01/03/2012

Bram Nolf en Wim Konink brengen Xenakis, Boesmans, Ter Veldhuis en Vermote op hobo en slagwerk

Petra Vermote Slagwerker Wim Konink is een veelzijdig performer. Hij is werkzaam in verschillende disciplines: van muziek- en danstheater tot klassiek, hedendaagse en geïmproviseerde muziek. Hij verleende zijn medewerking aan producties van onder meer Walpurgis, Toneelgroep Amsterdam, Quatuor Danel en Spectra Ensemble. Als solist speelt hij veelal composities speciaal voor hem geschreven. Bram Nolf is solo-althoboïst bij het Nationaal Orkest van België. Daarnaast is hij actief als kamermusicus en solist. Zondag krijg je de zeldzame kans om deze twee kleppers op hobo en slagwerk samen te horen. Op het programma staat werk van Iannis Xenakis, Philippe Boesmans en Jacob ter Veldhuis. De geplande creatie van Petra Vermote (foto) is verplaatst naar een latere datum.

Iannis Xenakis (1922-2001), geboren in Roemenië en van Griekse afkomst, wordt tot een van de belangrijkste moderne componisten gerekend. Hij was de bedenker van de zogeheten stochastische muziek, die de wiskundige verzamelingenleer op de muziek wil toepassen. Zo stichtte hij in 1966 de School voor Wiskundige en Elektronische muziek.

Xenakis studeerde architectuur in Athene. Na zijn afstuderen in 1947 werd hij wegens zijn linkse politieke opvattingen verbannen en vluchtte hij naar Frankrijk. Van 1948 tot 1960 was Xenakis assistent van Le Corbusier. Xenakis ontwierp in 1958 voor de Wereldtentoonstelling in Brussel het Philips-paviljoen, het eerste volledige architectonische multimediaproject dat ruimte, beeld en geluid in een totaalervaring integreerde. Xenakis hield zich op het bureau van Le Corbusier vooral bezig met op de Modulor en op wiskundige algoritmen gebaseerde 'vormcomposities', zoals de dynamische raamkozijnverdeling van het klooster La Tourette. Ook toen hij zich later meer op componeren ging toeleggen, bleef hij actief als architect.

Dat wiskunde ook in zijn muziek een belangrijke rol speelt, is evident. Zij muzikale systemen zijn gebaseerd op verschillende wiskundige theorieën en hij maakt ook gebruik van computers. De mathematische benadering van Xenakis lijkt voort te komen uit een diepgeworteld verlangen om een fenomeen als schoonheid onder controle te krijgen en te kunnen manipuleren door de elementen waaruit het is opgebouwd, te vangen in het web van de logica. Als componist uit hij dat verlangen door het met behulp van de computer sturen van de tonen.

Xenakis' muzikale denken is gericht op het zoeken van uitdrukkingsvormen die niet meer uitgaan van aparte tonen die op een rijtje worden gezet, maar die uitgaan van toonmassa's, toonwolken, structuren waarbinnen de afzonderlijke tonen niet meer op de voorgrond staan. Op die manier reageert Xenakis impliciet op de doctrine van de seriële muziek: die was zodanig geconcentreerd op de interne constructie dat zij de buitenkant ervan, de lichamelijkheid van de muziek, uit het oog verloor. Xenakis bewandelde de tegenovergestelde weg. Hij probeerde aan de lichamelijkheid van de muziek een nieuwe inhoud te geven en al zijn compositietechnische methodes staan in dienst van dit doelstelling.

Wat Xenakis in de muziek bezighoudt is de factor orde versus wanorde. Door 'wanordelijke' geluidsbronnen als zelfstandige elementen in zijn compositietechnieken toe te passen, doet hij een idioom ontstaan, dat ondanks de massaliteit helder en duidelijk is. De muziek van Xenakis heeft, ondanks het abstracte karakter, toch een heel eigen expressiviteit.

Philippe Boesmans (1936) is vanzelfsprekend vooral bekend vanwege zijn opera's : 5 heeft hij er al op zijn actief, alle met een première in de Munt en de meeste zeer succesvol tot ver buiten België. Daarnaast heeft hij ook al vier kwartetten geschreven. Een eerste in 1988 en dit tweede, dat dateert uit 1994. Binnen Boesmans' operaproductie situeert deze periode zich tussen 'Reigen' (1993) en 'Wintermärchen' (1999). Met veel karakter en een constante zoektocht naar instrumentale kleuren exploreert Boesmans in zijn kwartet een schrijfstijl die tegelijkertijd persoonlijker is en meer durf vertoont dan in zijn opera's, verder verwijderd is van haar gebruikelijke bronnen en resoluut verankerd is in de moderniteit.

Jacob ter Veldhuis (1951), die vooral veel succes heeft in de VS en wiens werk veelvuldig in Nederland en daarbuiten wordt uitgevoerd, is regelmatig centrale componist tijdens festivals in o.a. Parijs en New York. Zijn werk kenmerkt zich door het frequent gebruik van tekstsamples en multimedia en door invloeden uit de popmuziek.

Ter Veldhuis begon zijn carrière in de rockmuziek en studeerde in Groningen Compositie en Elektronische Muziek.
In 1980 ontving hij de Prijs voor Compositie. Hij werd in de jaren tachtig bekend met steeds welluidender composities die regelrecht uit het hart komen, het oor behagen en het effect niet schuwen. Hij maakt virtuoos gebruik van electronica en verwerkte al samplend de Golfoorlog, Chet Baker of de Jerry Springer Show, zoals te horen is op zijn cd Heartbreakers, die een bonte mix is van 'high & low culture'.

Ter Veldhuis bedient zich van een direct, soms provocerend idioom waarin nauwelijks nog plaats lijkt te zijn voor de dissonant: "Ik peper mijn muziek met suiker", is een gevleugelde uitspraak van hem. Hij is bewogen door de tragedie van het menselijk tekort en het lijden dat daaruit voorkomt, maar zijn antwoord is geen muzikaal cynisme, zwartgalligheid of gepijnigdheid, maar sublimering: "Ik streef naar loepzuivere, onaardse en volmaakte welluidendheid, die passie en extase kan opwekken."

Jacob ter Veldhuis zet zich al jaren af tegen de vermeende 'dictatuur van de avant-garde'. Onder het motto "Schönberg beging de vergissing van de eeuw door het tooncentrum uit te bannen", benadrukt hij in zijn eigen werk steeds sterker de muzikale grondtoon. Begrijpelijkheid en schoonheid staan voorop: Ter Veldhuis componeert nadrukkelijk voor luisteraars, niet voor een groepje ingewijden. Hij koppelt de energie van rockmuziek aan de klankschoonheid van oude muziek, de rijke harmonieën van filmmuziek, de swing van jazz en het vervreemdende effect van samples.

Petra Vermote (Izegem, 1968) wordt beschouwd als een van de grootste talenten van België. Naast componiste is zij gitarist en dat vertaalt zich in een grote affiniteit met snaarinstrumenten uit zowel de 'westerse' als Arabische muziek. Er is een duidelijke stijlevolutie in haar oeuvre. De composities uit haar beginperiode, ca 1986-89, zijn meestal georganiseerd aan de hand van reekstechnieken. Via toonhoogte- en ritmereeksen verkent Petra Vermote de mogelijkheden van het serialisme in haar eigen muziek. Vrij snel wordt ze echter geconfronteerd met de grenzen van dit stringent systeem en gaat ze op zoek naar andere compositiemethodes.
Na deze seriële beginperiode oriënteert Petra Vermote zich op een wat modalere schrijfwijze. In tegenstelling tot de composities uit haar beginperiode, zijn haar partituren nu meestal gedacht in functie van een tooncentrum of bevatten op zijn minst enkele tooncentrale passages.

Vanaf Heron (1996), een diptiek voor sopraan, bariton, klarinet, cello en twee slagwerkers op gedichten van Emily Dickinson, is er in haar oeuvre een duidelijk kentering op stilistisch gebied, en ontwikkelt ze haar huidige compositiestijl. Op harmonisch vlak laat ze het gebruik van tooncentra volledig achter zich, en wordt haar muziek veel chromatischer en atonaler. Wat haar compositietechniek betreft, doet Petra Vermote vanaf Heron steeds meer een beroep op toonhoogtesets om tot een zekere coherentie te komen binnen haar composities. Ze gaat echter zeker niet op een rigide manier met deze sets om. Integendeel, ze hanteert deze sets op een eerder intuïtieve wijze, vanuit haar gevoel voor klankkleur en -inhoud. Haar muziekwerken zijn dus een wezenlijke combinatie van enerzijds de settheorie, en anderzijds haar drang naar muzikale expressie. De toonhoogtesets die als basismateriaal voor een compositie fungeren, leidt Petra Vermote vaak af uit een toonhoogteanalyse van de citaten die ze gebruikt.

De toonsets blijven voor Petra Vermote steeds ondergeschikt aan haar intuïtie en drang naar expressie. Die zeer verregaande expressie uit zich vooral op twee vlakken: ritmiek en instrumentatie. Qua ritmische organisatie gaat haar voorkeur uit naar een heel vrije ritmiek, wat ongetwijfeld gegroeid is vanuit haar omgang met het gitaarrepertoire, waarin vooral op ritmisch vlak een duidelijk invloed van de wereldmuziek onmiskenbaar is. Die notie van "vrije ritmiek" wordt in recentere werken nog verder doorgedreven door het gebruik van "randoms". Dit betekent dat de toonduur van elke noot niet langer strikt uitgeschreven is, maar dat er, binnen de grenzen bepaald door de componist, een zekere vrijheid ontstaat. Er is sprake van een "gecontroleerd toeval".

Het tweede belangrijke element in haar zoeken naar expressie speelt zich af op het terrein van de instrumentatie. Hoewel Petra Vermote zich tot nu toe beperkt heeft tot de traditionele instrumenten, hanteert ze zeker niet de geijkte speelwijze. Ze maakt onder meer gebruik van glissandi tussen kwarttonen, gesproken woorden, multiphonics, harmonieken en het bespelen van de cymbalen met de handen. Het moet hierbij wel benadrukt dat Petra Vermote deze instrumentale technieken zeker niet op een vrijblijvende manier aanwendt, maar wel steeds in functie van het zoeken naar een rijkere expressie in nieuwe klankkleuren. (*)

Programma :

  • Iannis Xenakis, Dmaathen voor hobo en slagwerk (1976)
  • Philippe Boesmans, Day Dreams voor marimba en live electronics (1991)
  • Jacob Ter Veldhuis, The Garden of Love voor hobo en soundtrack (2002)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Wim Konink & Bram Nolf : Xenakis, Boesmans, Vermote, Ter Veldhuis
Zondag 4 maart 2012 om 17.00 u
Koninklijk Conservatorium - Miryzaal - Gent

Hoogpoort 64
9000 Gent

Meer info : www.debijloke.be en cons.hogent.be

Extra :
Iannis Xenakis : www.iannis-xenakis.org, www.xenakis-ensemble.com en youtube
Iannis Xenakis (1922-2001): Mathematicus en filosoof, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl
Philippe Boesmans op brahms.ircam.fr en youtube
Petra Vermote : www.petravermote.be, www.matrix-new-music.be (*) en youtube
Jacob Ter Veldhuis : www.jacobtv.net, www.muziekencyclopedie.nl en youtube

Beluister alvast het eerste deel van Iannis Xenakis' Dmaathen voor hobo en slagwerk



en Jacob Ter Veldhuis' The Garden of Love

17:43 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

De commentaren zijn gesloten.