27/04/2011

Tussen droom en werkelijkheid : wereldcreatie Matsukaze in de Munt

Matsukaze Meteen na de herneming van 'Hanjo' presenteert de Munt de wereldpremière van 'Matsukaze', de nieuwe opera van Toshio Hosokawa waarvan het huis de opdrachtgever is. Deze creatie wordt ongetwijfeld een belangrijk hoogtepunt in de internationale opera-agenda. Twee zussen, Matsukaze en Murasame, verloren hun hart aan een verbannen edelman. Jaren later, na hun dood, blijven hun zielen ronddolen en naar hem verlangen. Matsukaze danst als een waanzinnige, uitgedost met de hoed en mantel van haar geliefde, en denkt hem te herkennen in de gestalte van een pijnboom… Net als voor 'Hanjo' uit 2004 grijpt Toshio Hosokawa opnieuw naar de no-traditie voor zijn nieuwe opera. Eenzelfde intimistische benadering, eenzelfde droomsfeer die zo typisch is voor het no-theater, zetten de toon van deze nieuwe compositie waarin Hosokawa een viertal personages en klein koor opvoert, begeleid door een kamerorkest. Na 'Hanjo', in een enscenering van Anne Teresa De Keersmaeker, vertrouwt de Munt de regie andermaal toe aan een talentvolle choreografe, Sasha Waltz.

Matsukaze is een klassieker van het No-theater, geschreven door Kan'ami Kiyotsugu, een Japanse nô-acteur uit de 14de eeuw en werd herwerkt door Zeami Motokiyo, estheticus, acteur en schrijver (15de eeuw). Het drama verhaalt de vernietigende kracht van passie en ongecontroleerde verlangens. Twee zussen, Matsukaze (Wind in de Pijnbomen), en Murasame (Herfstregen) woonden aan de baai van Suma en distilleerden er zout uit zeewater. Ze werden allebei verliefd op een hoveling die daar in ballingschap leefde. Kort na zijn vertrek vernamen ze het nieuws van zijn dood en ze stierven van verdriet, maar hun geesten bleven ronddwalen op de oever, vol onvervulde verlangens. Bij Matsukaze brandde de liefdespijn zo hevig dat ze haar verloren liefde meende te herkennen in de gestalte van een pijnboom en er krankzinnig van werd.

Toshio Hosokawa is inderdaad heel erg geworteld in de zenfilosofie maar heeft een Westerse muziekopleiding gevolgd. Hij studeerde compositie bij Isang Yun, piano bij Rolf Kuhnert en analyse met Witold Szaloneck aan de Berliner Hochschule der Künste maar keerde daarna terug naar Japan om zijn kennis van de traditionele muziek te verrijken. Het is deze dubbele cultuur die zijn werk beïnvloedt en die put uit de grote Westerse traditie - Bach, Mozart, Beethoven, Schubert maar ook Nono - en uit de traditionele Japanse hofmuziek, de gagaku.

"De Europese kunst zegt: de tijd mag niet voorbijgaan, zo staan ook de kathedralen er voor de eeuwigheid. De Japanse kunst gaat mee met de tijd en zegt: vergankelijkheid is mooi. Het geluid komt voort uit het zwijgen, komt tot leven - en keert naar het zwijgen terug."
Het zijn niet alleen zulke uitspraken, geïnspireerd door het zenboeddhisme, waardoor men Toshio Hosokawa graag beschouwt als een "typisch Japanse" componist, hij is zondermeer de meest succesvolle componist van zijn land vandaag. Zelf ziet hij zich veeleer als een reiziger tussen werelden, even vast verankerd in het Europese modernisme als in de filosofie en de culturele traditie van zijn vaderland.

Toshio Hosokawa's grootvader was een meester in het ikebana, de edele kunst van het bloemenschikken, zijn moeder gaf les in het koto spelen, de Japanse citer met gebolde klankbodem en dertien snaren. Maar dat alles maakte weinig indruk op de jonge Toshio, die sinds zijn vijfde pianoles nam. "Als ik mijn moeder hoorde spelen op de koto, klonk dat voor mij eentonig, zo traag, en ik begreep er niets van", vertelt hij. "Mozart, Beethoven, dat was voor mij geweldige muziek, daar hield ik van." Een radio-uitzending in 1970 van de 'November Steps' van Tōru Takemitsu deed een nieuwe wereld voor hem opengaan. In deze partituur werden traditionele Japanse instrumenten zoals de biwa, een luit met korte hals, of de shakuhachi, een bamboefluit, samengebracht met het Europese orkest. Vooral het bewijs dat er een typisch Japans modernisme bestaat, dat inderdaad probeert een brug te slaan en niet alleen de Europese avant-garde imiteert, wekte bij Hosokawa het verlangen om zelf compositie te studeren.

"Het probleem van ons, Japanners, is dat wij onze eigen cultuur niet kennen”, geeft Hosokawa grootmoedig toe. "Er wordt vandaag wel telkens weer traditionele muziek gespeeld, maar zij klinkt in mijn oren niet authentiek, eerder kitscherig. Wij hebben ook zeer goede musici voor Europese klassieke muziek, maar ik denk niet dat zij Europa echt kennen. We zijn dus aan weerskanten oppervlakkig."

Een sleutelervaring was voor Toshio Hosokawa de confrontatie met het klassieke nō-theater, waarvan de rituele afgemetenheid hem veel meer lag dan het burgerlijke kabuki-theater met zijn stuitende, grove humor. Dat men deze oeroude kunst, waarvan de vandaag bekende vormen uit de 16de eeuw stammen, niet alleen kan overleveren, maar ook een nieuwe geest kan geven . De bewegingen van de acteurs bij Suzuki, die niet de werkelijkheid nabootsen maar de psychologie van de personages abstraheren en in een artificiële lichaamstaal vertalen, waren medebepalend bij deze compositie. Woord, geluid en gebaar werden verenigd tot een Gesamtkunstwerk met een heel eigen expressie - de langzame, geritualiseerde bewegingen ontmoeten een stijl van declameren die vrijer dan de westerse zangkunst met de toonhoogten omgaat en een archaïsch aandoende vibratotechniek vraagt, die de hoofdtoon tot en met een terts doet veranderen. Tegelijk echter gebruikt Hosokawa de Engelse taal en westerse instrumenten: Oost en West, oud en nieuw verrijken elkaar.

Een andere weg om toegang te vinden tot de artistieke kosmos van Hosokawa wordt geboden door de kalligrafie. "Mijn muziek is kalligrafie", geeft hij toe, "geschilderd in de open rand van tijd en ruimte. Elk geluid heeft een vorm, zoals een lijn of een punt, die met het penseel getrokken wordt. Deze lijnen worden op een doek van zwijgen geschilderd. Hun rand, het zwijgen dus, is even belangrijk als de hoorbare rest."

De natuurklanken - de wind, de golven, de adem of het zoemen van de cicaden - inspireren hem bij het componeren. "Het zijn geen lelijke geluiden, maar altijd klanken die we in de natuur horen en waar we in de muziek dichter bij komen, om de geest ervan te kunnen beroeren", verduidelijkt Hosokawa. "Een Shakuhachi-speler streeft ernaar om een ademgeluid voort te brengen dat als een natuurgeluid klinkt, zoals een zuchtje wind in een bamboestruik. En ik zou ook graag zulke klanken hebben, schrijven en horen - elk geluid laadt zich met de kracht van de natuur en heeft daardoor iets dat de mensen overstijgt." Precies met deze principes vond Toshio Hosokawa zijn meest persoonlijke klanktaal, die geen stijlkopie is van de westerse avant-garde, maar de oeroude Japanse ziel laat voortleven, ook al is ze gehuld in een hedendaags klankkleed.

Voor de enscenering deed de Munt een beroep op Sasha Waltz. Na Anne-Teresa de Keersmaeker is zij de tweede choreografe die een opera van Hosokawa ensceneert in de haar zo kenmerkende stijl van de 'gechoreografeerde opera'. Net zoals voor Hosokawa is het ritme van de beweging en de gebaren één van de grote kenmerken van de kunst van Sasha Waltz. Voor deze nieuwe productie werkt Sasha Waltz met Pia Maier-Schriever en Chiharu Shiota voor de decors, Christine Birkle voor de kostuums, Martin Hauk voor de belichting en Ilka Seifert voor de dramaturgie. Sasha Waltz was in de Munt te gast met 'Dido and Aeneas' (Purcell) in 2008, met 'Gezeiten' in 2009  en met 'Medea', een opera-en dansspektakel op de partituur van Pascal Dusapins 'Medeamaterial' in 2010.

Sasha Waltz behoort tot de belangrijkste choreografen van de hedendaagse Europese danskunst. Ze stichtte haar eigen groep Sasha Waltz & Guests in 1992 na haar opleiding aan de School for New Dance Development te Amsterdam, waarna ze zich vervolmaakte in New York en Berlijn. Terwijl ze actief verder samenwerkt met de Schaubühne te Berlin, maakt haar gezelschap tournees met ongeveer 140 voorstellingen per jaar. Buiten haar vaste dansers verwelkomt ze ook artiesten ' in residentie', voor het ogenblik zijn het 150 'guests' die uit 25 verschillende landen komen.

Sasha Waltz is gepassioneerd door de interactie tussen theater, muziek en beweging en realiseert choreografische operaregie's, denken we maar aan 'Dido & Aeneas', de productie van de Munt die in januari 2008 werd voorgesteld in het Théâtre National, 'Medea', en 'Roméo et Juliette' van Hector Berlioz dat gecreëerd werd in l'Opéra national te Parijs in 2007. Ze ontwikkelde zo een heel nieuwe vorm waarin dans, zang en muziek op een moderne manier samensmelten en slaagt er altijd in om met grote vooraanstaande hedendaagse componisten samen te werken.

Voor het allereerst staat de jonge Spaanse dirigent Pablo Heras-Casado aan het hoofd van het Muntorkest. Hoewel hij pas 34 jaar oud is - hij werd geboren in Granada in 1977 - heeft hij al een breed en gevarieerd professioneel traject afgelegd.

De titelrol van Matsukaze wordt vertolkt door de Canadese Barbara Hannigan die in de Munt tijdens het seizoen 2008-2009 een verpletterende indruk naliet met haar vertolking van Venus en Gepopo, Chief of the Secret Police in 'Le Grand Macabre' van Ligeti. In hetzelfde seizoen zong ze, eveneens in de Munt, de solistische zangpartij in 'House of the Sleeping Beauties', de wereldpremière van de opera van Kris Defoort. In september 2007 creëerde ze de liedcyclus van Friedrich Cerha, 'Auf der Suche nach meinem Gesicht', een opdracht van de Munt waarin ze haar liefde voor het hedendaagse repertoire kon etaleren. Ze bracht creaties van György Ligeti, Karlheinz Stockhausen, Kaija Saariaho, Luigi Nono en vele anderen, zong onder leiding van beroemde dirigenten als Peter Eötvös, Essa Pekka Salonen, Sir Simon Rattle, Reinbert de Leeuw, Ingo Metzmacher en Thomas Adès en werkte samen met componisten als Louis Andriessen, Henri Dutilleux, Oliver Knussen en Gerald Barry.
Na de wereldpremière in Brussel zal ze de rol zingen voor de creatie in de Nationale Poolse Opera te Warschau, in het Grand Théâtre du Luxembourg en in de Staatsoper Berlin, telkens onder leiding van par Pablo Heras-Casado.

De Zweedse mezzosopraan en getalenteerde actrice Charlotte Hellekant kon het Muntpubliek voor het eerst al aan het werk horen in 'Giulio Cesare in Egitto' in januari 2008, en in december 2009 was ze terug te horen in 'Iphigénie en Aulide' waar ze zich overtuigend inleefde in de rol van Klytämnestra. Ze komt hier terug in de rol van de zuster Murasame.

De Noorse bas-bariton Frode Olsen neemt de partij van 'der Mönch' voor zijn rekening. De Munt is voor hem bekend terrein: hij zong er Fasolt (Der Ring), König Marke (Tristan und Isolde) en Gurnemanz (Parsifal), Erster Soldat en Erster Nazarener (Salome), Sarastro (Die Zauberflöte), maakte zijn roldebuut als Vodnik in 'Rusalka' (seizoen 08/09) en was datzelfde seizoen te horen als Nostradamus in 'Le Grand Macabre'. De belangrijkste operahuizen vragen hem voor een gevarieerd operarepertoire dat loopt van Mozart, Beethoven, Berlioz tot Puccini, Wagner en Strauss. Ook op het concertpodium is hij actief: regelmatig brengt hij concerten met werk van Verdi, Rossini, Dvorak, Händel, Haydn en Beethoven. De Duitse bariton Kai-Uwe Fahnert maakte zijn Muntdebuut in 2006 in 'L'Incoronazione di Poppea', en komt terug voor de rol van ' der Fischer'.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Toshio Hosokawa : Matzukaze
Di 3, wo 4, do 5, vrij 6, di 10 en wo 11 mei 2011, telkens om 20.00 u
Zondag 8 mei 2011 om 15.00 u
De Munt Brussel

Muntplein
1000 Brussel

Meer info : www.demunt.be
-------------------------------
Meet the Artist : Toshio Hosokawa & Sasha Waltz
Maandag 2 mei 2011 om 18.30 u


Aan de vooravond van de wereldcreatie van Matsukaze nodigt de Munt je uit om een kijkje te nemen achter de schermen van dit uitzonderlijke evenement. Dompel je onder in het hart van deze hedendaagse creatie met de Japanse componist Toshio Hosokawa, de jonge librettiste Hannah Dübgen, de Duitse choreografe Sasha Waltz, de regisseuse van deze langverwachte voorstelling, en de dramaturge van de productie, Ilka Seifert.

De ontmoeting, die in het Duits zal plaatsvinden met simultaanvertaling, zal geleid worden door journalist Hans Reul. Deze bevoorrechte ontmoeting zal opgeluisterd worden door werken van Toshio Hosokawa voor solo-instrumenten. Femke Sonnen zal 'Elegy for violon' vertolken en Carlos Bruneel brengt 'Vertical Song I for flute'.
-------------------------------
A Night at the Opera with Lucy Lucy

Ben je jonger dan 26, dan kun je op donderdag 5 mei een avond in de opera doorbrengen in het bijzijn van de Belgische pop-rock groep Lucy Lucy! en tegelijk de nieuwste opera van de Japanse componist Toshio Hosokawa in een regie van de Duitse choreografe Sasha Waltz ontdekken. Een dansworkshop als inleiding tot het werk van Sasha Waltz, de operavoorstelling en een verrassende ontmoeting tussen de zangers uit Matsukaze en de leden van de groep Lucy Lucy! maken van deze Night at the Opera een onvergetelijke totaalervaring!

Extra :
Toshio Hosokawa op www.schott-music.com, www.karstenwitt.com, www.arsmusica.be en youtube
Sasha Waltz & Guests : www.sashawaltz.de

Elders op Oorgetuige :
Toshio Hosakawa's tweede opera Hanjo in de Munt, 3/04/2011

Naar aanleiding van de wereldcreatie van 'Matsukaze' in de Munt konden wij op zaterdag 23 april titelrolzangeres Barbara Hannigan tussen de repetities door strikken voor een interview. Dat verschijnt later deze week op Oorgetuige.

14:07 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

De commentaren zijn gesloten.