06/03/2012

Lets Radio Koor brengt Messiaen, Scelsi, Ligeti en Feldman in het Concertgebouw Brugge

Morton Feldman Het Lets Radio Koor wordt wel eens het beste koor ter wereld genoemd. Wie er bij was toen ze de ideale uitvoering van Ligeti's Lux aeterna brachten, wil hun versie van Feldmans Rothko Chapel niet missen. In dit ontroerende meesterwerk schiep Feldman een unieke klankwereld, geïnspireerd door het abstract expressionisme van de New Yorkse schilder Mark Rothko. Hij componeerde het werk als eerbetoon aan de oecumenische kapel in Houston waarvoor Rothko veertien schilderijen maakte. "Rothko's beelden gaan helemaal tot aan de rand van zijn canvas, en ik wilde hetzelfde effect met de muziek - dat ze de hele ruimte zou doordringen en nergens vanop een afstand zou gehoord worden", zei Feldman. Het Lets radio Koor zingt ook werk van Giacinto Scelsi en Olivier Messiaen, de Franse componist voor wie licht en kleur, tijd en spiritualiteit - net als voor Rothko en Feldman - centrale thema's waren.

In 1971 bouwde de Menil Foundation in Houston (Texas) een ruimte die moest dienen als een plek voor contemplatie waar iedereen, ongeacht zijn of haar godsdienstige of filosofische achtergrond, terecht kon. De invulling van de Rothko Chapel - want zo heet deze ruimte - werd gevormd door de veertien abstracte schilderijen van de Amerikaanse schilder Mark Rothko (1903- 1970). Deze panelen, die tot de laatste werken van Rothko behoren, zijn uiteraard in zijn abstract-expressionistische stijl geschilderd, maar veel soberder, in donkere tinten die de sereniteit van deze niet-religieuze 'kapel' vormgeven. Morton Feldman (1926-1987) - die zoals met alle abstract-expressionistische schilders van die generatie ook met Rothko een persoonlijke band had, kreeg de vraag om voor de Rothko Chapel een compositie te maken. Het resultaat, Rothko Chapel, voor altviool, koor, celesta en percussie ging er in 1972 in première.

In zijn late werken (van na deze compositie) gaat Feldman steeds verder in de richting van een statische muzikale stijl, waarbij klanken, kleuren en harmonieën op een onwezenlijke manier voorbijgaan, bijna bevroren in de tijd. De analogie met de evolutie van Rothko van zinderende kleuren naar een steeds introvertere, gedempte vormentaal is onmiskenbaar. In zekere zin schemert de statische aanpak van Feldmans late werk reeds door in Rothko Chapel. Ontegensprekelijk bevat dit werk nog veel dynamische processen die de muziek een duidelijke richting geven - de melodieuze altviool, enkele aanzwellende kleine climaxen ondersteund door de pauken, de melodie van de solosopraan tegenover de altviool en de pauken zowat halverwege het werk en natuurlijk het slot, waar de bijna naïeve melodie van de altviool (in feite citeert Feldman daar een jeugdwerk dat hij op 15-jarige leeftijd schreef) een plotse, wat onwezenlijke intrede doet. Maar onder die oppervlakte schuilt een zeer statische benadering, die bij uitstek blijkt in de onthechte muziek van het (tekstloze) koor, de gedempte, zachte expressie en de algemene contemplatieve sfeer. Rothko Chapel valt uiteen in een vijftal segmenten die zich door hun materiaal van elkaar onderscheiden: een declamatorisch begin met een hoofdrol voor de altviool, een meer statische, 'abstracte' passage voor het koor, een melodische 'interlude' voor sopraan, viola en pauken en het verrassend lyrische slot met een pseudo- Hebreeuwse melodie. (Feldman refereerde aan zijn persoonlijke religieuze achtergrond in dit werk dat nochtans voor een abstracte areligieuze locatie was geconcipieerd).

In dit programma krijgt Feldmans werk het gezelschap van 20ste-eeuwse composities - allemaal van componisten die voorop gingen in het aanboren van diverse vernieuwende muzikale technieken - die elk vanuit hun eigen perspectief aanknopen bij de tendens tot bezinning, mystiek en het religie. Met uitzondering van Olivier Messiaens Cinq rechants (al dragen de grillige ritmes daar wel bij tot een ander type van extase: de liefde) delen al deze composities ook een voorkeur voor een statische aanpak, die aansluit bij de metafysische thema's die expliciet of impliciet aan bod komen.

Olivier Messiaen (1908-1992) was als componist diep geïnspireerd door zijn katholieke geloof. In zijn relatief vroege motet O sacrum convivium (1937) geeft hij dat nog vorm op een vrij traditionele manier, al is de onthechting die uit de zachte, stralende zetting van iedere frase spreekt verrassend gelijkaardig aan de sfeer die Feldman, Ligeti en Scelsi met veel modernere harmonische middelen oproepen. Cinq rechants (1948) vormt samen met de monumentale Turangalîla-symfonie en de liedcyclus Harawi, Messiaens 'Tristan'-trilogie. Niet enkel citeren deze werken uit Wagners Tristan und Isolde, maar ze delen er ook de thematiek van liefde (en dood) mee. Het is een werk waarin Messiaens vermogen om uiteenlopende inspiratiebronnen tot een origineel en verfrissend geheel te smeden, sterk naar voor komt: Wagner, Indiase ritmes, middeleeuwse referenties en teksten die zowel uit klassieke liefdesverhalen putten als quasi-transcripties uit het Sanskriet maken er een veelgelaagd en bij momenten grillig werk van.

Waar bij Messiaen de invloed van oosterse elementen zijn katholieke thema's niet veranderde, omarmde Giacinto Scelsi (1905-1988) de oosterse mystiek veel nadrukkelijker. Voor Scelsi was muziek bij uitstek een spiritueel gegeven - hij beschouwde zichzelf als componist enkel als een mystiek medium - en zijn werk wordt vaak gekenmerkt door een doorgedreven exploratie van enkele muzikale elementen: de minuscule veranderingen van het timbre van één toon, subtiele glissandi, alternatieve speel- en zangtechnieken. Zijn Tre canti sacri (1958) verwijzen weliswaar naar katholieke koorwerken, maar de lange noten, glissandi en harmonie die deels gebaseerd zijn op de boventonen hebben weinig met die traditie te maken.

György Ligeti's (1923-2006) Lux aeterna (1966) is een echte klassieker. De fascinatie voor de complexe canons zoals je die bij bepaalde renaissance-componisten aantreft, trok Ligeti door naar wat hij 'micropolyfonie' noemde. Met een 16-stemmig gemengd koor weeft Ligeti letterlijk een web (het was de metafoor die Ligeti er zelf graag voor gebruikte) van unisono-canons die zo dicht op elkaar gepakt zitten dat ze voor de luisteraar niet langer herkenbaar zijn als canons, maar meer als een gewriemel van snelle noten, een 'wolk' van (dissonante) klank.

Programma :

  • Olivier Messiaen (1908-1992), O sacrum convivium - Cinq rechants
  • Giacinto Scelsi (1905-1988), Tre canti sacri
  • György Ligeti (1923-2006), Lux aeterna
  • Morton Feldman (1926-1987), Rothko Chapel

Tijd en plaats van het gebeuren :

Lets Radio Koor : Messiaen, Scelsi, Ligeti, Feldman
Donderdag 8 Maart 2012 om 20.00 u
(inleiding door Maarten Beirens om 19.15 u)
Concertgebouw Brugge

't Zand 34
8000 Brugge

Meer info : www.concertgebouw.be en www.radiokoris.lv

Bron : Tekst Maarten Beirens voor het Concertgebouw

Extra :
Morton Feldman op www.champdaction.be, wikipedia (en) en youtube
Morton Feldman: Fijnzinnig klankschilder, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl
American Sublime. Morton Feldman's mysterious musical landscapes, Alex Ross in The New Yorker, 19/06/2006
Giacinto Scelsi: www.scelsi.it en youtube
Giacinto Scelsi , The Messenger by Alex Ross, The New Yorker , Nov. 21, 2005
Modern music: Scelsi, Todd M. McComb, 27/01/2000 op www.medieval.org
György Ligeti : www.schott-musik.de en youtube
Györgi Ligeti (1923 - 2006): emotioneel scepticus, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl, juni 2006

Elders op Oorgetuige :
Lets Radio Koor brengt hedendaagse koormuziek op het Baltic festival, 7/11/2010
HERMESensemble en Capella di Voce op zoek naar de muzikale hemel, 1/12/2009
De kunst van Morton Feldman, 11/02/2008

Luister alvast naar dit fragment uit Morton Feldmans Rothko Chapel



en Giacinto Scelsi 's Tre canti sacri

18:36 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

De commentaren zijn gesloten.