18/10/2011

Madrigalen op getormenteerde of hilarische wijze met Neue Vocalsolisten in Leuven

Neue Vocalsolisten Neue Vocalsolisten zingt en experimenteert met madrigalen uit de late 16de én 20ste eeuw. En dat leidt tot boeiende confrontaties tussen oud en nieuw. In madrigalen dicteert de tekst de muziek met chromatiek, ongewone akkoorden en dissonante klanken tot gevolg. Claudio Monteverdi effende zo het pad naar de barokperiode terwijl Carlo Gesualdo in zijn muziek net zo experimenteel en extreem te werk ging als in zijn privéleven. Lucia Ronchetti voert je binnen in de keuken van een aantal twistende koks en Luciano Berio trekt alle vocale registers open in een hilarisch werk dat terugblikt naar de barokke affecten.

Hoewel haar naam een teruggrijpen naar een antieke traditie verraadt, was de renaissance in de eerste plaats een periode van boeiende artistieke vernieuwing. Zo vormde de terugblik op het verleden paradoxaal genoeg net een vooruitblik, weg van de 'middeleeuwse duisternis'. Als geen andere periode was de renaissance drager van een Janushoofd. Maar rond het midden van de zestiende eeuw dreigde dit complexe evenwicht tussen de antieke en de moderne wereld uit balans te geraken.
In het muzieklandschap ontspon zich een heftig debat tussen de prima en de seconda prattica, de oude en de nieuwe muziek. Steeds meer stemmen klonken op tegen de streng contrapuntische traditie van de Vlaamse polyfonisten. Een jongere generatie was opgestaan, een generatie die weliswaar de grootsheid van deze traditie erkende, maar die na haar hoogtepunt in het oeuvre van Josquin een voortzetting ervan onmogelijk achtte en daarom nieuwe horizonten wilde verkennen.

Claudio Monteverdi was één van hen. Na een klassieke scholing in de prima prattica sprong hij vervolgens over deze academische basis heen om te gaan experimenteren met modernere genres zoals het madrigaal. Deze vocale compositie was in de loop van de veertiende eeuw ontstaan vanuit een intens verlangen eigentijdse Italiaanse poëzie te verklanken. In de tweede helft van de zestiende eeuw groeide het madrigaal uit tot experimenteerveld bij uitstek voor de ontwikkeling van de nieuwste compositietechnieken binnen de seconda prattica.

Monteverdi schreef maar liefst negen madrigaalbundels, die het hele leven van de componist omsluiten. Vanaf het allereerste, op negentienjarige leeftijd geschreven boek opteerde hij voor een gedurfde, uiterst expressieve schrijfwijze. Meermaals druiste hij daarbij in tegen de regels van het strenge contrapunt, wat uiteraard veel opzien en protest baarde in het polyfone kamp. Maar Monteverdi rechtvaardigde zijn onorthodoxe compositiewijze door te stellen dat het de tekst was die deze afwijkingen toestond, meer zelfs, hierom vroeg: "Che l'orazione sia padrona dell'armonia, e non serva".
Zo trachtte hij in zijn madrigalen de vurige emoties uitgedrukt in de tekst opnieuw te vatten en te versterken met louter muzikale, klinkende middelen, zoals chromatiek en dissonantie. Stilaan liet hij daarbij ook het polyfone, lineair gerichte denken achter zich ten voordele van een eenstemmige, door akkoorden ondersteunde structuur. Het vernieuwende opzet van deze monodische schrijfwijze wordt pas helemaal duidelijk wanneer men de gevolgen ervan in kaart brengt: de stabilisatie van de tonaliteit als allesomvattende muzikale grammatica in de barok valt rechtstreeks terug te brengen op de compositorische innovatiekracht van Monteverdi. Niet voor niets wordt hij dan ook vaak als de 'vader van de moderne muziek' bestempeld.

Veel voorzichtiger in het omspringen met deze homofone, bijna tonale schrijfwijze was Carlo Gesualdo. In tegenstelling tot Monteverdi bleef Gesualdo in zekere zin steken in het lineaire polyfonische denken van de prima prattica. Toch klinkt zijn muziek verrassend modern. Gesualdo's ietwat neurotische persoonlijkheid was namelijk niet alleen smakelijk voer voor zijn biografen, maar zorgde ook voor een sterk geladen oeuvre. De madrigalen die hij schreef fungeerden voor hem als een soort uitlaatklep. Zijn zes madrigaalbundels blinken dan ook uit qua harmonische ruwheid. De harde dissonantie en de manische chromatiek zijn typisch voor de (muzikale) persoonlijkheid van Gesualdo. Toch blijft zijn muziek ondanks haar grillige klankresultaat ver weg van de tonale vernieuwingen die bij Monteverdi zegevieren.

Eenzelfde spanning tussen oud en nieuw was ook de twintigste eeuw niet vreemd. Gevangen tussen een streven naar een radicaal nieuwe muziek enerzijds en een sterk historisch bewustzijn anderzijds, trachtte de Italiaan Luciano Berio zijn eigen weg te vinden. In de compositieklas van Giorgio Federico Ghedini aan het Milanese Conservatorium raakte hij vertrouwd met de madrigalen van Monteverdi. Meteen was hij gefascineerd door de kracht van de luisterende verbeelding. Dit repertoire loonde hem dat muziek als geen ander suggestief en dus dramatisch kan werken, zonder daarvoor daadwerkelijk beeld te behoeven. Dit besef zette Berio aan tot de compositie van A-Ronne.

Samen met vijf acteurs maakte hij een hilarische radiodocumentaire rond een gedicht van de Italiaanse auteur Eduardo Sanguinetti. Eerder dan het gedicht letterlijk te verklanken, werd het gehanteerd als 'katalysator' voor verschillende vocale situaties. Op die manier trachtte Berio heimelijk psychologismen geassocieerd met bepaalde klanken op te wekken bij zijn publiek. Hij bespeelt als het ware de verbeelding van de luisteraar. Daarmee illustreerde Berio tevens de instabiele relatie tussen het gedicht, dat trouw is aan zijn eigen woorden, en de vocale articulatie daarvan, die in staat is de originele betekenis te veranderen. Waar Monteverdi op zoek ging naar de perfecte symbiose tussen de klank en de betekenis van een woord, vond Berio het net interessant met deze dubbele gegevenheid te spelen. In 1975 maakte hij van de tape een compositie voor achtstemmig vocaal ensemble. Hierdoor kunnen we ook vandaag de dag nog live van de humor van deze compositie proeven.

Ook bij Berio's jongere landgenote Lucia Ronchetti vinden we eenzelfde fascinatie voor een 'muziektheater van de verbeelding'. Bij Ronchetti komt deze liefde tevens voort uit haar verlangen om met andere kunstvormen te werken en om de confrontatie met vreemde culturen aan te gaan.
Haar grote interesse voor de Italiaanse hedendaagse literatuur dreef haar tot een nauwe samenwerking met Ermanno Cavazzoni. Hij was het die de plot schreef voor Anatra al sal. Dit is wat men zou kunnen noemen een culinaire opera, waarin het publiek een 'luisterende blik' wordt gegund in de interne keuken van vijf meester-koks. Na een lange discussie over wat ze zullen koken, geraken de koks het maar niet eens over de wijze waarop ze hun uiteindelijk gekozen gerecht zullen bereiden: anatra al sal, eend in zoutkorst. Typisch voor Ronchetti is haar haarscherpe analyse van een doordeweekse gebeurtenis, waaruit ze net het absurde distilleert en in de verf zet. Dit resulteert veelal in composities vol humor, zonder daarbij aan muzikale kwaliteit in te boeten. De hele spanningsopbouw, de uiteindelijke oplossing en het daarmee verbonden komieke aspect: alles komt voort uit de muziek zelf. Het resultaat is een prachtige exploratie van het vocale expressiebereik van de menselijke stem
en een verrassende levendigheid in de interne keuken van de verbeelding.

Als Spaans componist lijkt José-María Sánchez-Verdú een buitenbeentje in deze tot nu toe uitsluitend Italiaanse aangelegenheid. Maar zijn grote kennis van het Italiaanse renaissancerepertoire, alsook studies te Siena bij Franco Donatoni maken dat hij zich ongetwijfeld als een vis in het water voelt in dit Italiaanse onderonsje. Sánchez-Verdú heeft bovendien een grote affiniteit met de menselijke stem. Ook hij werkte, net zoals Ronchetti, reeds intensief samen met de Neue Vocalsolisten, aan wie zijn eerste madrigaalboek tevens is opgedragen. In deze eerste bundel, die de titel Scriptura antiqva draagt, gaat de componist op zoek naar andere dan de gebruikelijke semantische verbindingsvormen tussen tekst en muziek. De neergeschreven tekst wordt door hem een materiele waarde toegekend.
Zijn madrigalen verklanken oud-Latijnse grafschriften, waarvan de kaligrafie een constitutief element vormde in de muzikale verklanking ervan. Deze teksten worden in de eerste plaats behandeld als uitingen van een schrift. In Scriptura antiqva lijkt voor het eerst het visuele aspect terug een belangrijke rol te zijn toegewezen, zij het enkel in het compositieproces. Want bij beluistering is de luisteraar opnieuw volledig aangewezen op zijn eigen verbeeldingskracht.

De grens tussen muziek en theater blijft in dit programma dan ook vaag; net zoals die tussen traditie en vernieuwing. Tenslotte is het meestal in de creatieve combinatie van beide dat de kunstenaar zichzelf ten volle weet te vinden. Eén ding is in de loop der eeuwen evenwel nooit veranderd, het expressiemiddel bij uitstek: de menselijke stem. In dit oer-instrument der natuur liggen werelden van verbeelding besloten. Sluit dus gerust de ogen, aan het theater in uw hoofd zal u toch niet ontsnappen.

Programma :

  • Claudio Monteverdi (1567-1643) , Ecco mormorar l'onde - Rimanti in pace - Ohimè se tanto amate
  • José-María Sánchez-Verdú (1968), Scriptura antiqva (Madrigalbuch I)
  • Carlo Gesualdo (ca.1561-1613), O voi troppo felici - Se la mia morte brami - Tu m'uccidi - Al mio gioir
  • Lucia Ronchetti (1963), Anatra al sal
  • Luciano Berio (1925-2003) , A-Ronne

Tijd en plaats van het gebeuren :

Neue Vocalsolisten : Madrigalen renaissance vs 20ste eeuw
Donderdag 20 oktober 2011 om 20.30 u (inleiding door Pauline Driesen om 19.45 u)
Kunstencentrum STUK Leuven
Naamsestraat 96
3000 Leuven

Meer info : www.festivalvlaamsbrabant.be en www.neuevocalsolisten.de
---------------------------------------
Vrijdag 21 oktober 2011 om 21.00 u
AMUZ - Antwerpen

Kammenstraat 81
2000 Antwerpen

Meer info : www.amuz.be en www.neuevocalsolisten.de

Bron : tekst Pauline Driesen voor het Festival van Vlaanderen Vlaams-Brabant

Extra:
José M. Sánchez-Verdú : www.sanchez-verdu.com, www.arsmusica.be en youtube
Lucia Ronchetti : www.luciaronchetti.com, en.wikipedia.org en youtube
Luciano Berio op www.compositiontoday.com, www.themodernword.com, brahms.ircam.fr, www.arsmusica.be en youtube
Portret Luciano Berio, J-L Plouvier op www.ictus.be
Luciano Berio (1925 - 2003): Duivelskunstenaar, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl

Elders op Oorgetuige :
Novecento 2011 : boeiende confrontaties tussen heden en verleden, 26/09/2011

Belusiter alvast Lucia Ronchetti 's Anatra al sal



en het eerste deel uit Luciano Berio's A-Ronne

20:21 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

De commentaren zijn gesloten.