28/02/2011

Geneviève & Brigitte Foccroulle brengen bloemlezing van oude avant-gardewerken in Luik

Frederic Rzewski Het matineeconcert met Geneviève & Brigitte Foccroulle schaft een ouderwetse bloemlezing, zij het van avant-gardewerken die ondanks hun leeftijd nog messcherp staan. Beide pianistes spelen solo's en duo's van de grote wegbereider van de Amerikaanse avant-garde Henry Cowell, zijn nazaat Frederic Rzewski (foto), van wie we het schitterende Winsboro Cotton Mill Blues nog eens horen, Anthony Braxton, in de eerste plaats jazzman en anderszins improviserende artiest, maar ook een invloedrijke muziekdenker, onze eigenste Henri Pousseur, wiens Mobile (1958) uit de grote Darmstadt-periode stamt, en tenslotte Baudouin de Jaer, hoewel binnenkort ook een frisse vijftiger de benjamin van dit gezelschap.

Paula Defresne (1970) voltooide haar muziekstudies aan het Luikse Conservatorium waar ze regelmatig deelnam aan projecten met hedendaagse en geïmproviseerde muziek. Ze studeerde compositie met Frederic Rezewsky en improvisatie met Garret List en maakte zich onder invloed van Madjid Khaladj vertrouwd met Perzische percussie. Haar voorliefde voor kleine muzikale vormen en verfijnende timbres leidde samen met haar onderzoek op pedagogisch gebied tot diverse ontmoetingen met de gerenommeerde componist György Kurtág.

Met een beurs van het Centre de Recherche et de Formation Musicale de Wallonie componeerde Paula Defresne verschillende werken die o.a. op het Festival Ars Musica in Lissabon en op het Festival de Wallonie werden uitgevoerd. Daarnaast speelde ze klarinet tijdens uiteenlopende concerten met geïmproviseerde en experimentele muziek en verzorgde eveneens radio-uitzendingen. Ze nam deel aan projecten van het Brusselse Q-O2 en Fanfare RageDedans en is lid van het ensemble Ouïe-dire et compagnie waarvoor ze teksten van Christian Bobin op muziek zette. Paula Defresne speelde tot slot ook als duo met Nico Roig in Os Meus short, in de dansvoorstelling "Le temps suspendu" van Loulou Omer in Parijs en Wenen en werkte ze samen met beeldhouwer, uitvinder en litofonist Tony Di Napoli.

Geneviève Foccroulle groeide op in Luik in een zeer muzikale familie. Ze studeerde af aan het Koninklijk Muziek Conservatorium van Luik waar ze van 1980 tot 2000 zelf les gaf. Nadat ze zich specialiseerde in barokmuziek, ontdekte ze de geïmproviseerde en hedendaagse muziek. Composities van Cage, Bartholomee, Rzewski, Herreweghe, Mercenier en De Jaer hebben geen geheimen meer voor haar. In 2003 ontmoet ze hedendaags componist en saxofonist Anthony Braxton en leerde ze zijn pianocomposities kennen. Hij vroeg haar een opname te maken van zijn integrale piano-oevre. Na 5 jaar studie en presentatie bracht ze een 9-delige cd-box uit met 8 uren muziek (Piano Music (1968-2000), Leo Records) .

Henri Pousseur (1929-2009) is één van de sleutelfiguren in de Belgische en internationale elektronische muziekscène. In 1958 richtte hij de eerste elektronische studio in het land op. In zijn studententijd was Henri Pousseur organist en koorleider en voerde hij middeleeuwse en renaissancemuziek uit. Studie van Anton Weberns muziek wekte zijn belangstelling voor de elektronische muziek (Seismogrammes, 1953), waarin hij zich in de studio voor elektronische muziek in Keulen ging bekwamen. Ook werkte hij in de studio voor elektronische muziek in Milaan. In 1958 richtte hij in Brussel de elektronische studio APELAC op.

Pousseur, die ook doceerde in Darmstadt, bekleedde van 1966 tot 1968 een leerstoel voor moderne muziek aan de universiteit van Buffalo in de Verenigde Staten. In 1970 richtte hij te Luik met Pierre Bartholomée en Philippe Boesmans het Centre Henri Pousseur - voormalig Centre de Recherches et de Formation Musicales de Wallonie - op en in 1975 werd hij directeur van het conservatorium van deze stad. Hij componeerde aanvankelijk voor traditionele instrumenten, maar later legde hij zich toe op elektronische en concrete muziek. Daarnaast schreef hij ook een reeks belangrijke theoretische geschriften over de hedendaagse muziektechnieken.

De Amerikaan Frederic Rzewski (1938) is componist, virtuoos pianist en medeoprichter van het haast mythische improvisatie-ensemble Musica Elettronica Viva. Hij woont en werkt in Brussel en was gedurende vele jaren docent aan het conservatorium van Luik. Zijn pionierswerk op gebied van elektronische muziek en vrije improvisatie inspireerde vele andere componisten en improvisatiemuzikanten. Het bekende 'Winnsboro Cotton Mill Blues' voor twee piano's, dat gebaseerd is op een arbeidersprotestlied, vormt het vierde deel uit de North American Ballads. De katoenindustrie en de blues verwijzen onmiskenbaar naar slavernij en uitbuiting. Rzewski zet dit werk aan met een obsessief herhaald ritmisch patroon in het laagste register. een zetting die onmiskenbaar verwijst naar Bartoks 'Allegro barbaro'. De barbaarsheid in Rzewski's compositie is echter die van een industriële katoenmolen die de katoenarbeider tot een machine degradeert. Later klaart de toestand enigszins op door het blues idioom, dat met allusies op de muziek van Rachmaninov en Gershwin doorspekt wordt. Rzewski slaagt er echter in dit vakkundig te deconstrueren. Hij laat de miserie van de blues niet onschadelijk maken door de amusementsindustrie van Hollywood of Broadway.
'Winnsboro Cotton Mill Blues' is wellicht één van de meest gespeelde composities van Rzewski. Het voegt enkele van zijn fascinaties uit die periode samen : sociale bewogenheid met het lot van de fabrieksarbeiders, gebruik van een traditioneel protestlied als basis, de bijne George Antheil-achtige machinale ritmiek van de piano waarmee het werk begint en dan de aan blues verwante melodielijnen die daarboven dan geprojecteerd worden.

Baudouin de Jaer (1962) volgde lessen compositie bij Philip Boesmans en aan het conservatorium van Luik bij Frederic Rzewski, en lessen improvisatie bij Garrett List. Hij componeerde werken voor onder meer het Quator Arditti, het ensemble Synonymes en het Orchestre Philharmonique de Liège. Daarnaast schreef hij ook muziek voor theater en voor dans. Hij is mede-oprichter van het gezelschap Back to Normal (1991), le Cirque des Sons met zijn jongerenmuziekateliers (1994) en Bel Extra (2000).

Programma :

  • Henry Cowell, Piano Pieces (1920), solo
  • Paula Defresne, Chansons de Gestes
  • Anthony Braxton, Piano Pieces (extracts) (1970), solo
  • Henri Pousseur, Mobile (1958), voor twee piano's
  • Frederic Rzewski, Winnsboro Cotton Mill Blues (1978), voor twee piano's
  • Baudouin de Jaer, Crocus (2000), voor twee piano's

Tijd en plaats van het gebeuren :

Geneviève & Brigitte Foccroulle : Cowell, Rzewski, Braxton, Pousseur, Baudouin de Jaer
Zaterdag 5 maart 2011 om 15.00 u
Salle Philharmonique Luik

Bd Piercot 25-27
4000 Luik

Meer info : www.arsmusica.be en www.opl.be

Extra :
Henry Cowell op en.wikipedia.org, www.schirmer.com en yuoutube
Paula Defresne op www.compositeurs.be
Du moment magique au tapis du temps. Entretien avec Paula Defresne, compositrice, Pierre-Paul Delvaux op www.ifbelgique.be, gepubliceerd in Feuille d'IF n°8, juni 2004 (doc)
Anthony Braxton op en.wikipedia.org en youtube
Henri Pousseur : www.henripousseur.net, www.arsmusica.be en youtube
Frederic Rzewski op www.composers21.com en youtube
Perfect Sound Forever: Interview with Frederic Rzweski , Daniel Varela op www.furious.com, maart 2003
Composer/Pianist Frederic Rzewski. A Conversation with Bruce Duffie op www.kcstudio.com, januari 1995
Baudouin de Jaer op www.compositeurs.be en youtube

Elders op Oorgetuige :
Ars Musica werpt blik op de toekomst en focust op Belgische componisten, 24/02/2011
Concertgebouw Brugge ontvangt muzikale vrijheidsstrijder Frederic Rzewski, 10/09/2010
In memoriam Henri Pousseur (1929 - 2009), 7/03/2009
Oorstrelingen : Paula Defresne in het Klankenbos, 20/06/2008

Bekijk alvast Frederic Rzewski's Winnsboro Cotton Mill Blues, uitgevoerd door Yutaka Oya en Benjamin Van Esser in het Concertgebouw Brugge (25/09/2010)

07:00 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

De commentaren zijn gesloten.