22/09/2011

Musiques Nouvelles wijdt volledig concert aan de Estse componist Arvo Pärt

Arvo Pärt Een heel concert wijdt Musiques Nouvelles aan de Estse componist Arvo Pärt (foto). Centraal staat de relatief recente Vierde symfonie, bijgenaamd Los Angeles (2008), die voor de eerste keer op Belgische bodem wordt uitgevoerd. De muziek van Pärt gaat een intieme en ascetische dialoog aan met de polyfonie van renaissance en gregoriaanse gezangen. Waar komt ze beter tot haar recht dan in de gewijde ruimte van de Miniemenkerk?

Sinds midden jaren tachtig kent de muziek van Arvo Pärt (1935 ) een ongekend succes. Werken als 'Passio', 'Fratres' en 'Tabula Rasa' behoren tot de best verkochte 'klassieke' muziek. Pärts klankwereld is die van het Gregoriaans, van de 'paralelle organa' van Leoninus en Perotinus uit de middeleeuwse muziek en van vroege renaissance componisten zoals Josquin Desprez. Een van de belangrijkste drijfveren in het werk van Pärt is de religieuze: de schuldbelijdenis en het lijden der mensheid. Met componisten als Kantsjeli en Gorecki, die een vergelijkbare eenvoudige structuur in hun muziek kennen, wordt hij daarom gerekend tot de voormannen van de zogenaamde nieuwe spirituele muziek.

Toch hanteerde Pärt in de eerste tien jaar van zijn componistenloopbaan ook elementen uit de toen heersende moderne compositietechnieken zoals het serialisme en de invloeden van John Cage. Na een jarenlange bezinning ("een zoektocht vol twijfel") schreef hij het korte repetitieve pianowerk 'Für Alina' in 1976 en veranderende zijn muziek daarmee fundamenteel. Hij begon de zogenaamde tintabulli (bel- of klok-)techniek toe te passen waarin variaties van drieklanken een hoofdrol spelen op een essentieel ander manier dan binnen de tonaliteit. In 1976 en 1977 volgden nog drie verrassende werken: 'Tabula rasa', 'Fratres' en 'Cantus in memory of Benjamin Britten'. Allemaal unieke voorbeelden van Pärts geladen minimalisme. 'Fratres' van een jaar later, is een al even somber werk, waarin een koraalachtige melodie wordt herhaald tegen een achtergrond van het gegons van een kwint. Een incidentele paukenslag ondersteept het proceskarakter van het werk en de titel suggereert iets van een kloostersfeer. Het werk was oorspronkelijk bedoeld voor het Estse ensemble voor oude muziek Hortus Musicus, maar Pärt maakte er later diverse arrangementen van.

Arvo Pärt kreeg zijn eerste muzieklessen toen hij zeven jaar oud was. Hij volgde een opleiding aan het conservatorium in Tallinn vanaf 1957, waar hij les kreeg in compositie van Heino Eller en waar hij in 1963 ook afstudeerde. Zijn eerste composities, waarin invloeden te horen zijn van Béla Bartók, Sergej Prokofjev en Dmitri Sjostakovitsj, dateren uit zijn studietijd. Voor zijn eerste orkestrale compositie, genaamd Necrolog, gebruikte hij de twaalftoontechniek van Arnold Schönberg, maar dit bezorgde hem veel kritiek van het conservatieve Sovjetregime. Na zijn studie kreeg hij een baan bij een radiostation in Estland. Daarnaast ging hij door met componeren. Pärt experimenteerde na zijn studie met diverse compositietechnieken en schreef aanvankelijk vooral seriële muziek.

Volgens zijn biograaf Paul Hillier raakte hij hierna in een spirituele en professionele crisis. Hij ging op zoek naar andere muziek en bestudeerde Gregoriaanse muziek, de opkomst van de polyfonie in de Renaissance. In die tijd trad hij toe tot de Russisch-orthodoxe Kerk. In 1968 componeerde hij het werk Credo, daarna trok hij zich een tijd terug en bestudeerde hij Middeleeuwse muziek, waaronder die van Franse en Vlaamse componisten als Josquin Des Prez, Guillaume de Machault, Jacob Obrecht en Johannes Ockeghem.

In 1971 maakte hij zijn rentree met Symfonie nr. 3, waarbij de polyfonische structuur kan worden herleid tot de Nederlandse componisten en die elementen van Middeleeuwse zowel als van Barokmuziek in zich draagt. Na deze periode sloeg Pärt een andere weg in. Hij begon muziek te maken die hij zelf tintinnabular noemt, ( uit het Latijn tintinabuli, kleine bellen) muziek die klinkt als het geluid van bellen of klokken. Deze muziek wordt gekenmerkt door simpele harmonieën, vaak ook door enkele noten of drieklanken die volgens de componist als bellen klinken. Het eerste stuk waarin hij van deze techniek gebruik maakt is Für Alina, een pianowerk uit 1976. Daarna volgden de drie werken die tot op heden toe het meest bekend zijn: Fratres, Cantus In Memory Of Benjamin Britten, en Tabula Rasa. Estland was vanaf 1944 tot en met 1991 bezet door Rusland. In 1980 verliet Pärt Estland en emigreerde hij naar Wenen. Eén jaar later verruilde hij de Oostenrijkse hoofdstad voor West-Berlijn, waar hij momenteel nog steeds woont. Sinds zijn vertrek uit de Sovjet-Unie schrijft Pärt veel religieuze werken, vaak in opdracht van koren en kathedralen. In 2003 ontving hij de Contemporary Music Award. In 2008 ontving hij de Deense Léonie Sonning-prijs.

Programma :

  • Cantus in Memoriam of Benjamin Britten, voor strijkorkest, 1977
  • Symphonie n°4 ' Los Angeles', voor strijkorkest, harp en percussie, 2008 - Belgische creatie
  • Silhouette, hommage aan Gustave Eiffel, voor strijkorkest en percussie, 2009, - Belgische creatie
  • Fratres, voor strijkorkest en percussie, 1977

Tijd en plaats van het gebeuren :

EMN : Concert Monographique : Arvo Pärt
Dinsdag 27 september 2011 om 20.00 u
Miniemenkerk Brussel

Miniemenstraat 62
1000 Brussel

Meer info : www.musiquesnouvelles.com

Extra :
Arvo Pärt op www.musicolog.com en youtube
Arvo Pärt (1935 - ), Tintinambulist op www.musicalifeiten.nl

Elders op oorgetuige :
100 jaar Baltische koormuziek met Cappella Amsterdam, 18/05/2011
Boetepsalmen op zijn Oud-Slavisch : Arvo Pärts Kanon Pokajanen in de Brusselse Miniemenkerk, 19/03/2011

Bekijk alleszins deze video van Arvo Pärts 'Cantus In Memory Of Benjamin Britten'

21:03 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

De commentaren zijn gesloten.