28/09/2011

Guido De Neve & Jan Michiels brengen sonates van Debussy, De Boeck en Celis in De Pinte en Zomergem

Frits Celis Guido de Neve bleek al op zeer jonge leeftijd begaafd met een uitzonderlijk muzikaal talent. Reeds op zijn elfde werd hij als leerling aanvaard aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel in de klas van Kati Sebestyen. Hij startte verschillende ensembles en wisselt het musiceren af met zijn opzoekingswerk naar en 'restauratie' van onuitgegeven manuscripten. Jan Michiels studeerde bij Abel Matthys en Arie van Lysebeth aan het Koninklijk Conservatorium Brussel. Sinds de Koningin Elisabethwedstrijd in 1991 is Michiels carrière stevig op dreef. Momenteel is hij docent piano aan het Koninklijk Conservatorium Brussel, waar hij tevens gedurende acht jaar de klas Hedendaagse Muziek leidde. Zijn liefde voor pianomuziek reikt van Bach tot en met de hedendaagse muziek mét lichte voorkeur voor muziek van de 20ste eeuw.

August De Boeck was één van de meest begaafde Vlaamse componisten van zijn generatie. Als één van de eersten mat hij zich een Europese kosmopolitische stijl aan en dat klonk vrij revolutionair in Vlaanderen toentertijd. Op en top romanticus componeerde hij in een vloeiende en zangerige trant met een weelderig en kleurrijk instrumentenpallet. De Boeck vervulde een pioniersrol en beïnvloedde heel wat componisten na hem, onder andere Frits Celis (foto). Al operadirigent leerde Celis het componistenvak in de praktijk: hij doorgrondde tal van muziekstijlen en tastte de mogelijkheden van de instrumenten af. Beide heren laafden zich aan het Franse Impressionisme van Claude Debussy. Debussy's Sonate nr 3 vormt zowat zijn muzikale testament: een volmaakte vorm, helder, levendig, eenvoudig maar toch fantasierijk. Guido De Neve en Jan Michiels leggen vaardig de verbanden bloot tussen deze drie muzikale meesters aan het begin van de 20ste eeuw.

Frits Celis (Antwerpen, 1929) is studeerde aan de Koninklijke Muziekconservatoria in Antwerpen en Brussel, de Universität für Musik und Darstellende Kunst "Mozarteum" Salzburg te Salzburg en de Hochschule für Musik in Keulen.
Celis begon als harpist, en werd daarna dirigent en muziekdirecteur aan de Koninklijke Muntschouwburg, de Koninklijke Vlaamse Opera en de Opera voor Vlaanderen. Hij was gastdirigent in Nederland, Frankrijk, Spanje, Duitsland en de Verenigde Staten.
Later legde hij zich hoofdzakelijk op compositie toe. Zijn stijl evolueerde via expressionisme en serialisme naar een vrij-atonale schriftuur met onmiskenbare voorkeur voor het lyrische aspect van de muziektaal.

Zijn eerste werken, ontstaan tussen 1949 en 1963, zijn nog uitgesproken tonaal en worden gekenmerkt door een eerder romantisch idioom. Na en periode van creatieve inactiviteit - te wijten aan tijdrovende opdrachten als dirigent - ontstond in 1966 de Elegie op. 7 voor symfonisch orkest. Het werd de eerste van een reeks atonale werken met uitgesproken expressionistische kenmerken.

In 1974 luidde de compositie voor kamerorkest Variazioni op.11 een nieuwe stijlperiode in die sterk aanleunt bij de principes van het serialisme. Deze schrijfwijze bleek uiteindelijk niet te beantwoorden aan Celis' artistieke geaardheid: in toenemende mate kwam het seriële scheppingsprocédé hem, omwille van de grote cerebrale beheersing die dergelijke manier van componeren behoeft, als creatief remmend over, zodat hij na enkele pogingen terugkeerde naar de vrije atonaliteit. Frits Celis laat zijn melodische vinding immers liever over aan zijn intuïtie, om ze daarna pas vanuit zijn vakkennis te censureren en in te passen in een coherent geheel.

Frits Celis componeert niet alleen voor zichzelf, maar wil vooral een gemotiveerd en gevormd publiek bereiken: "het doel is beluisterd worden". Hij is van mening dat niet alleen de toehoorder maar ook de hedendaagse componist zelf een zekere schuld treft voor het ontstaan van de beruchte kloof tussen hen beiden: hedendaagse muziek die vooral cerebraal is geconcipieerd, wordt immers vaak als wanklinkend en chaotisch ervaren, zelfs door de ernstige muziekliefhebber. Vanuit dit perspectief hanteert Frits Celis een toegankelijk lyrisme, en schuwt hij allerminst de consonant als expressief medium binnen zijn atonale klankwereld. Zijn artistieke integriteit valt echter nooit ten prooi aan enige vorm van commercialiteit. Daarnaast mijdt hij ook het experiment of het effect als uitgangspunt, omdat de oprechte en welwillende luisteraar daar volgens hem zelden een beklijvende boodschap aan heeft.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Guido De Neve & Jan Michiels : Debussy, Celis
Zaterdag 1 oktober 2011 om 20.00 u
Ontmoetingscentrum Polderbos - De Pinte

Polderbos 20
9840 De Pinte

Meer info : www.gentfestival.be
-----------------------------
Koristen van Keizersberg, Guido De Neve & Jan Michiels : De Boeck, Celis
Zondag 2 oktober 2011 om 10.00 u
St.-Martinuskerk Zomergem

Markt
9930 Zomergem

Meer info : www.gentfestival.be

Extra :
Frits Celis op www.muziekcentrum.be, www.cebedem.be en www.matrix-new-music.be

Elders op Oorgetuige :
Jan Sciffer & Hans Ryckelynck spelen sonates van Brahms en Celis in Dendermonde, 23/01/2011

14:37 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

De commentaren zijn gesloten.