26/05/2011

Middle East : hybride kameropera van Frank Nuyts over het mislukken van de vredesonderhandelingen tussen aartsvijanden Israël en Palestina

Frank Nuyts In Middle East beschrijft Philippe Blasband (auteur en scenarist van verschillende films waaronder 'La femme de Gilles', 'Une liaison pornographique' en 'Irina Palm') het mislukken van de vredesonderhandelingen tussen aartsvijanden Israël en Palestina. Hij focust op het moment waarop beide protagonisten aan de onderhandelingstafel plaatsnemen. Het moment waarop nog niemand heeft gesproken. Wat denken ze? Hoe kunnen ze spreken over een realiteit die voor beiden zo verschillend is?  Inspiratiebron was het diplomatieke overleg tussen Ehud Barak en Yasser Arafat in 2001 dat hoopvol inzette maar uiteindelijke mislukte. Frank Nuyts componeert een hybride kameropera. Johan Dehollander regisseert en verplaatst de dramatische situatie naar het hier en nu. 

In 2001 werd hoopvol uitgekeken naar het diplomatieke overleg tussen Ehud Barak en Yasser Arafat. Nooit eerder leek een duurzame vrede in het Midden-Oosten zo dichtbij… maar nooit eerder bleef ze zo veraf. De dialoog blijkt er geen te zijn, de gesprekken blijven doof. Paroles inutiles. Vrede glipt weg als rul woestijnzand.
Zangeres Ruth Rosenfeld en acteur Thomas Bellinck kiezen geen partij. Ze zijn niet meer dan de kwetsbare uitwassen van een zinloze oorlog. De vitale regie van Johan Dehollander en de grimmige compositie van Frank Nuyts schreeuwen hun woede en machteloosheid uit, net zoals de sprekende projecties van Pascal Poisonnier. In het eindeloze spel tussen de struisvogel en de coyote - de favoriete cartoon van Yasser Arafat - raakt het menselijk deficit vergeten. Wat overblijft is stilte. Bip-bip ?

De feiten
In juni 2000 bracht de Amerikaanse president Bill Clinton Yasser Arafat, president van de Palestijnse Autoriteit, en Ehud Barak, eerste minister van Israel, samen in Camp David om er het vredesoverleg tot een goed einde te brengen.

In de recente geschiedenis stonden Israëliërs en Palestijnen nooit zo dicht bij de vrede en er tegelijkertijd zo ver van af als toen.
Te weten komen wat er precies gebeurd is in Camp David is onmogelijk. De Israelische en Palestijnse onderhandelaars leefden er in twee parallelle werelden die elkaar nooit geraakt hebben.

Zowel de Israëliers als de Palestijnen hebben getracht de vrede te winnen zoals men een oorlog wint: de Palestijnen stonden erop de einddoelen van de onderhandelingen vast te leggen, terwijl de Israëli's wilden dat de beginvoorwaarden werden bepaald. Ze zijn uiteindelijk gestruikeld over de kwestie Al Qods, Jeruzalem.

De opera
Het utopisch moment van een overeenkomst lag een tijd lang in het bereik, maar geleidelijk verzandde het momentum en werd alles op de lange baan geschoven. Ehud Barak weigerde Arafat te ontmoeten zolang de onderhandelaars geen overeenkomst hadden bereikt en er werd bijgevolg dus ook geen overeenkomst bereikt.
Philippe Blasband schreef een kort libretto over de minuten, het 'momentum' waarop Barak en Arafat elkaar hadden kunnen ontmoeten en dat er iets had kunnen gebeuren.

Het adagio van het libretto is dan ook: "nous allons nous asseoir" en het handelt over het gemis van 'enkele ogenblikken politieke moed'. De tekst is geritmeerd als een soort 'monologue intérieur' die de gedachten weergeeft vanuit de herinnering. De ene keer lijken de uitlatingen van beide personages op te gaan in een koor dat lamenteert over de mislukking van de onderhandelingen en over de algemene impasse, de andere keer staan de twee figuren van Arafat en Barak tegenover elkaar als twee kemphanen. De wisselwerking tussen steekspel en herinneringen vol spoken uit het verleden kleurt de tekst.
Frank Nuyts componeerde een opera die de spanning tussen het utopische momentum en de politieke en menselijke realiteit voelbaar maakt. Het vermogen van een politiek evenement!

Muzikaal bouwt de opera ijverig voort op de verworvenheden sinds Glass en Adams. In het geschetter van "propagande! propagande!" horen we een reminiscentie van Adams "News! News!" uit Nixon in China en af en toe glijden we in een dromerig ritme à la Glass. Maar bijzonder sterk zijn de archetypische figuren en muzikale sjablonen waarop de muziek gebouwd is. Iets raken op de grens van de herkenning en dat toch uitnodigt om na te denken: mooi is de gestyleerde animatiefilmmuziek die de roadrunnerpassage evoceert. Bip Bip. Nuyts kiest voor een vrouwenstem die de inwendige monoloog zingt. De zangeres komt niet met iets nieuws, ze stapt in de tijdloosheid die door de muziek wordt geëvoceerd. De muziek vertraagt af en toe de ervaring zoals slaapliederen dat doen. Het lijkt alsof er iets ongrijpbaars aan de hand is, alsof we dromen; het lot voltrekt zich zoals zand dat door de vingers glijdt. Spookachtig dringen de beelden van vergeten dorpen en landschappen zich aan ons op. De vrieskoude muziek evoceert het gewelddadige verleden. Tot alles stilvalt…

Er zijn nog verschillende muzikale pogingen om alles weer op te starten: een lied met Franse rockachtige zangkwaliteit "après tout ceci…", maar er volgen onderbrekingen, beledigingen, …men wil niet toegeven. De tweedracht uit zich in oppositionele intervallen tot net voor het einde de schoonheid van het landschap wordt bezongen.

De geschiedenis
We hebben het over twee volkeren - Palestijnen en Israëli's - die allebei hun eigen exclusieve geschiedenis gesteund hebben op hun slachtofferschap en op de strijd van klein tegen groot. Dat hebben ze van in de heilige geschriften tot in de recente geschiedenis vastgelegd in blijvende geschriften en hoogstaande cultuurteksten.
Die twee volkeren moeten door een ongelooflijke intensieve anamnese - of is het een collectieve psychanalyse - gaan, vooraleer ze onbevangen de moederteksten van hun asymmetrische werelden in vraag kunnen stellen.

De kleine menselijke verschillen tussen beide volkeren zijn historisch, economisch, politiek, sociaal, cultureel en religieus uitvergroot en vastgeklonken tot in de bijbel en de koran en in vele roemrijke verklaringen. En om daar ook maar een beetje aan te morrelen veronderstelt een moed en een bereidheid om een stukje van dit eergevoel en van de identitaire constructies in te leveren voor een pragmatische oplossing zonder winnaars. Dat dit een grote moed en staatsmanschap vraagt van de onderhandelaars en gevaarlijk is, werd in de recente geschiedenis van Camp David bewezen: Rabin en Sadat die het momentum van de vrede aangrepen, werden allebei door hun eigen volk vermoord. Het zijn wat de Libanese schrijver Maalouf 'dodelijke identiteiten' noemt. Meer nog: de wraak van het eigen volk is evenveel of zelfs meer te vrezen dan die van de vijand.

De voorstelling
De twee figuren die Johan Dehollander ten tonele voert, zijn niet Arafat en Barak, het zijn eerder emanaties van het collectieve geweten dat de impasse voedt, en waar af en toe historische feiten of figuren in zichtbaar worden gemaakt. Zo wordt de koorfunctie van de tekst geëerbiedigd en wordt er meer recht gedaan aan de complexe samenlevingen waarover het hier gaat en die niet altijd daadwerkelijk zijn vertegenwoordigd door het wrede of stupide beleid van leiders.

Theatermaker Johan Dehollander, acteur Thomas Bellinck en zangeres Ruth Rosenfeld ontwikkelen - via een reeks theatrale beelden een eigen plek, een eigen momentum, dat verder gaat dan de officiële politieke retoriek van het slachtofferschap of de diagnose van het gebrek aan groots staatsmanschap van de politici.

Het gaat hier over een 'momentum' dat met grote mildheid de alternatieve wereld toont van kleine mensjes die telkens met moed en zorg het dagelijkse leven voorbereiden, herbeginnen en herschikken ondanks de impasse die de geschiedenis en het beleid voor hen heeft uitgezet. Een moment en een wereld om over te reflecteren.

Het beginbeeld is indrukwekkend: het is donker, over de meubels liggen lakens, ze refereren aan de spookdorpen waarvan sprake in het libretto. Boven alles slingert een zak heen en weer …als een zwaard van Damocles, …als het gewicht van de tijd.

Een belangrijk figuurtje in de opera is ontleend aan de passie van Arafat voor de tekenfilm Roadrunner, aka Bip Bip, die zijn verbeelding van 'het slachtoffer' voedt: de coyote (Barak?) is buitengewoon intelligent, ongemeen sterk en vindingrijk maar toch ontglipt de struisvogel hem altijd. Hij kan hem niet vangen.
De tragiek van het mislukte utopische momentum - het enige moment dat Roadrunner en Coyote virtueel samen zijn - is in de tekenfilm de plek waar Roadrunner zich bevindt als hij over de afgrond zweeft naar de overkant en de coyote hem achterna holt en opeens beseft dat hij zich ook boven een afgrond bevindt… wat eigenlijk niet kan. De plek van de Coyote voor hij naar beneden valt en de ruimte die de Roadrunner inneemt voor hij aan de overkant is, symboliseren de utopische ruimte van een (on)mogelijke overeenkomst… een wereld waarin het spel van beul en slachtoffer even kan ophouden en plaats kan maken voor een ander spel, een echt spel van de verbeelding. Bip Bip.

In het stuk gaat het niet over de struisvogel die Arafat denkt te zijn, maar over de kleine struisvogel die altijd opnieuw moet proberen te overleven zonder zijn kop in het zand te mogen steken, en die dus verplicht wordt te kiezen voor kwetsbaarheid in een dodelijk landschap waar de kogels rond zijn oren fluiten. De twee figuren die over de scène evolueren zijn geen politici, zoals Arafat en Barak, maar emanaties van een kwetsbaar koor dat telkens opnieuw probeert de (on)mogelijk te bereiken utopische plek voor te bereiden of in te nemen: "Nous allons nous asseoir. We zullen gaan zitten."

In het begin klinkt het nog enigszins geloofwaardig. Maar het ongeduld groeit. "Als er moet geschoten worden, zal mijn revolver schieten" zingt Thomas Bellinck op een bepaald ogenblik en hij heeft de veren van zijn vogel-zijn verzameld op de standaard van een totem die op een eend gelijkt. Ten strijde met afgedankt wapenarsenaal… Even doet hij denken aan de Libische of Egyptische rebellen of de Palestijnse kinderen van de Intifada die met ongelijke wapens in de aanval trekken als kwetsbare vogels, kanonnenvlees.

De boventiteling is een acteur
De boventiteling is heel bijzonder en fungeert als een medespeler in de opera. Ze doet net als de muziek en de zang recht aan de teksthandeling.
De snelheid of traagheid waarmee letters in beeld komen, drukt een gevoel uit. Soms zit de emotionele waarde in de grootte van de woorden, in hoe ze naar mekaar toe of van mekaar weg bewegen, hoe ze verdwijnen of ontstaan. Een andere keer lijken de letters niet op hun poten te vallen en wentelen ze over de projectie in volle chaos, soms is er een grote ordening: in de (holle) politieke retoriek bijvoorbeeld: "nous allons nous asseoir". Soms verdwijnen letters zoals sneeuw voor de zon of verdampen ze of vallen ze uit elkaar zoals het woord 'fantômes', dat uiteenvalt in vele lijnen. Zo poëtisch als de grafische vorm de ene keer is, zo sec als een krantenbericht is hij de andere keer: "we hebben moordenaars op u afgestuurd."

Dan weer scheren de letters over het scherm in een ijltempo zoals de loop van de struisvogel achtervolgd door de coyote. 'PRISONNIER' in veel te grote letters: eerst onleesbaar dan glashelder. Dan is er even geen zang, dan geen muziek en dan die vreselijke zin:
"Ziet u niet dat de kinderen bereid zijn om te sterven als ze zeker zijn dat u tegelijkertijd met hen sterft" Deze tekst blijft tergend lang op de boventiteling staan.
Of ook nog
"Ziet u niet dat de vrede op het punt staat om tussen onze vingers te glippen zoals zand, zoals vuur, zoals water"
Dan weer fellere muziek.
Op het einde komt de tekst zeer traag te voorschijn. Er zijn scheldpartijen, er is poëzie.
"de belletjes van schapen 's avonds… de dadelpalmen in het water… de grenzen vastgelegd door de ONU"
De letters springen nu in alle richtingen… Er is chaos die eindigt op "ik ben een man van de vrede". De letters lijken op het einde weg te smelten of zandkorrels te worden of verfvlekken.

De impasse
Kind-zijn, mens-zijn, zorg dragen, kwaad worden, samen iets opbouwen, willen spelen en niet meer kunnen spelen, het wordt allemaal zo moeilijk omdat het spel zo fundamenteel tot ernst is verworden, omdat de utopie steeds opnieuw staat te sterven. Men kan niet in enkele minuten over 5000 jaar geschiedenis negotiëren.
Elke poging om iets op te lossen botst bovendien op het onmogelijke statuut van Jeruzalem: de symbolische hoofdstad van de monotheïstische religies, van de Arabische, Joodse en Christelijke gemeenschappen, van zo veel talen, van Palestijnen en Israëli's, van twee staten, enz. Toen Moshe Dayan en El-Tel in 1948 op een landkaart de grens trokken tussen Oost- en West-Jeruzalem, bleken de groene en rode lijnen die de fronten van hun beide legers aangaven, bleek de brede lijn die ze op de kaart tekenden, wel 100 meter breed te zijn in de realiteit. Waarop men zich de vraag stelde: "who owns the width of the line?", "wie bezit de breedte van de lijn?" Antwoord: Niemand!

Misschien was het ook zo'n utopische plek waar Palestijnse, Arabische en Joodse kinderen met elkaar konden spelen. No man's land. A-topia. Zou het fruit dat men op die lijn kweekt, illegaal zijn of utopisch? Zijn de spelen die kinderen daar al die tijd met elkaar hebben gespeeld illegaal of utopisch?
Thomas Bellinck speelt erg geconcentreerd zijn intrigerend spel met allerlei objecten: een eend, een masker,… als een kind of een would-be militair op zijn zolderkamer. Ruth Rosenfeld kijkt de hele tijd zingend toe, een aanwezigheid op de achtergrond, maar erg voelbaar. Bellinck creëert een autonome wereld die zoals in het spel van een kind heel wat elementen van de werkelijkheid bevat: even ontwaart men de kaart van Israël, een citroen, een vliegtuig, Golgotha…

Opeens worden in de voorstelling ook twee portretten van kinderen naar voren geschoven. Ze hebben iets van de portretten van heiligen of martelaars, of van iconen. Daarachter staan Bellinck en Rosenfeld met een handdoek over hun hoofd. Zoals de H. Veronica de ware afdruk van het gezicht van de heilige op een handdoek bewaart, lijken ze hun afdrukken te hebben afgestaan aan de twee portretten die als in een schrijn de rest van de voorstelling aanwezig zullen blijven. Zij zijn nog de schimmen van voorheen. Er lijkt iets onherstelbaars gebeurd dat nog enkel via verering (van martelaren?) of herinnering tot leven kan komen.

Nog even klinkt een vitaal en gezamenlijk gezongen populair klinkend nummer: "Et après tout ceci…". Maar dan gaat het snel bergaf. Het koor valt uit elkaar en leeft een schimmig bestaan. De lafheid, de leugens, het geweld, de opgelegde grenzen en muren, de angsten, de spookdorpen, de martelaren, de herinnering aan een pastoraal landschap en de impasse rond Jeruzalem passeren de revue. Wat overblijft, zijn spookdorpen, schimmen uit het verleden met impact op het heden en de mogelijkheid van een utopische vrede die als zand tussen de vingers glijdt, wegvloeit als water en uiteindelijk catastrofaal in brand staat. Als voor de laatste keer weerklinkt: "nous allons nous asseoir…nos conseillers vont conseiller nos conseillers", klinkt dat niet enkel politiek ongeloofwaardig. Het eindbeeld toont op gruwelijk poëtische wijze de onheilzame impasse.

De ontwerpers van de groene en de rode lijn die het Arabische en Joodse gebied van elkaar moesten scheiden, hadden in 1948 een aantal plekken gezien waar de twee lijnen elkaar zouden raken. Daar was de lijn niet langer een brede lijn of een muur, maar een punt. De mensen noemden ze 'kissing points' en verbeeldden zich dat de bewoners van de twee gemeenschappen elkaar daar 's nachts konden gaan kussen.

Tijd en plaats van het gebeuren :

LOD/Frank Nuyts : Middle East
Donderdag 26 en vrijdag 27 mei 2011, telekns om 20.00 u
Vlaamse Opera Gent

Schouwburgstraat 3
9000 Gent

Meer info : www.vlaamseopera.be, www.operaxxi.be, www.lod.be en www.spectraensemble.com

Deze voorstelling speelt ook op 28 en 29 mei in de Rotterdamse Schouwburg in Rotterdam.
Volgend seizoen is deze voorstelling te zien in Brugge (22/09), Den Haag (1/10), Tongeren (8/10), Leuven (30/11 en 1/12), Gent (8 en 9/12) en Strasbourg (19/04).

Bron : tekst Geert Opsomer voor LOD

Extra :
Frank Nuyts : www.franknuyts.com, www.hardscore.be, www.matrix-new-music.be en youtube
Interview van Frank Nuyts, Philippe Blasband en Johan Dehollander, Evelyne Coussens op www.lod.be (pdf)

Elders op Oorgetuige :
Creatie nieuwe kamersymfonieën Frank Nuyts en John Luther Adams in Kortrijk, 18/05/2011
Van Griekse tragedie tot martelaren : Opera XXI presenteert drie wereldcreaties en 'A little bit of Opera?', 15/05/2011

Bekijk alvast de trailer van Middle East

00:36 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

De commentaren zijn gesloten.