. Dit gedeelte mondt uit in een moeilijke cadens voor de piano, het derde gedeelte. Grisey gebruikt nu een derde vorm voor de toon : een zaagtandvorm, en vermengt die ook met de andere twee vormen.

In het eerste interludium mogen de spelers (bij)geluiden maken. Het geluid van het omslaan van de bladen van de partituur bv. wordt ook m de compositie geïncorporeerd.

Deel II is traag en statischer in vergelijking met deel 1. In sommige passages verandert het tempo, soms geleidelijk, soms schokkend. De piano speelt van begin tot eind complexe akkoorden. Maar in die klankcomplexen zitten verschillende melodische lijnen verborgen, die een dilatatie of een uitbreiding zijn van Ravels motiefje. En ook qua klanksterkte is er beweging. De andere instrumenten spelen lange tonen, soms met glissandi. En opnieuw veranderen de spectra, en daardoor ook de kleuren.

Na het tweede interludium volgt deel III, als recapitulatie van deel 1. De vorm van de sinustoon keert terug in de fluit, de klarinet, de piano, maar nu veranderen de ritmes. De elementen uit het eerste deel worden nu ontwikkeld. Daarop volgt nog een interludium, i.p.v. een postludium, doordat Grisey oorspronkelijk nog een vierde deel gepland had.

Gérard Grisey, die bij Dutilleux en Messiaen gestudeerd heeft, goochelt dus met kleuren, spectra, ritmes en melodische modules. Bart Bouckaert gaat met de studenten op zoek naar kleur en leert hen bewust met kleuren om te gaan. En hij onderzoekt hoe ze de dikwijls moeilijke speeltechnieken, de kwarttonen, de maatwisselingen het beste uit kunnen voeren. Er zijn drie groepen uitvoerders, een per deel, waardoor meer studenten aan bod kunnen komen. De delen zijn trouwens vrij zelfstandig. Alleen deel drie kan niet afzonderlijk uitgevoerd worden.

Programma :

  • Gérard Grisey, Vortex Temporum
  • Olivier Messiaen, Quatuor pour la fin du temps

Tijd en plaats van het gebeuren :

Het Collectief : Grisey, Messiaen
Woensdag 27 juni 2012 om 20.15 u
Sint-Pieterskerk Leut

3630 Leut-Mmaasmechelen

Meer info : www.ccmaasmechelen.be en www.hetcollectief.be

Bron : Veerle Van Bouchaute in Publicaties KCB, Maandblad Maart 2009, p.20 - 21

Extra :
Gérard Grisey over Vortex Temporum op www.ictus.be
Gérard Grisey op brahms.ircam.fr en youtube
Interview met Gerard Grisey, David Bündler in 20th-Century Music, 1996 op www.angelfire.com

Elders op Oorgetuige :
Vortex Temporum : een spel met kleuren, 23/03/2009
Dubbelconcert Nadar & Ictus in Flagey en de Handelsbeurs, 26/01/2009
De Nieuwe Reeks : Vortex temporum, 16/12/2008
Gekleurde hallucinaties in de maalstroom van de tijd ( Vortex temporum), 28/04/2006

Beluister alvast het eerste deel uit Gérard Grisey's Vortex Temporum

15:42 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

De commentaren zijn gesloten.