10/10/2011

Collegium Vocale Gent brengt eigentijdse koormuziek van Pärt en Schnittke in Gent en Antwerpen

Alfred Schnittke Wie anders dan de Letse koordirigent Kaspars Putnins (1966) is meer aangewezen om dit a-capellaprogramma met Collegium Vocale Gent in goede banen te leiden? Hij is de aanvoerder van het wereldvermaarde Letse Radiokoor en zijn dada is de nieuwe, eigentijdse koormuziek. Daarbovenop geniet het Baltische repertoire zijn bijzondere voorkeur. Arvo Pärt en Alfred Schnittke (foto) omringt hij dus gegarandeerd met de beste zorgen.

De Estse componist Arvo Pärt (1935) is een levende legende. Met zijn contemplatieve muziek weet hij veel mensen recht in het spirituele hart te raken. De basis van zijn stijl is de drieklank (terts en kwint boven de grondtoon), alles wat niet essentieel is wordt geschrapt. Melodie en begeleiding zijn gelijkwaardig en de stilte krijgt evenveel gewicht als een muzieknoot. Alfred Schnittke (1934-1998) schreef zijn meesterlijke 'Twaalf Boetepsalmen' voor de viering van de duizendjarige kerstening van Rusland in 1988. Reeds voordien was hij geveld door een eerste beroerte. Luisteraars kunnen zich vaak moeilijk voorstellen dat deze sobere muziek door dezelfde componist geschreven is die zich voordien met knotsgekke barok, wiskundig serialisme en cartooneske avant-garde ingelaten had.

Een programma waarin muziek van Alfred Schnittke wordt gecombineerd met die van Arvo Pärt... Het is allicht wel vaker gedaan. Maar het blijft, behalve een mooi, ook een bijzonder interessant idee. De verbanden tussen beide heren zijn immers duidelijk. En zoals dat gaat met verbanden, lichten ze de verschillen op een heel aPärte manier uit. Er wacht ons dus een leerrijke avond; een mooier doel kan de concertgang niet dienen.

Schnittke en Pärt waren bijna even oud - ze werden geboren omstreeks de tijd dat hun voorganger en collega Sjostakovitsj het aan de stok kreeg met Stalin, destijds een dodelijke aangelegenheid. Ze werden naar stalinistische normen niet ver - geen tweeduizend kilometer - van elkaar geboren: Pärt in het Estse Paide, destijds onder Russisch juk, Schnittke in Engels aan de Wolga, als zoon van Duitse joodse immigranten. Beiden werden ze muzikaal opgevoed onder de Zjdanov-politiek - genoemd naar Stalins cultuurminister die streng toezag op de volkseigenheid van de geproduceerde kunst.

Beiden geraakten van de weeromstuit geïnteresseerd in het verboden spannends dat de toenmalige westerse avant-garde te bieden had, maar dat slechts Pärtieel en mondjesmaat tot achter het Ijzeren Gordijn geraakte. Beiden zagen, toen met de dooi die volgde op Stalins dood in 1953 een beetje meer artistieke vrijheid ontstond, al snel in dat het niet die westerse avant-garde was die de artistieke vrijheid het hoogst in het vaandel voerde.

Beiden zochten een nieuwe eenvoud in hun werk, die van enige schatplichtigheid aan het verleden niet bang hoefde te zijn, maar evenmin blind was voor de verworvenheden van de twintigste eeuw. Een eenvoud die, met andere woorden, liever mooi dan 'relevant' was, als ze dan toch moest kiezen. Een eenvoud die hen beiden het predikaat 'postmodernist' opleverde, een van de onnozelste woorden die het kunstjargon ooit heeft voortgebracht, wegens verregaand betekenisloos.

Zowel Schnittke als Pärt, tenslotte, vonden een bevestiging van hun esthetische imperatief in een hernieuwd geloof - het Rooms-katholieke, in beider geval, zij het muzikaal bijzonder sterk gekruid met stijlelementen uit de christelijk orthodoxe traditie, zoals dit programma alvast voor Schnittke bijzonder duidelijk maakt.

Specifiek voor de werken van dit concert is er nog een extra verband, dat de ene luisteraar al wat sprekender zal vinden dan de andere:
Pärts Magnificat dateert van 1989 en Schnittkes Twaalf Boetepsalmen van 1988. Beide stukken werden dus geschreven door inmiddels al lang naar Oostenrijk en Duitsland uitgeweken ex-sovjetburgers, op een voor hun voormalige thuisland historisch kantelpunt: de Glasnost en Perestrojka van Gorbatsjov hadden hun uitwerking niet gemist, en spoedig zou met de Berlijnse Muur ook de oude scheiding tussen West- en Oost-Europa sneuvelen. Niet dat het in de respectievelijke composities expliciet naspeurbaar zou zijn, maar evenmin is het waarschijnlijk dat de bewuste gebeurtenissen Pärt en Schnittke niet verregaand zouden hebben beziggehouden.

Maar er zijn ook significante verschillen. Pärt geraakte, na aanvankelijk door Sjostakovitsj, Prokofjev en Bartok te zijn beïnvloed en vervolgens met de onvermijdelijke dodecafonie en het serialisme te hebben geflirt, omstreeks de jaren zestig in een ellendige artistieke impasse verzeild. Enerzijds kritiek op zijn progressieve stijl van de ook in muzikale aangelegenheden nog steeds bemoeizieke sovjetoverheid, anderzijds het hem al snel dagende inzicht dat het modernisme in zijn toenmalige vorm een doodlopend straatje was, maakten dat hij niks meer op papier kreeg. Paul Hillier, die veel werken van Pärt creëerde en zijn biograaf werd, zegt hierover: "Hij geraakte door complete wanhoop overmand, in die mate dat componeren hem de nietigste van alle bezigheden leek, en hij ontbeerde de muzikale wilskracht en het vertrouwen om ook maar één noot neer te schrijven." Pärt trok zich terug, overigens niet voor de laatste keer in zijn carrière, en bestudeerde de spirituele en muzikale wortels van de Europese muziek van pakweg de veertiende tot de zestiende eeuw.

Nu kunnen we moeilijk beweren dat de muziek waarmee een min of meer herboren Pärt begin jaren zeventig naar buiten kwam, een doorslag, of zelfs een eigentijdse verwerking zou zijn van de perpetuums van de middeleeuwse School van Notre-Dame - of van de bijna bovenmenselijke puzzelpolyfonie van Johannes Ockeghem. Wel lijkt Pärt er zijn hoogstpersoonlijke 'essence' uit te hebben getrokken, een even bedrieglijk eenvoudige als typische manier om met zo weinig mogelijk harmonische middelen, en nagenoeg zonder contrapuntische technieken, een met de oude meesters vergelijkbare soort vrome plechtigheid en fragiele spiritualiteit te installeren. Wat hij zijn tintinnabull-stijl noemde - naar een Latijnse onomatopee voor klokkengeluid - is welbeschouwd een soort metasynthese van de vroege, westerse polyfonie. Het voorname effect zonder de wiskundige wetenschap, de vrome zeggingskracht met een sterk gereduceerde grammatica.

In elk geval vond Pärt op die manier niet alleen de poort tot vele harten, maar ook een gat in de markt. De emotionele doeltreffendheid van zijn muziek overstijgt zeer ver haar religieuze aspiraties of anekdotiek. Haar eenvoud wordt in musicologische en ander gesofisticeerde kringen vaak op misprijzen of hoongelach onthaald - 'Pärt total' wordt er nog steeds een woordspeling genoemd. In die kringen moet men vooral leren zingen, en er bij gelegenheid eens komen bijstaan voor een uitvoering van pakweg het 'Magnificat'. De spotters zullen erg snel merken hoe waarachtig de breekbaarheid van deze muziek is, hoe weloverwogen de vocale ergonomie. En hoe razend moeilijk ook eenvoudige muziek kan zijn. Pärt vraagt pijnlijk expliciet waar muziek maken welbeschouwd altijd op neerkomt: de stilte tegelijk maken en breken.

Het Magnificat van Pärt past in een lange traditie: doorheen de eeuwen, van het gregoriaans tot vandaag, hebben componisten deze woorden uit Lucas' evangelie getoonzet. Het betreft de bekende passus van Maria, die ten overstaan van Elizabeth de vreugde om haar merkwaardige zwangerschap uit. Opmerkelijk is de toon die Pärt hier aanslaat: rondom een sopraansolo, die uit niet meer dan een bijna voortdurend klinkende do bestaat, schikken zich bescheiden en intimistisch de andere stemmen, slechts schroomvallig van die alles doordesemende do afwijkend. Zich slechts tweemaal in het hele stuk een werkelijk forte veroorlovend. Een heel verschil met de toeters en bellen die van barok tot moderniteit doorgaans voor het Magnificat in stelling zijn gebracht.

Dirigent Kaspars Putnins laat het Magnificat volgen door Pärts zeven MagnificatAntifonen. Het betreft hier een zetting van de zogenaamde O-antifonen - overigens ook in de chronologie van Pärts oeuvre net voor het Magnificat gecomponeerd. Antifonen zijn al sinds het gregoriaans een soort wisselzangen tussen voorzanger en koor (of gemeente), waardoor een soort vraag- en antwoordeffect ontstaat.

Anders dan Pärt, heeft Schnittke nooit een verzengende artistieke crisis meegemaakt, en dus nooit radicale oplossingen of uitgangswegen moeten zoeken. Het pad van avant-garde naar wat men bij Schnittke meestal 'ecclectisme' of ietwat vriendelijker 'polystilisme' noemt, lijkt bij hem veel organischer te zijn gegroeid. Het is makkelijk, uit Schnittkes oeuvre sinds begin jaren zeventig enkele werken te kiezen waarvan men zou zweren dat ze onmogelijk aan dezelfde pen kunnen zijn ontsproten. Vergelijk het Requiem (1975) met het Strijktrio (1985). Of de Eerste Symfonie (1972) met het Pianokwintet (1976). Of het Concerto voor altviool en orkest (1985) met het Concerto voor koor uit hetzelfde jaar. De vriendelijke verwarring die zich van u meester zal maken, werd nooit beter in woorden gevat dan door de meesterlijke, Russische violiste Tatjana Grindenko. Zij noemde Schnittke ooit een 'tedere hystericus' en dat zegt het helemaal.
Vergelijken we de radicale muzikale koerswijziging van de jeugdige Pärt met de klaarblijkelijke souplesse waarmee Schnittke de verste uithoeken van het stilistische spectrum verkende, is het met beider heren religiositeit precies omgekeerd. Pärt lijkt er nooit echt mee gezeten of aan getwijfeld te hebben, terwijl Schnittke zich in 1982 wel drastisch, want formeel tot het Rooms-katholicisme bekeerde. Niettemin torsen zijn twee grote koorwerken, het Concerto voor koor en het drie jaar jongere Twaalf Boetepsalmen, een sterk orthodox klankidioom. Het zijn twee enorme bundels die nagenoeg naadloos de lijn van Bortnjanski, Tsjaikovski, Tanejev en Rachmaninov volgen.

Van beide zijn de Boetepsalmen zeker de strengste en moeilijkste, want harmonisch de meest geavanceerde. Nochtans is het 'skelet' van deze muziek eenvoudig en herkenbaar: de melodische en ritmische patronen van de orthodoxe liturgie, langgerekt en syllabisch. Schnittke kleurt dit patroon echter zo dicht in dat het effect er een is van statica. Een soort verstening. Het vergt een grote dirigent om de vele lagen voor de luisteraar onderscheidbaar te maken. Maar als het lukt, is het als muzikale ervaring met weinig écht vergelijkbaar.

Weliswaar meer voor de concertzaal dan voor de eredienst bedoeld, werd de cyclus geschreven ter herdenking van de duizendjarige kerstening van Rusland (een verjaardag die ironisch genoeg samenviel met het einde van het 20ste-eeuwse, Russische communisme): in 988 werd Grootprins Vladimir gedoopt, waarmee bet Byzantijnse christendom zijn intrede deed in Rusland - dat betekent nog steeds een verbod van instrumenten in de liturgische muziek.

De Twaalf Boetepsalmen zijn er eigenlijk elf, vermits de laatste woordeloos is. Van die elf, gecomponeerd op apocriefe, anonieme, zestiende-eeuwse teksten die in 1986 in Moskou werden uitgegeven en zo onder Schnittkes aandacht kwamen, vervult de zesde letterlijk en figuurlijk een centrale rol. Daarin horen we het relaas van Boris en Gleb, de zonen van Grootprins Vladimir, die in 1015 werden vermoord door hun oudere broer Svjatopolk. Ze zijn Ruslands eerste heiligen, vaak op iconen afgebeeld, en uiteraard onderwerp van een soort hervertelling van de broedermoord van Kain op Abel in het boek Genesis: de geboorte van de zonde, en in één moeite door van het eeuwige menselijke verlangen naar troost, verlichting, redding. Sinds heugenis is het verwoorden daarvan de functie van boetepsalmen.

Schnittke slaagt er in dit werk meesterlijk in, dat verlangen tegelijk te veralgemenen en concreet te maken. Groots en intiem tegelijk. Zuinig en toch gul. Gestileerd en toch recht naar het hart


Programma :

  • Arvo Pärt, Magnificat Antifonen nrs 1-7 (1988) - Magnificat (1989)
  • Alfred Schnittke, Twaalf Boetepsalmen (1988)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Collegium Vocale Gent & Accademia Chigiana Siena : Pärt, Schnittke
Vrijdag 14 oktober 2011 om 20.00 u
(Inleiding door Frans Lemaire om 19.15 u )
Muziekcentrum De Bijloke Gent
Bijlokekaai 7
9000 Gent

Meer info : www.debijloke.be, www.collegiumvocale.com en www.chigiana.it
---------------------------------
Zaterdag 15 oktober 2011 om 20.00 u (Inleiding door Rudy Tambuyser om 19.15 u )
deSingel - Antwerpen
Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info : www.desingel.be, www.collegiumvocale.com en www.chigiana.it

Bron : Tekst Rudy Tambuyser voor programmaboekje deSingel, oktober 2011

Extra :
Arvo Pärt op www.musicolog.com en youtube
Arvo Pärt (1935 - ), Tintinambulist op www.musicalifeiten.nl
Alfred Schnittke : www.schnittke.de, www.schirmer.com, www.arsmusica.be, www.boosey.com en youtube
Alfred Schnittke (1934 - 1998): Meer dan een polystilistisch kameleon, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl

Elders op Oorgetuige :
Musiques Nouvelles wijdt volledig concert aan de Estse componist Arvo Pärt, 22/09/2011
Vlaams Radio Koor brengt liturgisch programma rond Schnittke, 15/01/2007

Beluister alvast Alfred Schnittke Boetepsalm VII



en Arvo Pärts Magnificat

20:48 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

De commentaren zijn gesloten.