14/04/2011

Hongaarse liederen van Liszt, Kodaly, Bartok en Ligeti in de Munt

Andrea Rost Een eeuw na hun legendarische zoektocht naar de 'echte' Hongaarse volksmuziek blijven Zoltán Kodály en Béla Bartók tot de verbeelding spreken, minder om het etnische aspect van hun oeuvre dan om de intrinsieke kwaliteit ervan. Kodály leverde met zijn volksliedbewerkingen tal van meesterwerkjes af. Bartóks 'Hongaarse volksliederen' is een bundel waarin lange melancholische verhalen en korte humoristische vertellingen elkaar afwisselen. De jonge Györgi Ligeti componeerde een aantal liederen waarin hij de Hongaarse traditie en een meer experimentele toonspraak meesterlijk wist te combineren. Franz Liszt leverde met zijn toonzettingen van poëzie van Goethe, Heine en Schiller enkele prachtige bijdragen aan de romantische liedkunst. De sopraan Andrea Rost (foto) won eerder het publiek voor zich als ontroerende Contessa in 'Le Nozze di Figaro' en keert nu terug naar de Munt voor dit recital met Hongaarse liederen. Ze wordt aan de piano begeleid door Vyara Shuperlieva, die voor het eerst optreedt in de Munt.

Vertolkers of componisten, allemaal zijn ze nog even gehecht aan hun nationale muziek als drie eeuwen geleden, wat niet uitsluit dat ze open staan voor invloeden van buitenuit. Het versterkt integendeel hun interesse voor andere muziekculturen en het voedt hun inspiratie. Die trouw en die nieuwsgierigheid is wat de vier namen op dit programma zo aan elkaar bindt, Franz Liszt, Béla Bartók, Zoltán Kodály en György Ligeti.  

Franz Liszt is de eerste Hongaarse componist die een internationale bekendheid verwierf. Hoewel hij een groot deel van zijn leven doorbrengt tussen Frankrijk en Duitsland blijft hij verknocht aan Hongarije. Hij revolutioneert de techniek van piano en recital. Soms maakt hij van de piano een heel orkest maar hij kan haar ook impressionistisch laten klinken. Zijn Chanson de Mignon (Mignons Lied, S.275) is geschreven op tekst van Goethe en er bestaan drie versies van, in 1842, 1854 en 1860. De passages van de Duitse dichter die zowel mysterieus als aangrijpend en verwarrend zijn, hebben heel wat muzikanten geïnspireerd, waaronder Beethoven en Schubert. De interpretatie van Liszt transformeert het lied van de dichter in een pathetisch miniatuurdrama.

Zoltán Kodály wordt een halve eeuw later geboren. Hij is de auteur van een belangrijk vocaal oeuvre waarvoor hij liederen, verhalen, balladen en populaire melodieën gebruikt. Net zoals zijn vriend Béla Bartòk zoekt hij naar de wortels van de Hongaarse muziek. Maar hij was ook een voorloper van wie Bartòk zei: "Kodály is één van de grote componisten van onze tijd. Zijn kunst, net als de mijne, heeft dubbele wortels: ze is ontsproten aan de Hongaarse boerengrond en aan de Franse muziek. Maar hoewel onze kunst dezelfde wortels heeft verschillen onze werken vanaf de eerste dag. Het is echter net dit essentieel verschil van denken dat hij op een nieuwe en originele manier in zijn muziek kan uitdrukken, die zijn boodschap zo waardevol maakt."

Hij ontmoette Béla Bartòk toen ze beiden studeerden aan de academie van Boedapest en hun vriendschap duurt tot aan Bartóks dood. Ze werkten veel samen, deelden dezelfde passie voor de Hongaarse volksmuziek die ze voedden met “moderne” invloeden en beiden zochten ze nieuwe wegen. De Acht Hongaarse Volksliederen (Nyolc Magyar népdal, Sz. 64, BB 47) ontstonden tussen 1907 en 1917, een periode van intense musicologische opzoekingen.

Kodály et Bartók waren de eerste inspiratiebronnen voor György Ligeti. Nadat hij het regime ontvluchtte in 1956 ontdekt hij in het Westen een nieuwe generatie muzikanten: zijn leraar Karlheinz Stockhausen maar ook Pierre Boulez, Luciano Berio en Mauricio Kagel. Hij pint zich niet vast op één bepaald genre maar probeert alle stromingen uit van zijn tijd, inclusief humor en farce - denken we maar aan Le Grand Macabre in maart 2009. De 3 Liederen op gedichten van Sándor Weöres (Három Weöres-dal) voor stem en piano dateren nog uit zijn Hongaarse periode. Ze werden gecomponeerd op gedichten van Sándor Weöres, dichter en vriend van György Ligety. De Vijf Liederen op gedichten van Arany (Öt Arany-dal) ontstonden in 1952 op teksten van János Arany, een Hongaarse dichter uit de 19de eeuw.

Programma :

  • Franz Liszt, Mignons Lied - Loreley - Der Fischerknabe - Ein Fichtenbaum steht einsam - Freudvoll und leidvoll
  • Zoltan Kodaly, 5 Liederen
  • Bela Bartok, 8 Hongaarse volksliederen
  • György Ligeti 3 Liederen (Weöres), 5 Liederen (Arany)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Andrea Rost & Izabella Simon : Liszt, Kodaly, Bartok, Ligeti
Maandag 18 april 2011 om 20.00 u
De Munt Brussel

Muntplein
1000 Brussel

Meer info : www.demunt.be en www.andrearost.com

Extra :
György Ligeti : www.schott-musik.de, www.arsmusica.be en youtube
Györgi Ligeti (1923 - 2006): emotioneel scepticus, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl, juni 2006

Andrea Rost zingt 'Szép virág a rózsa' van György Ligeti



en Zoltan Kodály's 'A csitári hegyek alatt'

12:49 Gepost in Dans, Muziek | Permalink |  Facebook

De commentaren zijn gesloten.