02/12/2011

Ein musikalisches Opfer 'revisited' : Het Collectief combineert Bach met Berio

Luciano Berio Authentiek of traditioneel, historisch of modern, oude of nieuwe instrumenten? Uitvoerders van de muziek van 'monstre sacré' J.S.Bach zijn al geruime tijd in de ban van deze dilemma's. Ook Het Collectief wil zijn antwoord formuleren op deze vragen. De groep maakt een kleurrijke reconstructie van het Musikalische Opfer, waarbij de instrumentale en stilistische verworvenheden van de 19de-, 20ste- en 21ste eeuwse muziek niet worden geschuwd. Het resultaat is een bruisend actuele en verfrissende uitvoering van dit Magnum Opus. Het Collectief gaat op zoek naar een nieuwe esthetiek, zonder zijn eigen smaak te verloochenen en met een groot respect voor de partituur. Kortom, Het Collectief wil op zijn manier 'authentiek' zijn.

Tussen de verschillende canons en ricercars van Bach in presenteren de muzikanten de aan hun instrument opgedragen Sequenza of ander werk van Luciano Berio (foto). Deze werken geven een totaalbeeld van de huidige expressieve en technische mogelijkheden van de verschillende instrumenten. Wat Bach beoogde met het thema van het Musikalische Opfer probeert ook Berio te bereiken met het hedendaagse instrumentarium. Het Collectief op zijn beurt wil zijn rol als uitvoerder volledig ter harte nemen en integreert al deze nieuwe mogelijkheden in de muziek van Bach. Op die manier beleeft het publiek een concertervaring die het louter historiserende overstijgt. Beide stijlen houden elkaar bovendien in evenwicht. Het ontoegankelijke van Berio wordt door het solistische karakter van de sequenze gemilderd.

Luciano Berio is wellicht de meest invloedrijke figuur uit de Italiaanse hedendaagse muziek. Nadat hij samen met Maderna een studio voor elektronische muziek opricht in Milaan, krijgt hij de leiding van het Ircam te Parijs. Vanuit zijn opleiding die sterk door Webern is bepaald, creëert Berio composities die uitgaan van de meest gedurfde vormen van klankonderzoek. Zo dwingt hij zowel zangers als instrumentalisten om de grenzen van hun mogelijkheden af te tasten.
In 1958 schreef Luciano Berio (1925-2003) zijn eerste 'Sequenza' voor fluit solo. Dit stuk is het eerste ooit dat proportioneel werd genoteerd. Er wordt geen gebruik gemaakt van uitgeschreven ritmes maar de afstand tussen de noten bepaalt de tijdsspanne ertussen. Jammer genoeg slaagde volgens Berio geen enkele fluitist erin dit juist te interpreteren en later schreef hij een tweede versie met ritmes. Sinds de Sequenza voor fluit zijn de in totaal 14 Sequenza's de rode draad in zijn oeuvre gebleven. Berio schreef de Sequenza's voor de meest uiteenlopende solo-instrumenten, waarbij hij de expressieve en technische mogelijkheden van het betreffende instrument onderzocht. Berio's Sequenza's worden gekenmerkt door hun extreme virtuositeit, die altijd boeiend, vaak theatraal, maar nooit oppervlakkig is.

De cyclus Six Encore (1965-1990) van Berio omvat zes korte, pittige pianowerkjes - Brin, Leaf, Wasserklavier, Erdenklavier, Feuerklavier en Luftklavier - die de piano als het ware omtoveren tot een soort klankmobiel en niet langer trouw blijven aan het principe van de lineariteit in de muziek. Wasserklavier (1965) is het eerste van Berio's vier pianowerkjes rond de elementen die hij componeerde in een tijdspanne van vijfentwintig jaar en die alle vier volledig onafhankelijk van elkaar staan. In dit kort tonaal stuk, dat aanvankelijk voor twee piano's maar later voor piano solo werd gecomponeerd, werden door Berio nauwgezet motieven uit werken van de negentiende-eeuwse componisten Brahms en Schubert ingelijfd. Door de manier van articulatie en de barcarolleritmes lijkt Wasserklavier wel door een negentiende-eeuwse componist geschreven te zijn.

Met het relatief eenvoudig muzikaal materiaal van één enkel akkoord slaagt de componist erin om het pianowerkje Erdenklavier (1969) te laten bruisen van energie. In de op het eerste gezicht eenvoudige partituur worden van de in totaal achtentachtig tonen die het werk telt, nooit twee tonen op hetzelfde moment aangeslagen en lijkt het hele stuk als het ware te bestaan uit één ongeharmoniseerde melodische lijn. De verschillende geluidssterktes en tijdsduur van de tonen zorgen er wel voor dat de melodie voor haar eigen melodische onderbouw instaat. Tot op zekere hoogte vertoont Berio's compositieproces hier gelijkenis met het serialisme, maar dan enkel in die zin dat hij streefde naar een voortdurende verandering en reorganisatie van de volgorde waarin hij zijn tonen laat klinken.

Programma :

  • J.S. Bach, Ein musikalisches Opfer 'revisited', mét Fender Rhodes, klavecimbel, piano en orgelpositief
  • Luciano Berio : Sequenza voor cello - Erdenklavier - Wasserklavier - Sequenza voor viool - Sequenza voor klarinet

Tijd en plaats van het gebeuren :

Het Collectief : Ein musikales Opfer 'Revisited'
Zaterdag 3 december 2011 om 20.15 u
Academiezaal - Sint-Truiden

Plankstraat 18
3800 Sint-Truiden

Meer info : www.villarte.eu en www.hetcollectief.be

Extra :
Luciano Berio op www.compositiontoday.com, www.themodernword.com, brahms.ircam.fr, www.arsmusica.be en youtube
Portret Luciano Berio, J-L Plouvier op www.ictus.be
Luciano Berio (1925 - 2003): Duivelskunstenaar, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl

22:34 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

De commentaren zijn gesloten.