25/03/2011

Hedendaagse Nederlandse muziek voor 1 tot 8 saxofoons in het Conservatorium Gent

Louis Andriessen In de concertreeks Gradus ad Parnassum van het Conservatorium Gent brengen studenten saxofoon hedendaagse Nederlandse muziek voor 1 tot 8 saxofoons. Op het programma staat werk van Paul Cooijmans, Robert Heppener, Henk Van der Meulen, Louis Toebosch, Marius Flothuis, Jacob Ter Veldhuys, Ton De Leeuw en Louis Andriessen (foto). Uitvoerders zijn Charlotte Marcoen, Pieter Corten (sopraansax), Nele Goossens, Ben De Greef (altsax), Hajo Kremers (tenorsax), Christophe Deckers (tenorsax & bassax), Sam Huysentruyt (baritonsax, sopranino) en Sam Van Lent (baritonsax). De ensembleleiding is in handen van Marc De Smet.

Robert Heppener (1925 - 2009) kreeg zijn muzikale opleiding aan het Amsterdams Conservatorium: piano bij Jan Odé en Johan van den Boogert. Daarna volgde hij compositielessen bij Bertus van Lier. Gedurende enkele jaren was hij leraar theoretische vakken aan het toenmalige Muzieklyceum in Amsterdam. Vervolgens doceerde hij compositie en theorie aan het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam en aan het conservatorium in Maastricht.
In de woorden van zijn leerling Joël Bons: "Heppener heeft in zijn muziek nooit een bepaalde school vertegenwoordigd, maar steeds met grote integriteit zijn eigen 'innerlijke logica' gevolgd, gebaseerd op kennis van en liefde voor de traditie".

Henk van der Meulen (1955) studeerde muziektheorie bij Adriaan C. Schuurman en aan het Amsterdams Conservatorium. Hij volgde in 1981 de Gulbenkian zomercursus van John Cage en Merce Cunningham en master classes bij Morton Feldman. In 1978 en 1979 was hij pianist in de groep Hoketus (opgericht door Louis Andriessen). Hij was muzikaal directeur van de Stichting Dansproduktie. Daarna werd hij Hoofd Muziek en Dans bij de NPS in Hilversum. Sinds oktober 2008 is Henk van der Meulen directeur van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Van der Meulen componeerde zowel voor de concertpraktijk als voor ballet, theater en film.

Louis Toebosch (1916 - 2009) studeerde aan de Kerkmuziekschool in Utrecht (orgel bij Hendrik Andriessen en piano bij Phons Dusch), het Muzieklyceum in Maastricht en het Conservatoire Royal te Luik. Die instelling verliet hij met de hoogste onderscheiding voor harmonie, contrapunt, fuga en orgel.
Van 1946 tot 1950 was hij dirigent van het Tilburgs Symfonie Orkest, waaruit het Brabants Orkest mede door zijn toedoen is voortgekomen. Hij was directeur van het Brabants Conservatorium van 1965 tot 1974. In die periode heeft hij als eerste in Nederland projecten ingevoerd rond componisten en thema's. Het meest bekend was hij toch als componist van muziek voor koor en voor orgel. Louis Toebosch componeerde kamermuziek en orkestwerken, maar in het bijzonder koor- en orgelmuziek. Behalve componist was hij een begenadigd organist en een briljant improvisator.

Marius Flothuis (1914 - 2001) was gedurende bijna een halve eeuw een vooraanstaande figuur in het Nederlandse muziekleven. Als componist, als musicoloog, als artistiek leider van het Concertgebouworkest, als hoogleraar in Utrecht, en als bevlogen voorvechter van meer aandacht en respect voor vrouwen in de muziek, als bezorger van vele werken van Mozart en als auteur over tal van onderwerpen.
Leo Samama karakteriseert Flothuis als volgt: "Een lyricus pur sang, een vakman die elke vorm van bombast uit de weg ging en met grote integriteit en muzikale bescheidenheid zijn ambacht uitoefende." Naast het componeren heeft Flothuis veel betekend als muziekwetenschapper, organisator en auteur. Hij was langdurig verbonden aan het Concertgebouworkest, eerst als programmaredacteur en later als artistiek leider. Flothuis de muziekwetenschapper specialiseerde zich in Mozart, en was op dit gebied internationaal actief. Ondanks zijn vele andere werkzaamheden wist hij ruim 100 werken te componeren.

Jacob ter Veldhuis (1951), die vooral veel succes heeft in de VS en wiens werk veelvuldig in Nederland en daarbuiten wordt uitgevoerd, is regelmatig centrale componist tijdens festivals in o.a. Parijs en New York. Zijn werk kenmerkt zich door het frequent gebruik van tekstsamples en multimedia en door invloeden uit de popmuziek.

Ter Veldhuis begon zijn carrière in de rockmuziek en studeerde in Groningen Compositie en Elektronische Muziek. In 1980 ontving hij de Prijs voor Compositie. Hij werd in de jaren tachtig bekend met steeds welluidender composities die regelrecht uit het hart komen, het oor behagen en het effect niet schuwen. Hij maakt virtuoos gebruik van electronica en verwerkte al samplend de Golfoorlog, Chet Baker of de Jerry Springer Show, zoals te horen is op zijn cd Heartbreakers, die een bonte mix is van 'high & low culture'.

Ter Veldhuis bedient zich van een direct, soms provocerend idioom waarin nauwelijks nog plaats lijkt te zijn voor de dissonant: "Ik peper mijn muziek met suiker", is een gevleugelde uitspraak van hem. Hij is bewogen door de tragedie van het menselijk tekort en het lijden dat daaruit voorkomt, maar zijn antwoord is geen muzikaal cynisme, zwartgalligheid of gepijnigdheid, maar sublimering: "Ik streef naar loepzuivere, onaardse en volmaakte welluidendheid, die passie en extase kan opwekken."

Jacob ter Veldhuis zet zich al jaren af tegen de vermeende 'dictatuur van de avant-garde'. Onder het motto "Schönberg beging de vergissing van de eeuw door het tooncentrum uit te bannen", benadrukt hij in zijn eigen werk steeds sterker de muzikale grondtoon. Begrijpelijkheid en schoonheid staan voorop: Ter Veldhuis componeert nadrukkelijk voor luisteraars, niet voor een groepje ingewijden. Hij koppelt de energie van rockmuziek aan de klankschoonheid van oude muziek, de rijke harmonieën van filmmuziek, de swing van jazz en het vervreemdende effect van samples.

Ton de Leeuw (1926-1996) ontwikkelde zich tot één van de belangrijkste Nederlandse componisten van de 20ste eeuw. Zijn vroege inspiratiebronnen waren Béla Bártòk en Willem Pijper. Na zijn staatsexamen piano, muziektheorie en muziekgeschiedenis richtte De Leeuw tot in de jaren '50 zijn aandacht op seriële muziek. Aangevuurd door zijn leerjaren bij Olivier Messiaen verdiepte hij zich steeds meer in niet-Westerse muziek en later ook in elektronische muziek. Kenmerkend voor De Leeuws oeuvre is de benadering van oosterse muziekprincipes vanuit een westers perspectief, zonder een imitatie van Aziatische muziek af te leveren. Blokstructuren, herhaalde ritmische en melodische patronen en modaliteit zijn daarbij zijn belangrijkste bouwelementen, toegepast met een duidelijk streven naar evenwicht en harmonie. Vooral de vocale werken zijn representatief voor De Leeuws esthetiek.
Behalve componist was De Leeuw docent, muziekregisseur bij de Nederlandse Radio Unie en publicist. Zijn boek 'Muziek van de twintigste eeuw' (Utrecht, Oosthoek) is in muziekkringen een bestseller.

Louis Andriessen schreef 'Workers union' in 1975 voor orkest De Volharding. In die tijd speelde hij zelf nog piano in het orkest. Het stuk is een combinatie van individuele vrijheid en strenge discipline: het ritme is precies vastgelegd, maar de toonhoogte is slechts bij benadering aangegeven, op een éénlijnige notenbalk. Het is moeilijk om binnen die tegenstelling samen te spelen en gelijk te blijven, ongeveer zoals bij het organiseren en uitvoeren van politieke acties. Workers Union is een "symphonic movement for any loud sounding group of instruments". Toonhoogtes zijn niet traditioneel genoteerd, maar weergegeven ten opzichte van een centrale horizontale lijn, die overeenkomt met het middenregister van elk instrument. Andriessen stelt dat het werk alleen tot zijn recht komt als elke musicus speelt met de intentie dat zijn/haar partij essentieel is, net zoals in de politiek. Workers Union kan volgens de componist alleen slagen als elke uitvoerder zijn eigen partij belangrijk maakt. Daarbij vraagt Andriessen wel dat het werk dissonant, chromatisch en agressief zou klinken. Niet voor niets is het geschreven voor eender welke bezetting van luid klinkende instrumenten. Het resultaat is vaak energiek, ritmisch en spectaculair, wat van 'Workers Union' al decennia lang een publiekslieveling maakt.

Programma :

  • Paul Cooijmans (1965), Compositie, gewijd aan het met toonloze stem zeggen van Aha (1989)
  • Robert Heppener (1925 - 2009), Canzona (1969)
  • Henk Van der Meulen (1955), Introduction (1981)
  • Louis Toebosch (1916 - 2009), Thema met variaties over het lied van Hertog Jan (1953)
  • Marius Flothuis (1914 - 2001), Capriccio (1985-1986)
  • Jacob Ter Veldhuys (1951), Believer (2007) - baritonsaxofoonsolo + boombox
  • Ton De Leeuw (1926 - 1996), Saxophone quartet (1993)
  • Louis Andriessen (1939), Workers Union (1975)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Gradus ad Parnassum : Studenten saxofoon
Zondag 27 maart 2011 om 11.00 u
Conservatorium Gent
- Miryzaal
Hoogpoort 64
9000 Gent

Meer info : cons.hogent.be

Extra :
Paul Cooijmans : www.paulcooijmans.com en youtube
Robert Heppener op www.muziekencyclopedie.nl en youtube
Henk Van der Meulen op www.muziekencyclopedie.nl en youtube
Louis Toebosch op nl.wikipedia.org, www.muziekencyclopedie.nl en youtube
Marius Flothuis op nl.wikipedia.org, www.muziekencyclopedie.nl en youtube
Jacob Ter Veldhuis : www.jacobtv.net, www.muziekencyclopedie.nl, www.muziekcentrumnederland.nl, nl.wikipedia.org en youtube
Ton De Leeuw : www.tondeleeuw.nl, www.muziekencyclopedie.nl en youtube
Louis Andriessen op www.muziekencyclopedie.nl, www.boosey.com en youtube
Louis Andriessen (1939-) Beeldenstormer op www.musicalifeiten.nl

Beluister alvast Louis Andriessens Workers Union, uitgevoerd door Ensemble Offspring

22:14 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

De commentaren zijn gesloten.