17/03/2009

Rotterdams Philharmonisch Orkest speelt Brahms, Bartok en Verbey in Bozar

Theo Verbey Het uitstekende Rotterdams Philharmonisch Orkest koos voor de jonge dirigent Yannick Nézet-Séguin als opvolger van Valery Gergiev. Een andere stijl, kun je gerust stellen, maar met evenveel geestdrift, charisma en talent. Als soliste hoor je we de Russische violiste Viktoria Mullova in Brahms' grootse Vioolconcerto, een echte topper. Verder op het programma : Bartoks Concerto voor orkest en Conciso van de Nederlandse componist Theo Verbey.

Theo Verbey (1959) schreeg Conciso voor het London Sinfonietta, t.g.v. het Holland Festival 1996. De componist over dit werk : "Conciso voor groot ensemble is een direct vervolg op stukken als Notturno (1995) voor hobo en 11 instrumenten en Passamezzo (1991) voor saxofoonkwartet: stukken waarin ik mijn in Triade (1991) begonnen streven naar een meer consonante, eenvoudige muzikale taal voortzet. Een groot aantal van mijn algemene artistieke uitgangspunten vond ik uitstekend geformuleerd door ltalo Calvino in Six Memos for the Next Millenium. In deze bundeling van een vijftal lezingen voor de Harvard University (de zesde is nooit geschreven) uit 1985 formuleert Calvino vlak voor zijn dood zijn visie op de universele waarden in de literatuur. (...)
In een tijd waarin geluid zich louter door hoeveelheid steeds meer aan ons opdringt, ben ik op zoek naar een muziek die iedere associatie met het industriële lawaai van voornamelijk vervoermiddelen tracht uit te bannen. Gedetailleerde, kwetsbare muziek die zich binnen duidelijke grenzen beweegt, zonder al te grote pretenties. Muziek vooral die niet alleen door de klank maar ook door 'het verhaal' de aandacht vasthoudt, en iedere vorm van langdradigheid vermijdt. Kortom, muziek met eigenschappen die men eerder in de Frans/Italiaanse dan in de Duits/Nederlandse componeertraditie terugvindt.
Conciso is in zijn huidige vorm een tweedelig stuk (langzaam-snel) met de lengteverhoudingen 4:5. Veel van het structurele idee achter het stuk heb ik ontleend aan Beethovens Pianosonate op. 101, waarvan de vier delen zich in de tijd verhouden als 4:5:3:6. Dit zijn proporties die ik bij het componeren als uitgangspunt voor de tijdsindeling heb gebruikt. Voor de harmonie heb ik het openingsakkoord van de Pianosonate nr. 8 op. 66 van Skriabin als uitgangspunt gehanteerd. Dit akkoord is een zestoonsakkoord dat ik tegenover een tweede zestoonsakkoord heb geplaatst, waarbij deze twee akkoorden gezamenlijk het chromatische totaal vormen. Een dergelijke techniek heb ik al eerder toegepast in Expulsie I (1988-1990) voor groot ensemble. Voor het eerst heb ik gebruik gemaakt van een half-spatiale opstelling van het ensemble. Het is wel in zijn geheel vooraan op het podium te vinden, maar zit niet in de normale opstelling. Het is gesplitst in twee blazers/strijkersgroepen van acht en zeven leden, links en rechts gepositioneerd. Harp, piano en slagwerk vormen een buffer tussen deze twee groepen en functioneren soms als spelverdeler".(*)

Bij de première van Bartoks Concerto voor orkest in Carnegie Hall in 1944 sprak de dirigent Sergej Koussevitzky over 'het beste werk van de laatste 25 jaar'. De legendarische Russische dirigent overdreef nauwelijks. De compositie blijft één van de muzikale meesterwerken van de 20ste eeuw en een live-uitvoering is een spectaculaire belevenis.
'Concert voor orkest' van Bela Bartók is in feite een symfonie, een vijfdelig werk dat wordt samengehouden door terugkerende motieven, een werk in de bekende boogvorm van Bartók, of in zijn eigen woorden een compositie "die een geleidelijke overgang biedt van de strengheid van het eerste deel en het sombere doodslied van het derde naar de positieve levensopvatting van de finale." Wat tenslotte de benaming bepaalde is de wijze waarop de instrumenten en instrumentgroepen worden behandeld. Dat gebeurt op een concertachtige, wedijverige manier, waarbij iedere instrumentalist zijn virtuositeit kan tonen.
Vandaar dat het Concert voor orkest (nog steeds!) óók een orkestraal showstuk van de eerste orde is. Het is zeker niet het meest diepgravende of complexe stuk van Bartók in muzikale of emotionele termen, maar de simplificatie die in zijn late stijl duidelijk is, wijst eerder op een proces van distillatie dan op een vermindering van muzikale aspiraties. De vijf delen vertegenwoordigen een geleidelijke overgang van de ernst uit het eerste deel naar de uitbundigheid van de finale met allerlei onderbrekingen onderweg, zoals het luchthartige, satirische tweede deel, het daarop volgende doodslied dat op zijn beurt plaats maakt voor een Intermezzo met daarin een citaat dat de 7de symfonie van Sjostakovitsj persifleert. In her werk wordt ook veelvuldig gebruik gemaakt van elementen uit de Oost-Europese volksmuziek.

Programma :
  • Theo Verbey, Conciso
  • Johannes Brahms, Concerto voor viool en orkest, op. 77
  • Bela Bartok, Concerto voor orkest
Tijd en plaats van het gebeuren :

Rotterdams Philharmonisch Orkest: Verbey, Brahms, Bartok
Donderdag 19 maart 2009 om 20.00 u
Bozar - Henry Le Boeufzaal
Ravensteinstraat 23
1000 Brussel

Meer info : www.bozar.be en www.rpho.nl

(*) Bron : Theo Verbey op www.donemus.nl

Extra :
Theo Verbey op www.donemus.nl
Interview met Theo Verbey op www.ncrv.nl, maart 2003 (Audio)

07:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

De commentaren zijn gesloten.