12/08/2011

Boetekanon van Arvo Pärt sluit Musica Sacra af

Arvo Pärt Op zondag 14 augustus brengt het GC Aquarius hun intussen vermaard geworden uitvoering van de Boetekanon van Arvo Pärt (foto) tijdens het slotconcert van Musica Sacra in Bever. Het wordt een avond die, alleen al door zijn bijzondere lengte - 2 uur en 10 minuten - telkens weer voor een memorabele ervaring zorgt. Zowel bij zangers als publiek. Het GC Aquarius (ex Goeyvaerts Consort) is een van de weinige ensembles ter wereld die het aandurft (aan wil, aan kan) deze partituur integraal te zingen. Het is lang, en lastig. Maar het loont zozeer de moeite om dit uitzonderlijk ritueel telkens opnieuw te voltrekken. Elke uitvoering van Kanon Pokajanen is legendarisch en zoveel meer dan een concert.

Onder de hedendaagse koorcomponisten is niemand zo populair als de Est Arvo Pärt (°1935). Heel de wereld zingt zijn religieuze muziek. Zijn eenvoudige, welluidende en geraffineerde stijl beantwoordt blijkbaar aan een wijdverspreide en diepe spirituele nood. Zijn kerkmuziek is sober en ingetogen, ze heeft iets middeleeuws en straalt tegelijkertijd iets van tijdeloosheid uit. Pärt schrijft muziek voor iedereen en niet enkel voor een gespecialiseerd publiek.

Arvo Pärt kreeg zijn eerste muzieklessen toen hij zeven jaar oud was. Hij volgde een opleiding aan het conservatorium in Tallinn vanaf 1957, waar hij les kreeg in compositie van Heino Eller en waar hij in 1963 ook afstudeerde. Zijn eerste composities, waarin invloeden te horen zijn van Béla Bartók, Sergej Prokofjev en Dmitri Sjostakovitsj, dateren uit zijn studietijd. Voor zijn eerste orkestrale compositie, genaamd Necrolog, gebruikte hij de twaalftoontechniek van Arnold Schönberg, maar dit bezorgde hem veel kritiek van het conservatieve Sovjetregime. Na zijn studie kreeg hij een baan bij een radiostation in Estland. Daarnaast ging hij door met componeren. Pärt experimenteerde na zijn studie met diverse compositietechnieken en schreef aanvankelijk vooral seriële muziek.

Volgens zijn biograaf Paul Hillier raakte hij hierna in een spirituele en professionele crisis. Hij ging op zoek naar andere muziek en bestudeerde Gregoriaanse muziek, de opkomst van de polyfonie in de Renaissance. In die tijd trad hij toe tot de Russisch-orthodoxe Kerk. In 1968 componeerde hij het werk Credo, daarna trok hij zich een tijd terug en bestudeerde hij Middeleeuwse muziek, waaronder die van Franse en Vlaamse componisten als Josquin Des Prez, Guillaume de Machault, Jacob Obrecht en Johannes Ockeghem.

In 1971 maakte hij zijn rentree met Symfonie nr. 3, waarbij de polyfonische structuur kan worden herleid tot de Nederlandse componisten en die elementen van Middeleeuwse zowel als van Barokmuziek in zich draagt.
Na deze periode sloeg Pärt een andere weg in. Hij begon muziek te maken die hij zelf tintinnabular noemt, ( uit het Latijn tintinabuli, kleine bellen) muziek die klinkt als het geluid van bellen of klokken. Deze muziek wordt gekenmerkt door simpele harmonieën, vaak ook door enkele noten of drieklanken die volgens de componist als bellen klinken. Het eerste stuk waarin hij van deze techniek gebruik maakt is Für Alina, een pianowerk uit 1976. Daarna volgden de drie werken die tot op heden toe het meest bekend zijn: Fratres, Cantus In Memory Of Benjamin Britten, en Tabula Rasa. Estland was vanaf 1944 tot en met 1991 bezet door Rusland. In 1980 verliet Pärt Estland en emigreerde hij naar Wenen. Eén jaar later verruilde hij de Oostenrijkse hoofdstad voor West-Berlijn, waar hij momenteel nog steeds woont. Sinds zijn vertrek uit de Sovjet-Unie schrijft Pärt veel religieuze werken, vaak in opdracht van koren en kathedralen. In 2003 ontving hij de Contemporary Music Award. In 2008 ontving hij de Deense Léonie Sonning-prijs.

Arvo Pärts Kanon Pokajanen (Boetepsalmen, 1995-97) is gebaseerd op de kanon van boete en berouw zoals die reeds in de vroegste Slavisch-Christelijke manuscripten (6de eeuw na Christus) is terug te vinden.De kanon staat symbool voor de verandering, de overgang tussen dag en nacht, het Oude en het Nieuwe Testament, profetie en vervulling, het hier en het hiernamaals. Toegepast op de mens handelt het over de grens tussen het menselijke en het goddelijke, zwakheid en sterkte, lijden en verlossing, sterven en onsterfelijkheid.
Arvo Pärt over de Boetekanon: 'In deze compositie probeer ik van de taal uit te gaan. Ik wilde het woord zijn eigen klank laten vinden, zijn eigen melodische lijn. Zo ontstond muziek die - tot mijn eigen verbazing - doordrongen was van het eigen karakter van het oude kerkslavisch.'

Tijd en plaats van het gebeuren :

GC Aquarius: Arvo Pärt, Kanon Pokajanen
Festival Musica Sacra
Zondag 14 augustus 2011 om 20.30 u

Sint-Martinuskerk
1547 Bever

Meer info : www.gc-aquarius.be en www.musicasacra.be

Het volledige programma en alle verdere info over Musica Sacra vind je op www.musicasacra.be

Extra :
Arvo Pärt op www.musicolog.com en youtube
Trailer Kanon Pokajanen op www.filmit.be
Arvo Pärt (1935 - ), Tintinambulist op www.musicalifeiten.nl

Elders op oorgetuige :
Boetepsalmen op zijn Oud-Slavisch : Arvo Pärts Kanon Pokajanen in de Brusselse Miniemenkerk, 19/03/2011

Bekijk alvast dit fragment uit de uitvoering van Arvo Pärts 'Kanon Pokajanen' door GC Aquarius

23:00 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

De commentaren zijn gesloten.