25/01/2012

deFilharmonie brengt Britten, Harvey en Debussy hertaald door Brewaeys in Antwerpen en Brugge

Jonathan Harvey Claude Debussy was dé muzikale exponent van het impressionisme en de daarbij horende interesse voor klankkleuren. Luc Brewaeys hercomponeerde diens Préludes voor orkest en gaf het 'impressionistische' kleurenpalet daarbij zo mogelijk nog extra glans en diepte. Dankzij zijn ervaring met symfonische bezettingen en zijn typisch spectralistische aandacht voor timbres, klinken deze Préludes alsof ze nooit voor een andere bezetting geschreven werden. De focus op klank lijkt de tijd soms stil te zetten. Jonathan Harvey's boeddhistisch geïnspireerde 'Body Mandala' heeft een gelijkaardig effect. Het rituele karakter van deze donkere muziek laat niemand onbewogen. Benjamin Britten zorgt dan weer voor verlichting met zijn 'Symfonie voor cello en orkest' waarin dreigende duisternis overgaat in briljante lichtheid.

Dirigent Otto Tausk en cellist Alban Gerhardt ontpopten zich in het afgelopen decennium tot spraakmakende namen in het klassieke muziekbestel. Brittens 'Cellosymfonie' uit 1963 is het resultaat van de vriendschap tussen de Engelse componist en de vermaarde cellist Mstislav Rostropovitsj. In de partituur verkent Britten het schemergebied tussen symfonie en soloconcerto. In de vier delen verknoopt Britten de sololijnen van de cello onlosmakelijk met het kleurrijke borduurwerk van het orkest.
'Body Mandala' (2009) van Jonathan Harvey (foto) is eveneens van Britse makelij. Harvey's toontaal kenmerkt zich door een spirituele zoektocht naar de elementaire deeltjes van klank. Computergestuurde klankontledingen en boventoonanalyses gaan een onaards verbond aan met boeddhistische inzichten en oosterse filosofie.
Een selectie uit Debussy's 'Préludes' voor piano hoor je in een bewerking van componist Luc Brewaeys die het zwart-wit van de pianotoetsen meesterlijk inkleurt met rijke orkestschakeringen.

Claude Debussy/LucBrewaeys : Préludes
Het is geen toeval dat twee uitgesproken spectralisten in het eerste deel van dit concert de boventoon voeren. Het spectralisrne is het levenswerk van de jammerlijk genoeg veel te vroeg overleden Fransman Gérard Grisey: onder het spectrale verstaan we onder meer een diepgaande timbre-analyse van de boventonen of harmonieken. Is Jonathan Harvey misschien de meest uitgesproken maar ook eigenzinnige adept van deze strekking in de hedendaagse muziek, dan kan van Luc Brewaeys op een andere manier net hetzelfde beweerd worden, want hij heeft in zijn machtige symfonische fresco's steeds de spectrale sleutel gebruikt om zijn virulente klankmassa's transparant te laten klinken.

Het hoeft dan ook geen verwondering te wekken dat zo'n componist zich uitermate aangetrokken voelt tot de rijke klankwereld van Claude Debussy. Niet dat je deze laatste ervan kan beschuldigen tot de spectralisten te behoren - daarvoor waren de technische mogelijkheden in die tijd te beperkt - maar zeker wel tot die generatie van klankkunstenaars bij wie timbre en klank onafscheidelijk verbonden waren met de meer klassiekere parameters als melodie, harmonie of ritme. Claude Debussy's Préludes behoorden al heel vroeg tot Brewaeys' verplichte pianistieke vingeroefeningen en op de uitnodiging om deze allemaal te gaan orkestreren, ging hij dan ook gretig in.

Claude Debussy schreef zijn Préludes voor piano tussen 1909 en 1912: het zijn er 24. netjes opgedeeld in 2 boeken. Illustere componisten hebben in de muziekgeschiedenis preludes geschren, denk maar aan Bach, Chopin, Rachmaninov of Sjostakovitsj. Sommigen onder hen hielden zich strikt aan de definitie van een muzikaal voorspel, steeds vrij kort en improvisatorisch zonder een echt vastliggende vorm. Vooral Chopin legde de grondvorm vast met zijn cyclus van 24 preludes die elk één van de bestaande toonsoorten kregen toegewezen en daardoor een echte eenheid vormden. Zover ging Debussy niet het is trouwens nooit een conditio sine qua non geweest om de 24 stukken allemaal op één recital te brengen (hoewel het regelmatig gebeurt). Wellicht is er een meer pragmatische reden: de beide boeken duren ongeveer 35 tot 40 minuten en vormen in dat opzicht elk een perfecte lengte voor één concertdeel.

Soms wordt deze muziek wel eens als programmamuziek betiteld: niks is minder waar! Debussy zelf gaf misschien een beetje aanleiding tot de verwarring door elke prelude een titel te geven die weliswaar aan het einde van elk stuk staat en daardoor elke uitvoerder de kans geeft om met een fris en onbevlekt gemoed de prelude aan te vangen zonder al in het keurslijf geduwd te worden van de beschrijvende titeL De titels zijn trouwens suggestief en creëren meer een sfeer of beschrijving dan concrete informatie vrij te geven over hoe het betreffende stuk eventueel zou moeten geïnterpreteerd worden. De 24 preludes van Debussy zijn een ware schatkamer van emotionele parels. variërend tussen wild onstuimig (‘Feux d’artifice’) en rnysterieus (‘Brouillard’) of breed en kalm (‘La cathédrale engloutie’) tegenover tumultueus (‘Ce qu’a vu le vent d’ouest’).

Ettelijke componisten (Colin Matthews, Hans Henkemans, Seen Osborn, Niels Rosing-Schow...) gingen Luc Brewaeys reeds voor in de orkestraties van de preludes van Debussy maar zijn aanpak resulteerde zeker in één van de meest inventieve die ook een blijvende invloed uitoefende op zijn eigen werk. Brewaeys zelf schrijft hierover: "Ik heb heel wat ervaring in het schrijven voor orkest, maar toch heb ik voor mijn toekomstige werken uitermate veel geleerd door te werken aan, beter nog: door te leven met deze Préludes en dat gedurende een lange en bijzonder intensieve periode."

Jonathan Harvey : Body Mandala
Jonathan Harvey is één van de weinige hedendaagse componisten wiens oeuvre nu reeds gebeiteld staat in het pantheon van de twintigste en eenentwintigste eeuw. Als koorknaap in het St-Michaels College in Tenbury onderging hij de invloed van de Engelse koortraditie maar evengoed bleef hij zijn ganse leven een adept van Karlheinz Stockhausen en diens serialisme. Harvey zou echter ook een zware fan worden van het Ircam te Parijs waar hij de elektronische basis legde van heel veel partituren die in zoveel van zijn composities de elementaire basis vormen. Wellicht het allerbelangrijkste in 's mans leven en oeuvre is de invloed die hij onderging van het boeddhisme: Harvey benadrukt de spirituele verlichting die alle schijnbare tegenstellingen overstijgt: het gaat hierbij over de tegenstelling tussen subject en object. Het denkende ik. het subject, wordt onderscheiden van het niet-ik ofwel het object. Dit object is een voorwerp, ding, zaak, entiteit of wezen, en kan van rnateriele of onstoffelijke aard zijn. Volgens Harvey wordt de tegenstelling tussen dat subject en object opgeheven zodra men tot het inzicht komt dat beide uitersten eenzelfde kosmische oorsprong hebben: dit inzicht is wat voor de meeste boeddhisten het hoogst bereikbare ideaal is en dat we kennen onder de gemeenzame naam: het Nirvana. Bovendien: en nu keren we terug naar de muziek, worden in de door Harvey beleden Mahayana-variant de concepten tijd, ruimte en kennis gerelativeerd. Met andere woorden: de componist in Harvey's opvatting is een medium tussen de tijdloze wijsheid van de allesomvattende kosmos en de wereld zoals wij die klinkend waarnemen.

Tussen 2005 en 2007 was hij componist in residence bij het BBC Scottish Symphony Orchestra en kreeg hij de kans om 3 werken te componeren voor dit orkest en hun charismatische dirigent llan Volkov. Deze drie composities zijn met elkaar verbonden door een verschillende benadenng van het boeddhistisch begrip 'zuivering'

'... towards a Pure Land', het derde werk uit de reeks (hoewel eerst gecomponeerd) beschrijft de zuivering van de geest terwijl het eerste werk ' Speakings' op een verbluffende elektronische manier de zuivering van het woord weergeeft. 'Body Mandala', het werk dat je tijdens dit concert te horen krijgt, heeft het dan logischerwijze over de zuivering van het lichaam. Waar een Mandala traditioneel in het boeddhisme een plan of een geometrisch patroon is dat metafysisch of symbolisch de kosmos uitbeeldt, bedoelt Harvey hier een echte 'plek' waar de zuivering plaatsvindt. Een verklarende nota vinden we bovenaan de partituur van het werk "...reside in the mandala, the celestial mansion, which is the nature of the purified gross body."

Harvey bezocht tijdens het componeren verschillende Tibetaanse kloosters in het Noorden van Indië en de weerslag daarvan is duidelijk te horen in 'Body Mandela': het lijkt bij wijlen op een ritueel. Zo zijn er quasi-imitaties (door het laag koper) van de typische Tibetaanse hoorns, hobo's in pregnante vierklanken of slagwerk (de enige niet-westerse instrumenten in het orkest die Harvey aanwendt) waar met Tibetaanse klokken en cimbalen de boeddhistische religieuze ceremonies worden weergegeven. Bizar genoeg contrasteert Harvey dit semi-religieus geweld met elementen uit de jazz door aan verschillende instrumenten (trompet, klarinet..) jazz geïnspireerde soli te geven. Dat alles samen met een koortsachtig ritme maakt dit werk tot een van de spectaculaire buitenbeentjes en terzelfdertijd een instant-klassieker in het oeuvre van de Engelse grootmeester.

Benjamin Britten : Symfonie voor cello en orkest, opus 68
Voor een componist die een zo markante stempel drukte op de muziek van de twintigste eeuw in het algemeen en de Britse muziek in het bijzonper, die zoveel grote muzikale persoonlijkheden beïnvloedde en meer nog tot zijn vriendenknng mocht rekenen, blijft het bevreemdend te moeten constateren dat het gros van zijn composities nog steeds niet tot de canon van de westerse muziektraditie behoren. Niet in het minst geldt dit voor zijn Cellosymfonie uit 1963, een werk dat zelfs op het vasteland eerder spaarzaam geprogrammeerd wordt. Benjamin Britten had nochtans heel wat ervaring met het instrument cello: hij was de geprefereerde miuziekpartner van een ander icoon van de voorbije eeuw, de Russische cellist Mstislav Rostropovitsj en het was dan ook geen toeval dat Britten zijn Cellosonate en drie solosuites opdroeg aan zijn goeie vriend. Dat de Cellosymfonie buitengewoon virtuoze eisen stelde aan de solist was natuurlijk een kolfje naar de hand van de exuberante 'Slava'.

Zonder te willen overinterpreteren dienen we te wijzen op een groot verwantschap met het grootse 'War Requiem' dat één jaar daarvoor geschreven werd en in iets mindere mate ook aan de 'Sinfonia da Requiem', niet voor niks hoekstenen uit Brittens repertorium. Britten schreef bv. zijn solistenrollen in zijn requiem voor Galina Vishnevskaja (de echtgenote van Rostropovitsj), Dietrich Fischer-Diskau en Peter Pears. Hun nationaliteiten (prominente opposanten in de tweede wereldoorlog!) en artistieke samenwerking lieten hem toe als overtuigd pacifist een statement te maken naar een wereld die naar vrede snakte. In analogie met het 'War Requiem' kreeg ook zijn Cellosymfonie aan het einde een muzikaal visioen van vrede.

Dat Britten een Cellosymfonie schreef en het bewust niet als een concerto behandelde, dient benadrukt te worden. Britten opteerde voor een solist die zonder twijfel de hoofdrol vertolkt in dit opus maar wel moet optornen tegen een behoorlijk ruim orkest dat thematisch gezien een even eseentiele bijdrage levert aan de compositie.
De Cellosymfonie is een ruim bemeten werk (35 tot 40 minuten), netjes opgedeeld in een viertal delen die, zoals reeds eerder aangegeven, evolueren van donker naar licht. Het eerste en zeer duistere deel is nog in klassieke sonatevorrn geconcipieerd maar het scherzo is dan weer van een quasi klassieke lichtvoetigheid.
Na een innig Adagio, gevolgd door een briljante cadens volgt dan al even onverwacht een Passacaglia waarbij de trompetsolo het voornaamste thema uit het Adagio herneemt op zijn beurt gevolgd door 6 variaties op de baslijn waarna Britten het volledige orkest doet galmen met een briljante en positief klinkende coda.

Tijd en plaats van het gebeuren :

deFilharmonie & Alban Gerhardt : Debussy/Brewaeys, Harvey, Britten
Vrijdag 27 januari 2012 om 20.00 u
( inleiding Piet Van Bockstal om 19.15 u)
deSingel - Antwerpen
Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info : www.desingel.be en www.defilharmonie.be
------------------------
Zaterdag 28 januari 2012 om 20.00 u ( inleiding Klaas Coulembier om 19.15 u)
Concertgebouw Brugge
't Zand 34
8000 Brugge

Meer info : www.concertgebouw.be en www.defilharmonie.be

Bron : tekst Piet Van Bockstal voor deSingel, januari 2012

Extra :
Luc Brewaeys : www.lucbrewaeys.com, www.matrix-new-music.be en youtube
Jonathan Harvey : www.vivosvoco.com, www.chesternovello.com en youtube
Benjamin Britten op en.wikipedia.org, www.brittenpears.org, www.boosey.com en youtube
Benjamin Britten (1913 - 1976): Persoonlijkheid onder invloeden op www.musicalifeiten.nl

15:43 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

De commentaren zijn gesloten.