11/03/2012

In het teken van Igor Stravinsky : Orchestre Royal de Chambre de Wallonie in de Académie royale de Belgique

Igor Stravinsky Het Orchestre Royal de Chambre de Wallonie komt voort uit de grote muzikale traditie en werd in 1958 opgericht door Lola Bobesco. Het is het oudste Belgische kamerorkest. Het werd geleid door dirigenten uit deze traditie maar ook door de nieuwe generatie dirigenten en trad op met de grootste solisten. Sinds 2003 geniet het orkest van de dynamiek en de faam van zijn muziekdirigent en chef-dirigent, Augustin Dumay. Maandag brengt het orkest o.l.v. Jean Thorel werk van Christophe Bertrand, Ken Ueno, Igor Stravinsky, Gilles Doneux en Julian Anderson.

Christophe Bertrand, Arashi voor altviool solo
"Mijn werk berust op een zekere opvatting van virtuositeit, de drager van een energie die de luisteraar moet bereiken om een soort communicatieve gekte te creëren." In die virtuoze frenesie gebruikt Christophe Bertrand relatief consonante harmonieën die steeds worden verstoord door micro-intervallen en in evenwicht worden gehouden door harmonische blokken en aggregaten geërfd van György Ligeti. Verstoorde ritmes, talrijke metrische superposities, vervormde homoritmie en het werken met herhaling en differentiatie vermijden synchrone beweging zonder dat de muzikale beweging en de dramatische opbouw aan helderheid inboeten. Bertrand is erg gehecht aan het schrijven voor instrumenten; de elektronica trekt hem niet aan. Nochtans bouwde hij aan het Ircam ervaring op in verschillende technieken (delay, harmonizer, crossed synthesis) die hij regelmatig toepast, maar dan op instrumenten.

Hij studeerde piano aan het Conservatoire de Strasbourg bij Laurent Cabasso en Michèle Renoul, kamermuziek bij Armand Angster en compositie bij Ivan Fedele. Zijn artistiek engagement leidde hem in 2001 tot de oprichting van het Ensemble In Extremis met studenten van het conservatorium. Hij kreeg opdrachten van het Ensemble Intercontemporain, het Festival de Lucerne, het Festival van Aix-en-Provence, het Beethovenfest in Bonn, het Orchestre National d’Ile de France, het Orchestre Philharmonique de Strasbourg, het Festival Musica, de Percussions de Strasbourg, van het Auditorium du Louvre, de Fondation André Boucourechliev, van Musicales in Colmar, van de Berlijnse Radio, de Franse Staat, van Accroche Note, Ensemble Musicatreize, en meerdere privé-mecenassen. In juni 2007 was hij laureaat van de Prix Hervé Dugardin van de SACEM, en van de Prix André Caplet van de Académie des Beaux-Arts (Institut de France). Hij was te gast in de Villa Médicis in 2008/2009.

Christophe Bertrand overleed op 17 septembre 2010, slechts 29 jaar oud. In 2010-11 werden nog creaties van hem gespeeld: Scales door het Ensemble intercontemporain, Diadème door het ensemble Accroche Note (op Musica) en Ayas, door het Orchestre Philharmonique de Strasbourg, dat ook Okhtor zal creëren. Arashi voor altviool is een uitbarstend stuk met een extreme virtuositeit dat Christophe Bertrand opdroeg aan Vincent Royer. Het werd in november 2011 gecreëerd op het Festival Musiques démesurées in Clermont-Ferrand.

Ken Ueno, Talus
Ken Ueno, componist, vokalist, improvisator en transdisciplinair kunstenaar is laureaat van de Prix de Rome 2006-2007 en de Prijs van Berlijn 2010-2011. Zijn muziek is schatplichtig aan de heavy metal zang in het lage register en de Tuva-keelzang, en werd beïnvloed door Europese instrumentale avant-gardetechnieken, het Amerikaanse experimentalisme en de sawari of ‘mooie klank’ van de traditionele Japanse muziek. Hij ziet zijn artistieke missie in het verdedigen van genegeerde of miskende klanken om aan het publiek hun muzikale potentieel te laten zien. Zijn muziek overstijgt de grenzen van de waarneming en betwist de klassieke schoonheidscanons. Ze baseert zich op een juxtapositie van uitersten: een viscerale energie geconfronteerd met een contemplatieve rust, van hyperactief tot lethargisch. Om de inherente kwaliteiten van de klank te laten horen wordt zijn muziek vaak versterkt. Als vocalist ontwikkelde hij heel wat technieken (di- en multifonische zang, keelzang, extreme registers, circulaire ademhaling) en werkte als improvisator met vele zangers samen. Doorheen zijn composities verkent hij de grenzen van een instrument. In eerste instantie stelt hij zich de klanken voor waarop hij met musici (zoals Wendy Richman, Tim Feeney, Hillary Zipper en Nathan Davis) wil werken om deze op hun eigen instrument te realiseren. Deze klanken worden vervolgens door computerprogramma’s geanalyseerd om een ‘person-specifi c’ muziek te creëren. De laatste jaren werkte hij samen met visuele en videokunstenaars en architecten aan trans-disciplinair werk. Ken Ueno is momenteel assistant professor aan de University of California, Berkeley.

Ken Ueno over Talus : "In de zomer van 2006 maakte mijn vriendin Wendy Richman een val van het podium in het Museum voor Hedendaagse Kunst van Massachusetts tijdens de repetities van David Langs opera Anatomy Theatre. Ze brak haar enkel, dijbeen en scheenbeen). Toen ze een kopie van haar radiografi e rondstuurde suggereerden de horizontale lijnen van de bouten in haar enkel mij onmiddellijk harmonische mogelijkheden. In het stuk komen effectief enkele harmoniëen voor die gegenereerd werden door een analyse van de radiografie.
Toen ik haar moed zag tijdens haar genezingsperiode herinnerde ik de vastberadenheid van mijn moeder toen ze moest herstellen van een ski-ongeval. Ze had drie knieligamenten gescheurd (ik moest een semester van de universiteit wegblijven om voor haar te zorgen). Mijn moeder was buitengewoon vastberaden om op dezelfde helling van Park City opnieuw te gaan skieën; een uitdaging die ze twee jaar geleden heeft doorstaan.
Zelf heb ik enkele fysieke letsels gehad en ik weet hoe ze een leven kunnen veranderen. Als gevolg van een kwetsuur als cadet op de West Point Academy werd het mij duidelijk dat ik het leger diende te verlaten. Zo ben ik componist geworden."

Gilles Doneux, Message delivery failed
Na het leren bespelen van verschillende instrumenten wendt Gilles Doneux zich tot de compositie en gaat in 2005 studeren aan het Koninklijk Conservatorium van Bergen. In 2010 behaalt hij er een master compositie in de klas van Claude Ledoux, en in 2011 een master klassieke schriftuur in de klas van Jean-Pierre Deleuze. Hij volgde er ook cursussen toegepaste muziek (muziek voor fi lm, theater, …) bij Denis Pousseur en Jean-Luc Fafchamps. In zijn werk probeert Gilles Doneux zijn interesse in sonore introspectie te verzoenen met een refl ectie over socio-culturele fenomenen. Hij ontving opdrachten van ensembles als Musiques Nouvelles, Nahandove, Sturm und Klang, Maîtrise de la Loire, het Festival de Wallonie en het festival Musicalta (Elzas). Buiten het klassieke circuit, heeft hij ook voor nieuwe creaties samengewerkt met regisseurs als Laurence Adam (Que du bonheur! 2004, Mais qu’est ce que j’ai fait de ma vie? 2006) ; Fabrica Piaza (Songe d’une nuit d’été 2007) en Isabelle Joniaux (L’oiseau bleu 2007).

Gilles Doneux over 'Message delivery failed' : " Voor deze compositie stelde ik me de vraag wat er kan gebeuren wanneer de boodschap tussen twee protagonisten niet of niet goed wordt overgebracht. Het werk is opgebouwd als een concerto grosso : een solistische groep, gevormd door strijkkwartet, dialogeert met het orkest. Die dialoog kan tot haar tegendeel verworden wanneer het sonore materiaal - dat probeert van het strijkkwartet tot bij het orkest te komen - een transformatie ondergaat en als het ware gefi lterd wordt bij elk van de overgangen van de ene groep naar de andere. De compositie bestaat dus uit een opeenvolging van verstoorde communicaties. In de plaats van de verderzetting van de dialoog onmogelijk te maken, creëert de transformatie een dynamiek; het parasiteren wordt bron van iets nieuws en leidt tot een klankenobject verrijkt met de taal van de ander. Message delivery failed is opgedragen aan Claude Ledoux."

Gwenaël Grisi, bewerking van de Trois pièces pour quatuor à cordes van Igor Stravinsky
Gwenaël Grisi werd geboren op 16 oktober 1989 in Charleroi. Hij studeert muziek vanaf zijn zevende jaar in de academie van Ransart en speelt piano sinds zijn tiende. Al op deze leefi jd componeert en improviseert hij melodieën op de piano, voor hij zich op het orkest richt. Op zijn achttiende gaat hij, aangemoedigd door zijn familie, studeren aan het Conservatoire Royal van Bergen, waar hij compositie volgt bij Claude Ledoux, Jean-Luc Fafchamps, Denis Pousseur en Gilles Gobert en orkestratie bij Victor Kissine en Nicolas Bacri. Hij is bijzonder geïnteresseert in de muziek uit de romantiek maar voelt zich evenzeer thuis in hedendaagse stijlen. In 2011 ontving hij de prijs Découverte de Jeune compositeur Tactus.

De Trois pièces werden gecomponeerd in 1914 en zijn dus in het jaar en in dezelfde geest van Pribaoutki geschreven. Ze vereisten grote virtuositeit van de uitvoerders. Hoewel er sporen van atonaliteit in te vinden zijn werden ze niet, zoals Stravinsky schreef in 1960, "beïnvloed door Schönberg of Webern, zoals met wel beweerd; althans niet bewust. In 1914 kende ik geen enkel werk van Webern of Schönberg, behalve diens Pierrot Lunaire. Maar hoewel mijn werken misschien van een magerder substantie zijn en meer herhaling bevatten dan Schönbergs muziek uit die periode, zijn ze ook helemaal anders van karakter en gelof ik dat ze een belangrijke verandering in mijn kunst markeren."

Na Stravinsky’s orkestratie in 1928-1929 werden deze stukken deel van de Quatre études pour orchestre. De metronoomcijfers van de stukken (kwartnoot = 126, kwartnoot = 76, halve noot = 40) verving hij door de titels Danse, Excentrique en Cantique.

Het werk dat we deze avond horen is de bewerking die Gwenaël Grisi maakte van de Trois pièces. Hij becommentarieert zijn werk als volgt: "Het eerste stuk is een geheel van lange frasen die specifi ek zijn voor elk instrument met verschillende lengtes en karakteristieken. Samen vormen ze een grote globale crescendo over het hele stuk. De bewerking probeert de herhalingen in elke stem te laten horen. Het tweede was het moeilijkste om te arrangeren, omdat het een erg precies stuk is en grote contrasten in massa bevat. De moeilijkheid was om het evenwicht tussen deze contrasten goed te bewaren en de intentie van de componist goed te begrijpen. Het derde stuk is een koraal waarbij de stemmen om beurt een frase brengen en een gemeenschappelijk refrein spelen om uit te monden in een gemeenschappelijk besluit die de cyclus besluit. De bewerking volgt de dichtheid van elk van de refreinen en strofen."

Julian Anderson, Past Hymns
Julian Anderson werd geboren in Londen in 1967. Hij studeerde compositie bij John Lambert, Alexander Goehr en Tristan Murail. Zijn eerste erkende werk, Diptych (1990) voor orkest won de prijs van de Royal Philharmonic Society voor jonge componisten in 1992. Tussen 1996 en 2001 was Anderson componist in residentie van het kamerorkest Sinfonia 21. Tussen 2000 en 2005 was hij ook geassocieerd componist bij het CBS-orkest, waarvoor hij Imagin’d Corners (2002), Symphony (2003) en Eden (2005) componeerde. Hij schreef ook The Book of Hours (2005) een werk voor ensemble en elektronica, en Four american Choruses voor het koor CBSO. In 2002 werd hij tot artistiek directeur van de reeks “Music of Today” bij het Philharmonia Orchestra benoemd, en tijdens het seizoen 2002-2003 werd hij door de London Philharmonic gekozen als “Composer in Focus”. Deze relatie zou vruchtbaar blijven, want zeven jaar later werd hij er componist in residentie. In september werd zijn ballet gebaseerd op Darwins On the origin of species gecreëerd; The Comedy of Change (2009) is een gemeenschappelijke opdracht van Rambert Dance en het ensemble Asko. Vandaag is hij componist in residentie aan de Guildhall School of Music and Drama.

Julian Anderson over 'Past Hymns' : " Dit werk werd in opdracht gegeven door Sinfonia 21 met fi nanciële steun van de Engelse Raad voor de Kunsten voor een toernee van het Contemporary Music Network. De titel alludeert op de talrijke hymnes die het werk hebben geïnspireerd zonder letterlijk te worden geciteerd. De melodieën zijn alle van Amerikaanse oorsprong, Negro spirituals of Melody en Sankey. De namen van deze hymnen en hun ritmische eigenschappen vormen de basis van Past Hymns. Het werk combineert dit alles met een meer geritmeerde meerstemmigheid die niet ver ligt van de Elisabethaanse polyfonie in mijn vorige werk, Tye’s Crye, eveneens een opdracht van Sinfonia 21."

Programma :

  • Christophe Bertrand, Arashi voor altviool solo (2007) (Belgsiche creatie)
  • Ken Ueno, Talus, concerto voor altviool en strijkers (2008)
  • Igor Stravinsky, Pièces pour quatuor à cordes n° 1 & 2 (bew. de Gwenaël Grisi)
  • Gilles Doneux, Message delivery failed (wereldcreatie)
  • Igor Stravinsky, Pièces pour quatuor à cordes n° 3 (bew. de Gwenaël Grisi)
  • Julian Anderson, Past Hymns (1996)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Orchestre Royal de Chambre de Wallonie : Christophe Bertrand, Ken Ueno, Stravinsky, Gilles Doneux, Julian Anderson
Maandag 12 maart 2012 om 20.15 u
Académie royale de Belgique - Brussel

Hertogstraat 1
1000 Brussel 

Meer info : www.arsmusica.be en www.orcw.be

Extra :
Christophe Bertrand : www.christophebertrand.fr en youtube
Ken Ueno : www.kenueno.com en youtube
Ken Ueno Interview, David Bruce op www.compositiontoday.com, 29/10/2008
Gilles Doneux : www.gillesdoneux.mirrorz.com en youtube
Julian Anderson : www.fabermusic.com en youtube

Elders op Oorgetuige :
Ars Musica 2012 : viering van het anderszijn en de ontdekking, 24/02/2012

23:56 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

De commentaren zijn gesloten.