07/05/2011

Wibert Aerts creëert werk van drie jonge Vlaamse componisten in het Concertgebouw Brugge

Wibert Aerts "Een inwendige groei waarvan het verloop niet te voorspellen is", zo omschreef Pierre Boulez zijn eigen compositorische ideaal, verwijzend naar het werk van Johann Sebastian Bach. De Vlaamse violist Wibert Aerts (foto) vertolkt in zijn solorecital muziek van beide componisten. Anthèmes II van Boulez (voor viool en elektronica) groeide organisch uit de elektronische spatialisatie en figuratieve ontwikkeling van het oudere Anthèmes voor soloviool. De kiem van het stuk ligt echter in de historische vorm van de strofische psalmzetting, die bij Boulez in een hedendaagse gedaante verschijnt. Boulez' muziek wordt in dit concert gecombineerd met Bachs weergaloze Chaconne en zijn Ricercar a 3 uit Das Musikalische Opfer, bewerkt voor viool door Bram Van Camp. De 'scoop' komt van drie jonge Vlaamse componisten, die speciaal voor Wibert Aerts een gloednieuw werk schreven : Daan Janssens, Bram Van Camp en Mattijs Van Damme.

Er zit meer dan 250 jaar tussen de werken van Bach en Boulez. Toch delen beide componisten een fundamentele ambitie om met een viool solo een complexe, veelgelaagde muzikale textuur te realiseren. Drie jonge Vlaamse componisten namen Bachs en Boulez’ werken als referentiepunten voor hun creaties.

Johann Sebastian Bach schreef drie sonates en partita’s voor soloviool. Dit waren niet de eerste werken voor een soloviool zonder begeleiding, maar ze zetten de mogelijkheden voor het instrument wel op scherp. De manier waarop Bach erin slaagde om met een zogenaamd eenstemmig, melodisch instrument toch een veelgelaagde textuur bestaande uit melodie en (soms zelfs drieof vierstemmige) begeleiding neer te zetten is indrukwekkend. De partituur vraagt om virtuoze vertolkers die op hun viool die suggestie van meerstemmigheid effectief kunnen realiseren, maar toont ook een enorme compositiorische vindingrijkheid. De Chaconne uit de Partita in d geldt daarbij als het meest treffende voorbeeld. Hoewel de Partita in d de enige van de drie is die het traditionele patroon van een suite (een reeks gestileerde dansen) volgt (Allemande - Courante - Sarabande - Gigue), sluit het af met een monumentale Chaconne (variaties op een herhaalde reeks akkoorden). Deze overstijgt in lengte en in muzikale en speeltechnische complexiteit de voorafgaande delen en stuurt zo de partita een heel andere richting uit. De Chaconne staat hier naast een ander monument van Bachs contrapuntische meesterschap: het driestemmige Ricercar waarmee Bach zijn Musikalisches Opfer (1747) opende, hier in een bewerking voor soloviool van Bram Van Camp.

Bij Pierre Boulez is de meerstemmigheid niet langer een kwestie van suggestie, maar van technologie. In Anthèmes II (1997) wordt de viool live verveelvoudigd door elektronica, die aan de - op zich al veelgelaagde - solopartij nog verschillende niveaus toevoegt. Zoals zo vaak bij Boulez is dit werk met oudere composities verbonden. Een flard uit …explosante-fixe… (vanaf 1972) werkte Boulez uit tot Anthèmes voor viool solo (1991). In Anthèmes II neemt hij het materiaal uit Anthèmes als vertrekpunt, maar componeert het verder uit én geeft er letterlijk een nieuwe dimensie aan met de electronics. De violist speelt dus tegen een veelvoud van zichzelf, waarbij de electronics ook nog eens dienst doen als verlengstuk van de violist: het toevoegen van kleuren, filteren en vervormen van de vioolklank. Door het verdelen van de klanken over de luidsprekers wordt ook de (akoestische) ruimte een element dat de componist heel bewust kan controleren.

De jonge Vlaamse componisten die de confrontatie met Bach en Boulez aangaan, kunnen in hun schriftuur voor soloviool onmogelijk Bachs voorbeeld en de hoogstaande hedendaagse antwoorden daarop, van componisten als Boulez, naast zich neerleggen. Mattijs Van Damme componeerde Interview enkele jaren geleden voor violiste Patricia Kopatchinskaja en maakte een nieuwe versie van het stuk voor deze gelegenheid. De titel van het driedelige werk refereert volgens de componist aan een interview met zichzelf. De contrasterende delen tonen achtereenvolgens heel beknopt verschillende facetten van het vioolspel (en van de componist die zichzelf bevraagt?).

Improvisations van Bram Van Camp zoekt de vergelijking met Bachs werk heel bewust op. De titel lijkt iets anders te suggereren, maar improvisatie komt er in dit werk niet aan te pas. Wel nodigt de partituur de muzikant uit om te spelen met de gedrevenheid en levendigheid die een goede improviserende muzikant kenmerkt. Ook dit werk is een Chaconne: dezelfde harmonische basis (in dit geval een cyclus van 64 akkoorden – heel wat uitgebreider dan de beknoptere Chaconnecyclus zoals die bij Bach voorkomt) wordt herhaald en intussen voortdurend gevarieerd. Waar Bach nog vierstemmigheid suggereerde, gaat Van Camp een stapje verder door het technisch zo aan te pakken dat de violist in de meeste akkoorden een vijfstemmige textuur doet vermoeden.

Daan Janssens vertrekt vanuit een compleet ander uitgangspunt. In zijn (…sans titre...) (face à moi) II zoekt hij een toestand van onbeweeglijkheid op: noten verschijnen als geïsoleerde elementen. Gaandeweg blijkt dit een dynamisch proces, dat zich vooral in de speeltechniek laat voelen: in het begin worden de noten aangestreken ‘col legno’ (met het hout van de strijkstok), dit evolueert naar conventioneel aanstrijken met de haren van de boog en eindigt tenslotte in een afwisseling van beide. De geïsoleerde noten van het begin ruimen plaats voor dynamischere snelle trekjes tot op het einde de tegenstelling tussen statische en dynamische elementen terugkeert. De uitgepuurde benadering en de doordachte relatie tussen alle muzikale elementen plaatsen dit werk meer in de lijn van Boulez. Net als bij Boulez is ook bij Daan Janssens dit werk verwant aan zijn andere composities zoals (face à moi) I (voor solopiccolo) en het ingetrokken (face à moi) voor solofluit. Bovendien wijst het vooruit naar (…sans titre) II dat het materiaal van dit vioolwerk zal ‘vermenigvuldigen’ tot een werk voor strijkkwartet.

Programma :

  • Johann Sebastian Bach (1685-1750)
    - Chaconne, uit Partita in d BWV 1004
    - Ricercar a 3, uit Das musikalische Opfer (transcriptie voor soloviool door Bram Van Camp)
  • Pierre Boulez (1925), Anthèmes II, voor viool en live-electronics
  • Daan Janssens (1983), (…sans titre...) (face à moi) II, voor soloviool (2010) (creatie in opdracht van het Concertgebouw Brugge)
  • Bram Van Camp (1980), Improvisations, voor soloviool (2011) (creatie in opdracht van het Concertgebouw Brugge)
  • Mattijs Van Damme (1975), Interview (2011) (creatie van de nieuwe versie in opdracht van het Concertgebouw Brugge)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Wibert Aerts : Bach, Boulez, Janssens, Van Camp, Van Damme
Zaterdag 7 mei 2011 om 20.00 u
(Inleiding door Maarten Beirens om 19.15 u )
Concertgebouw Brugge
't Zand 34
8000 Brugge

Meer info : www.concertgebouw.be en www.wibert-caridad.be

Bron : Tekst Maarten Beirens voor het Concertgebouw, Mei 2011

Extra :
Daan Janssens : www.daanjanssens.be en youtube
Bram Van Camp : www.bramvancamp.com en www.matrix-new-music.be
Pierre Boulez op brahms.ircam.fr, www.arsmusica.be en youtube
Pierre Boulez : veelzijdig revolutionair, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl

Beluister alvast dit fragment uit Anthèmes II van Pierre Boulez

19:05 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

De commentaren zijn gesloten.