31/12/2007

Beste wensen voor 2008

Beste wensen voor 2008

Ginkgo, visual score by Jon Raskin

07:00 Gepost in Algemeen | Permalink |  Facebook

27/12/2007

Music Fund stuurt pianohersteller naar de Westbank

Olivier Marie in Palestina, met leerling Iyad Jarradat © Lukas Pairon, Music Fund Van 28 december tot 3 januari trekt Music Fund opnieuw naar Israel en Palestina. Deze keer wordt er werk gemaakt van een erg bijzonder project voor de muziekscholen in de Westbank, door voor een langere periode van een jaar een piano-stemmer en -hersteller uit Frankrijk uit te sturen om er jonge Palestijnen aan te leren hoe de piano's van de muziekscholen van Ramallah en Nablus te stemmen en te herstellen. De opleiding van zulke techniekers is van enorm belang voor de verdere uitbouw van het muziekonderwijs in deze regio.

De muziekscholen in de Palestijnse grondgebieden hebben piano's gekregen van Music Fund, maar missen mensen met de know-how om ze en onderhouden en herstellen. Er is in heel het gebied slechts één pianostemmer en -hersteller, de man is erg oud en kan zich nog moeilijk verplaatsen. In juli 2007 stuurde Music Fund de piano-expert Olivier Marie voor een initiatie-cursus naar Nablus en Ramallah. Hij gaf er les aan verschillende geïnteresseerde jonge mensen verbonden aan de muziekscholen daar. Maar het vraagt heel veel tijd om te leren hoe een piano te stemmen en te herstellen.

Olivier Marie stelde daarom voor om zich een jaar lang in de regio te vestigen en er verschillende jonge pianoherstellers op te leiden. Olivier over zijn project: "De muziekscholen in Palestina zijn als kleine paradijsjes in het midden van een heel gespannen omgeving. De piano's worden er intensief gebruikt en zouden regelmatig gestemd en nagekeken moeten worden om ervoor te zorgen dat ze in goede staat blijven. Er zijn echter geen piano-stemmers en -techniekers in de regio en de Palestijnen zijn daarom afhankelijk van toevallige passages van buitenlandse piano-stemmers die dan af en toe wat aan de instrumenten komen sleutelen. In juli 2007 heb ik al enkele Palestijnen kunnen initiëren. Ze toonden veel talent en motivatie voor het vak. Als ik een jaar lang in de regio zou kunnen werken, dan zie ik mezelf één of meerdere piano-techniekers opleiden. Het zou ervoor kunnen zorgen dat de kwaliteit van het instrumentenpark en daarmee ook het muziekonderwijs en -praktijk zou verbeteren in de Westbank."

De totale kostprijs om Olivier Marie een jaar lang naar Nablus en Ramallah te sturen, bedraagt € 26.000 (een beperkt leefloon, reiskosten, aankoop en transport van gereedschap en onderdelen voor ateliers ter plaatse, verzekering, en verblijfskosten). De noord-Franse stad Lille besliste om de helft van deze som te financieren. Voor de rest van het bedrag is Music Fund nog steeds op zoek naar milde weldoeners.

Alles over de projecten van Music Fund vind je op www.musicfund.be en paironisrpal.canalblog.com.

 Zondagavond op tv
TF1 stuurde op zaterdag december een filmploeg mee met Music Fund naar Ramallah en Nablus. De beelden zijn op zondag 30 december te zien in het avondnieuws van TF1 (eveneens via internet te bekijken op www.tf1.fr).

Elders op Oorgetuige :
Note for Sale : noten kopen voor het goede doel, 3/10/2007
Give music a chance : The Exchange, 2/05/2007
Ictus en Music Fund in het Midden Oosten, 28/12/2006
Meer dan 300 muziekinstrumenten voor het Midden-Oosten, 5/12/2006
Muziek als instrument van ontwikkeling, 30/10/2006

07:00 Gepost in Actualiteit | Permalink |  Facebook

26/12/2007

Frisse muzikale verrassingen in Gent

Lebocha Dick Van Der Harst, Mario Van Assche, Stephan Vanaenrode en veel tuba's. Het tuba-conert in de Gentse Sint-Jacobskerk is intussen een jaarlijkse traditie geworden, maar deze keer begint het feest pas echt met de energieke, wereldse of soms gewoonweg ontroerend mooie klanken van de Gentse groep Lebocha (spreek uit zoals 'le beau chat'). Voor de gelegenheid nodigde de groep een tiental collegamuzikanten uit: goede vrienden waar de groepsleden reeds mee op een podium stonden, en enkelen bij wie het dringend tijd wordt dat het eindelijk gebeurt.

Het resultaat is een 14-koppig stomend orkest, dat een mix zal brengen van wereldmuziek, jazz, folk, tango, blues, … Op het programma staan alvast enkele bekende Lebocha-nummers (van de cd 'Lointain'), herschreven voor deze nieuwe bezetting, het nieuwe repertoire dat op de volgende cd zal verschijnen (verwacht einde 2008), composities van de friends en enkele covers.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Eindejaar verassingsconcerten
Dick Van Der Harst, Mario Van Assche, Stephan Vanaenrode & tuba's
Zaterdag 29 december 2007 om 20.00 u

Sint-Jacobskerk

Lebocha and Friends : Première
Zaterdag 29 december 2007 om 21.00 u

Bij Sint-Jacobs
9000 Gent

Beide concerten zijn gratis

Meer info : www.trefpuntvzw.be, www.lebocha.be en www.myspace.com/lebocha

14:10 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

21/12/2007

Kadotip : 2100 Vlaamse componisten onder de kerstboom

Flavie Roquet Voor wie nog op zoek is naar een eindejaarsgeschenk : vorige zaterdag rolde het 'Lexicon Vlaamse componisten geboren na 1800' van Flavie Roquet van de persen. Een boek voor het leven over componerend Vlaanderen, uitgegeven bij Roularta en sinds deze week in de winkelrekken van de Fnac.

Flavie Roquet heeft met dit boek een belangrijke bijdrage geleverd tot de kennis en de studie van de Vlaamse componisten. "Informatie vinden over 19de- en 20ste- eeuwse Vlaamse componisten was tot hiertoe een haast onmogelijke opdracht, zeker wanneer het minder bekende figuren betrof. Het kwam meestal neer op bet bijenprokkelen van schaarse en verspreide gegevens in bibliotheken en archieven of op het internet. Veel van die componisten die nu vergeten zijn, verdienen nochtans onze aandacht; vaak hebben zij waardevol werk nagetaten, en sommigen waren in hun tijd tot ver buiten de grenzen bekend.
Met dit Lexicon is er eindelijk een naslagwerk beschikbaar waarin de lezer onmiddellijk de belangrijkste gegevens kan vinden, en dat tevens kan dienen als uitgangspunt voor verder onderzoek", aldus Vlaams minister van Cultuur Bert Anciaux. " Dat er 2100 mensen hun plaats verdienen in het Lexicon van Vlaamse componisten is op zich al opmerkelijk en relevant. (...) Laat dit Lexicon een ware ontdekkingstocht zijn voor her culturele veld en voor de muzieksector in het bijzonder, en als standaardwerk ook een start voor verder muziekonderzoek". (*)

Een boek als dit Lexicon is natuurlijk niet het werk van één persoon. Bij de samenstelling ervan mocht Flavie Roquet rekenen op de daadwerkelijke en onbaatzuchtige hulp van talrijke sympathisanten uit het muziekonderwijs, studiecentra, verenigingen, koren, orkesten, heemkundige kringen, van bibliothecarissen en archivarissen die onderzoekswerk verrichten en niet in het minst van een hele schare musicologen die bereidwillig en geduldig alle teksten hebben nagelezen en waar nodig gecorrigeerd en/of aangevuld.

In het verzamelwerk zijn 2.100 Vlaamse componisten verzameld. "En toch is het werk niet volledig. Dat kan ook niet. Er komen er iedere dag bij en onbekenden duiken steeds op. Sinds mijn boek af is, heb ik al tien nieuwe namen gevonden. Ik ben al bezig aan een addendum", aldus de auteur. Aanvullende info of nog onbekende componisten zijn dus nog steeds welkom bij flavie@pandora.be.

Tijdens de Staten Generaal van 1 december werd het boek voorgesteld door componisten Vic Nees en Lucien Posman. Deze laatste kroop voor deze gelegenheid in zijn pen en schreef een 'schoon opstel' ter aanbeveling, waarvan we je de inhoud zeker niet willen onthouden.

"'Geachte heer Flavie' was de aanhef van mijn antwoord op haar eerste e-mail. Dit misverstand werd binnen de 10 seconden kordaat rechtgezet en haar voornaam is intussen een mythisch begrip geworden in onze muziekwereld. Dat het voorliggend titanenwerk enkel door een voormalige verpleegster aangevat en
voltooid kon worden, is een ijzingwekkende metafoor voor de manier waarop componerend Vlaanderen behandeld wordt door de Vlaamse Overheid, de media, de meerderheid van cultuurcentra, orkesten en ensembles.
Dat zij haar onderzoek realiseerde tussen de facturen en boekhoudkundige verrichtingen door van het huisbedrijf, geldt niet enkel als metafoor voor de nauwgezetheid en handigheid die nodig waren om dergelijk werk te kunnen volvoeren, maar loopt ook parallel met de omstandigheden waarop ons compositorisch patrimonium tot stand kwam. En dat haar echtgenoot deemoedig gedoogde dat hun bedrijf jarenlang bedolven werd met half vergaan papierwerk over componerend Vlaanderen, veronderstelt bijna een bezoeking van de engel Gabriel.
Maar Flavie trotseerde deze metaforische drievuldigheid. Door haar enthousiasme en wetenschappelijke onschuld hebben alle poorten zich uiteindelijk geopend. Sommige poorten waren verroest door jarenlange onverschilligheid, andere weerbarstig of argwanend, nog andere wat jaloers of minachtend. Doch met een iets ontziende voortvarendheid, koppig doorzettingsvermogen en vechtlust, eigen aan de West- Vlamingen, ontpopte zij zich als een ware 'Calamity Jane' en verleende ze zich, desnoods met decent geweld, toegang tot alles bastions.
Componisten - die op informatiewerving doorgaans reageren als op de fiscus- werden gewillig als lammeren, bibliothecarissen trokken zonder morren hun stofjassen aan, zowel cynische als welwillende musicologen doken in hun archieven; Flavie werd als een Jeanne d'Arc ontvangen in quasi leegstaande kloosters, op doksalen en in abdijkelders, op beiaardtorens en op zolders van muziekscholen, conservatoria en blindeninstituten; kleinkinderen en achterkleinkinderen reikten haar spontaan informatie aan over hun componerende voorvaderen.
Kortom, in korte tijd veroorzaakte ze een collectief gevoel van noodzakelijkheid om ons compositorisch landschap eens definitief en grondig in kaart te brengen.
Flavie omringde zich daartoe met een schare goede raadgevers en deskundigen, ze palmde Roularta Books in, ze ontsloot de portemonnee van onze minister van Cultuur en andere instanties en het resultaat is het voorliggend "Lexicon VLAAMSE COMPONISTEN geboren na 1800".
Dit boekwerk heeft voldoende omvang en de slagkracht om verzuurde criticasters fataal het zwijgen op te leggen. Maar ik hoop van ganser harte dat kneuterig Vlaanderen voor één keer zijn eigenheid geweld aandoet en niet begint te neuzelen over die fout geplaatste punt of die komma teveel.
Want dit boek is een feest, het is een statement, het straalt warmte en mededogen uit, fierheid en slagvaardigheid; het is onvolmaakt in zijn volmaaktheid, en van de eerste tot de laatste bladzijde is het genadeloos onbevooroordeeld. Het is een boek voor het leven, een godsgeschenk, een wapen, een document en een argument. Het is het opus summum over al onze componerende medemensen geboren na1800; het dwingt respect af voor wie het realiseerde en over wie het handelt.
In acht genomen de marginaliteit waarin de componisten steeds verder gedreven worden, heeft het een emancipatorische waarde en voor de culturele straathoekwerkers en erfgoedjagers heeft het een voorbeeldfunctie; het reikt een maatstaf aan voor hoe men omgaat met zijn eigen verleden, heden en toekomst.
Ik ben er daarom rotsvast van overtuigd dat dit boek met bazuingeschal zal onthaald worden door vriend en vijand en dat het ons allen tot een moment van fierheid zal bewegen.
Als voorzitter van ComAV, in mijn eigen naam, en in naam van alle Vlaamse componisten, wil ik allen danken die hebben bijgedragen tot de realisatie van dit grensverleggend werk. En tot slot wil ik in naam van mijn collega componisten een eresaluut brengen aan mevrouw Roquet. Flavie, wij zijn u dankbaar en wij zijn trots op u." (**)

Lucien Posman
Voorzitter van Componisten Archipel Vlaanderen, vzw ComAV
Voorgelezen op Staten Generaal van de klassieke muziek n.a.v. presentatie van "Lexicon Vlaamse Componisten geboren na 1800"
1 december 2007
Gent - De Bijloke, Zaal 3

Het "Lexicon Vlaamse Componisten geboren na 1800" kost € 72 en kan besteld worden via :
shop@roularta.be
Tel: 070 23 30 03
Fax: 070 23 34 89
Roulartashop, Meiboomlaan 33 / 8800 Roeselare

Ook verkrijgbaar in sommige Fnac-winkels.

Bronnen : Persdossier Flavie Roquet (*) en ComAV Gazet (**), 11 december 2007

Elders op Oorgetuige :
Vlaamse componisten in 'Brede Opklaringen', 3/12/2007
Staten-Generaal van de Klassieke Muziek en uitreiking van de Klara Muziekprijzen, 29/11/2007

15:22 Gepost in Nieuws | Permalink |  Facebook

19/12/2007

Ero Cras : O-antifonen van Ludo Claesen

Ludo Claesen Zaterdag beleeft de cantate 'Ero Cras' van Ludo Claesen zijn première in de Hasseltse kathedraal. Ero Cras is een cantate voor gemengd instrumentaal-vocaal ensemble, voor meer dan 10 uitvoerders, gebouwd op de 7 Magnificat-antifonen.

O-antifonen zijn kenmerkende gezangen uit de liturgie van de laatste week van de Advent en de naam verwijst naar het woord 'O' waarmee ze alle zeven beginnen. In de laatste week van de Advent (de periode van 17 tot en met 23 december), worden in het Magnificat de zeven zogenaamde 'O-antifonen' gezongen als uitdrukking van het verlangen naar de Messias. Christus wordt in deze antifonen niet met zijn naam aangeroepen maar met zeven verschillende messiaanse titels, één voor elke dag:

Sapientia (Wijsheid)
Adonai (Heer)
Radix Jesse (Wortel van Jesse)
Clavis David (Sleutel van David)
Oriens (Dageraad)
Rex Gentium (Koning der volkeren)
Emmanuel (God met ons)

Wanneer je deze Messiastitels in omgekeerde volgorde leest, dan vormen de beginletters de woorden ERO CRAS, Latijn voor 'Morgen zal ik er zijn'. Deze cantate is uiteindelijk een verzameling geworden van 7 kleine cantates die elk op zichzelf staan maar qua stijl, toonspraak en structuur aan elkaar verwant zijn. Het gebruik van enkele minder voor de hand liggende instrumenten (althobo en vibrafoon) zorgt voor een nieuwe kleur waarbij de althobo staat voor de waardigheid van de Boodschap en de vibrafoon voor het ongrijpbare. De muzikale toonspraak is een symbiose van minimalistische -en repetitieve
technieken, bitonaliteit, polyritmiek, octotoniek en oude modi.

Uitvoerders :
Klein koor Jong-Kathedraalkoor o.l.v. Claudine Martens
Groot koor Kathedraalkoor Hasselt o.l.v. Ludo Claesen
Verteller Michel Kempeners
Ad-hocensemble : Violen, altviool, cello, contrabas , althobo, vibrafoon
Paul Steegmans, orgel
Algemene Leiding Ludo Claesen

Tijd en plaats van het gebeuren :

Kathedraalkoor Hasselt : Ludo Claesen, Ero Cras
Zaterdag 22 december 2007 om 20.15 u
Sint-Quintinuskathedraal
Vismarkt
3500 Hasselt

Meer info : www.inenuithasselt.be

Ludo Claesen : www.claesenlmmi.be en www.matrix-new-music.be

Bron : ComAV Gazet, 6 november 2007

07:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

18/12/2007

A Theatre of Action : Matthias Koole, Kobe Van Cauwenberghe & Stefan Prins

Kobe Van Cauwenberghe & Matthias Koole Samen met componist Stefan Prins (elektronica) werkten de jonge gitaristen Matthias Koole en Kobe Van Cauwenberghe een programma uit waarin de fysieke actie van de uitvoerders centraal staat. Naast een creatie van Stefan Prins horen (en/of zien!) we onder andere een werk voor luchtgitaar en het schitterende Salut für Caudwell van Helmut Lachenmann.

A Theatre of Action, een muziekperformance voor twee gitaristen is een project van Matthias Koole en Kobe Van Cauwenberghe, waarin ze de relatie tussen het lichaam van de muzikant en zijn instrument willen onderzoeken. Dat doen ze aan de hand van een aantal werken voor gitaar, waarbij het gitaarspel op verschillende manieren in vraag wordt gesteld. In onderstaand interview geven Matthias en Kobe wat meer uitleg over dit thema en over de manier waarop het in de verschillende werken tot uiting komt. Ook componist Stefan Prins licht het werk toe die hij in opdracht van De Nieuwe Reeks voor dit project schreef.

* Als gitaarduo stelden jullie in samenwerking met Stefan Prins een concertprogramma samen waarbij jullie de relatie tussen instrument en lichaam, en de invloed van technologie hierop wilden onderzoeken. Welke aspecten van dit thema willen jullie hiermee precies aan bod laten komen?

M: Het gaat mij om een programma waarin we in de muziek zien wat van fundamenteel belang is. Met computers en iPods wordt de functie van de uitvoerder onvermijdelijk in vraag gesteld. De fysieke aanwezigheid van de uitvoerder is hierdoor geen noodzaak meer, maar een gegeven dat al dan niet aan bod komt. Hier brengen we een programma waar dat die fysieke aanwezigheid juist wel een voorname rol speelt. In geen enkele van deze stukken gaat het om theater spelen, zoals bijvoorbeeld bij Kagel en Globokar gebeurt. Zelfs bij 'Hallo 5' van Helbich, waar ik de gitaar naast me neerleg en luchtgitaar speel, staat de suggestie van klank centraal, en niet de uitgesproken theatrale handeling. Het gaat om de fysieke actie die nodig is voor het bestaan van de klank.
(Deze problematiek wordt mooi uit de doeken gedaan in de presentatietekst van het doctoraat van Paul Craenen: http://users.telenet.be/paulcraenen/docartes/dossier.htm)
K: Dit wordt in elk van de stukken op een andere manier belicht. Bij Oehring en Lachenmann  is de relatie tussen uitvoerder en instrument nog traditioneel te zien. De werken van Helbich en Roensholdt zijn dan weer uitgesproken performatief. Hier wordt de fysieke aanwezigheid van de uitvoerder als een volwaardige compositorische parameter beschouwd.

* Hoe kwamen jullie op het idee om rond dit thema te werken?

M: Het is iets dat mij en Kobe als uitvoerders bezighield en bij Stefan was er ook die vraag omwille van zijn werk met elektronica, waarin de relatie klank-geste zeer troebel kan worden.
K: Binnen ons ondertussen behoorlijk uitgebreid hedendaags repertoire toonden deze werken een duidelijke onderlinge link. Het is misschien ook wel een statement.

* In welk opzicht kan de gitaar/elektrische gitaar als instrument functioneren in het uitdiepen van de relatie tussen instrument en lichaam?

M: Ik denk niet dat het instrument er hier toe doet. Het zou perfect mogelijk zijn om dezelfde problematiek in de verf te zetten met een draailier. Het is gewoon een belangrijk vraagstuk van de uitvoeringspraktijk en wij spelen toevallig gitaar.
K: Een instrument is altijd een verlengstuk van de uitvoerder. De (elektrische) gitaar verschilt hierin niet van andere instrumenten. Wat in 'Salut für Caudwell' van Lachenmann bijvoorbeeld wel wordt uitgediept, zijn de historische en sociologische connotaties die de gitaar met zich meedraagt. De componist noemt dit het 'aura' van de gitaar en laat de verschillende kenmerken op meesterlijke wijze aan bod komen in zijn compositie. Zo heeft de hele tekstpassage wel iets van een protestsong à la Dylan en eindigt het stuk met een tango.

* Hoe komt dit thema precies tot uiting in de verschillende werken die jullie voor dit concert uitkozen,? Laten we beginnen met Helmut Lachenmann, die met zijn 'musique concrète instrumentale' de aandacht wil richten op de concrete klankproductie, eerder dan op het klankresultaat. Het mechanische proces en dus ook de handeling en de gestiek komen hierdoor centraal te staan. Welke speeltechnieken gebruikt Lachenmann in zijn gitaarduet 'Salut für Caudwell' om dit te verwezenlijken?
 
M: Lachenmann bouwt een heel stuk op met bijna alleen maar extended techniques. Er worden relaties gelegd tussen klanken die voordien als 'lawaai' of 'bijgeluiden' geboekstaafd stonden. Doordat die klanken op een nogal ongewone manier worden geproduceerd (er blijft in dit stuk niet veel over van klassieke gitaartechniek) is het zien ervan niet alleen de moeite waard, maar bovendien noodzakelijk voor de communicatie. Hoewel ik niet denk dat deze aandachtsverschuiving zijn voornaamste bedoeling was, is ze toch onvermijdelijk. Alle niet-elektronische muziek heeft handelingen nodig om te bestaan. Omdat Lachenmanns klankwereld ongewone handelingen vraagt, worden de handelingen wel interessanter.
K: Wanneer Lachenmann over zijn muziek spreekt, benadrukt hij zelf dat die in de eerste plaats echt 'zum hören' geschreven is. De actienotatie in 'Salut für Caudwell' resulteert in een haast theatraal spel, maar de componist is in de eerste plaats van de klank uitgegaan. Zijn opzet is in zekere zin - en dit geldt eigenlijk voor zijn hele oeuvre - het creëren van een geheel nieuwe esthetiek als reactie tegen onze geconditioneerde manier van luisteren. Het gebruik van extended techniques richt zich bij Lachenmann op wat wij normaal gezien als bijgeluiden ervaren , zoals in het geval van 'Salut für Caudwell' de 'erstickte' en 'unkenntliche' klank, het wrijven over de snaren, etcetera, om zo tot nieuwe luisterervaringen te komen. Hij zaagt ons als het ware de poten van onder de tafel.

* In deze compositie, die een hommage is aan de Engelse dichter en schrijver Christopher Caudwell, worden ook tekstfragmenten uit diens boek 'Illusion and Reality' gereciteerd in een precies genoteerd ritme. Het combineren van een delicaat gitaarspel met het strikte reciteren van de tekst lijkt me een hoge mate aan concentratie te vragen van de muzikanten. Heeft dit volgens jullie ook een invloed op de lichamelijkheid van de uitvoerders tijdens het spelen?

M: Het volledige stuk vergt een zeer grote concentratie. Natuurlijk hebben concentratie, spanning van de uitvoerder enzovoort invloed op hoe een muzikant overkomt, maar ik denk niet dat dit de bedoeling was van die passage. Zoiets zou misschien meer van toepassing zijn op een stuk als 'Time and Motion Study II' van Ferneyhough.
K: Indirect wel natuurlijk, maar het is zeker niet de bedoeling geweest van de componist om dit tekstfragment in de compositie te integreren. Het is in de eerste plaats een zuiver klank-esthetische ingreep.

* In de compositie 'Hallo 1-2-3-4-5' voor gitaar van David Helbich maakt de fysieke aanwezigheid van de gitaar doorheen de vijf stukken geleidelijk plaats voor het lichaam van de uitvoerder. Kunnen jullie uitleggen hoe deze evolutie gaandeweg duidelijk wordt?

M: Hier is deze verschuiving zéér bewust. In elk van de 'Hallo’s' concentreert Helbich zich op een speelwijze: rasgueado, wrijven, flageoletten, kruisen van snaren, luchtgitaar. Deze speelwijzen worden geleidelijk aan minder conventioneel. De aandacht verschuift ook meer en meer van de klank naar de moeite die gedaan moet worden om die klank te produceren. In 'Hallo 5' speelt de uivoerder luchtgitaar en is de aandacht volledig op de handeling gericht.

* Helmut Oehring heeft, als zoon van dove ouders, een heel eigen klankwereld en hecht ook veel belang aan de visuele component. Hij hanteert dan ook een heel eigen muzikale grammatica waarbij instrumentale klanken vervreemd worden en de uitvoerders zich moeten aanpassen aan een andere bewegings- en ruimtecoördinatie. Hoe komt dit tot uiting in 'Koma nr. 1' voor twee gitaren?

M: Eigenlijk op dezelfde manier als bij Lachenmann (d.m.v. extended techniques), maar met het verschil dat er bij Oehring veel bewuster met het visuele aspect wordt omgegaan.
K: Anders dan bij Lachenmann vertrekt Oehring toch meer vanuit een 'klassiek' gitaarspel (klassieke houding, speelwijzen, etc), maar hij maakt het de uitvoerders soms onmogelijk om te spelen of de 'juiste' klank te produceren. Hij wil dat het instrument gebrekkig klinkt, ziek en onstabiel. Dit resulteert in een duidelijk gesticulair spel.

* Niels Roensholdt is als leerling van Helmut Oehring sterk door diens muzikale ideeën beïnvloed. Op welke manier speelt het visuele aspect in 'WIR I' voor gitaar en tape een duidelijke rol?

K: Hoewel zeker beïnvloed door Oehring, heeft Niels Roensholdt een persoonlijke esthetiek gecreëerd die draait rond intimiteit. Zijn werk is in vele opzichten onconventioneel te noemen en richt zich voornamelijk op muziektheater. Hij deinst er dan ook niet voor terug een brug te slaan met andere kunstdisciplines.
In 'WIR I' wordt de fysieke aanwezigheid van de uitvoerder op een auditieve manier benadrukt door de duidelijk hoorbare ademhaling van de uitvoerder. Het is dus niet zozeer het visuele dat hier de aandacht trekt, maar wel het intieme en beklijvende van een live-uitvoering waarbij het lijkt of er iemand zachtjes in je nek zit te hijgen...

* Stefan, ook in je creatie 'A Theatre of Action' voor elektrische gitaar en live-electronics wordt de relatie tussen klank en geste verder uitgediept. In welke mate en op welke manier speelt elektronica hier een rol in de relatie tussen klank en lichaam?

Stefan: In deze compositie, die voorlopig de titel 'Not I' krijgt, naar het gelijknamige theaterwerk van Samuel Beckett, gebruik ik elektronica onder meer om de relatie tussen wat je ziet en wat je hoort, tussen realiteit en virtualiteit, op een muzikale manier te problematiseren.
Je ziet dat de mens door de eeuwen heen in de vorm van hedendaagse technologieën steeds meer 'extensies' heeft gekregen, om de woorden van Marshall McLuhan te gebruiken, en dat de tweedeling tussen realiteit en virtualiteit steeds meer vervaagt. Niet lang nadat ik over deze compositie ben beginnen nadenken, las ik in de krant dat een bekende actrice een proces wilde aanspannen tegen de filmproducenten van haar nieuwste film, omdat die op een bepaald moment digitaal tranen hebben toegevoegd aan haar acteerwerk! Ook Brian Da Palma speelt in zijn film 'Redacted' expliciet in op dit vervagen tussen werkelijkheid en fictie. Denk bijvoorbeeld ook aan de internethype 'Second Life'.
Een daaraan gerelateerd fenomeen is dat van de discrepantie tussen fysieke geste en auditief resultaat in de wereld van de laptop-musici - iets waar ik me erg bewust van ben geworden sinds ik zelf de laptop ben gaan gebruiken als 'instrument' in live-situaties. Niet alleen voor de luisteraar - je krijgt zo goed als geen visuele informatie - maar ook voor de uitvoerder vormt dit een uitdaging - om niet te zeggen een probleem. Immers, wanneer je, in tegenstelling tot de laptop, een 'analoog' instrument bespeelt, zoals de cello, betekent de kleinste verandering in spierspanning of locatie van je zwaartepunt een verandering in de klank. Bovendien zit er tussen die actie en reactie ook de nodige 'ruis': fenomenen die je niet in de hand hebt, maar zonder dewelke een uitvoering niet is wat ze is, en zonder dewelke de communicatie met het publiek volledig anders zou lopen. De laptop-concerten maken dit soms pijnlijk duidelijk. Metaforisch gesproken wil ik in dit werk met behulp van de elektronica een verwrongen spiegelpaleis bouwen dat voortdurend met je perceptie van de werkelijkheid speelt.

* Is er in dit werk ook plaats voor vrije improvisatie, dat naast elektronica ook een belangrijk aspect is in je muziek? Indien ja, heeft het improviseren ook een invloed op de gestiek van de uitvoerder?

S: Zoals het werk nu in de steigers staat, zal er geen improvisatie aan te pas komen. Maar om toch op je tweede deel van de vraag te antwoorden: het is niet het improviseren dat een invloed heeft op de gestiek van de uitvoerder, maar omgekeerd; het is de gestiek die een invloed heeft op het improviseren. Elke muzikant - niet alleen de improviserende - zal kunnen beamen dat naast het verstandelijke geheugen ook het lichaam en de spieren een zeer groot (en wat mij betreft mysterieus) geheugen hebben. In diens bijzonder interessante boek 'Sync or Swarm, improvising in a complex age' spreekt David Borgo in dat verband over 'the embodied mind', een geheugen dat 'verlichaamd' is.

* Het lijkt me vrij logisch dat je deze werken - door hun belangrijke lichamelijke en dus ook visuele component - als luisteraar moeilijk of niet kan beluisteren zonder ze ook daadwerkelijk uitgevoerd te zien. Zou dit volgens jullie ook kunnen gelden voor het volledige hedendaagse repertoire? Kan het bijwonen van een uitvoering bijdragen tot de receptie van hedendaagse muziek door een groter publiek?

M: Wat voor mij heel belangrijk is, is de relatie tussen klankproductie en het klankresultaat. Een idee hebben over hoe bepaalde klanken geproduceerd worden, uit welke beweging zij voortvloeien, zijn belangrijke onderdelen van de communicatie. Dit geldt niet alleen voor hedendaagse muziek. In Brazilië had ik bijvoorbeeld een vriend die zelden zijn bril droeg, maar wanneer hij naar concerten ging, zette hij deze plots op. Stravinsky stelde al dat het niet genoeg is om muziek te horen, dat muziek ook gezien moet worden. Het bijwonen van een uitvoering vind ik dus inderdaad zeer belangrijk.
S: Vaak krijg je van luisteraars inderdaad de opmerking dat hedendaagse muziek op cd veel minder goed werkt dan in de concertzaal. Dat is natuurlijk voor alle muziek zo, maar omdat in veel hedendaagse muziek sowieso een beroep wordt gedaan op nieuwe speeltechnieken en je als luisteraar dus vaak niet kunt terugvallen op je ervaring, is het inderdaad belangrijk om die visuele component erbij te hebben. Bovendien handelt veel hedendaagse muziek op een rechtstreekse (zoals bijvoorbeeld bij Mauricio Kagels 'Pas de Cinq' en bij 'Hallo 1-5' van David Helbich) of onrechtstreekse manier (zoals bij Lachenmann) over het gestuele in muziek.
K: Ik ben er vast van overtuigd dat als je hedendaagse muziek naar waarde wil schatten, je ze in 'real time' moet beleven, zien en horen. Wanneer het gaat om hedendaagse muziek in het algemeen schort er volgens mij vaak nog iets aan de manier waarop deze nog steevast wordt gebracht. De herdefiniëring van het klassieke concertritueel vind ik een zeer interessant thema, en hieraan gekoppeld ook de noodzakelijkheid van de live-uitvoering. Ik denk dat een interdisciplinaire vorm van presentatie onvermijdelijk wordt om het publiek te blijven boeien. Wanneer het gaat om de 'receptie door een groter publiek' - en hier dwaal ik een beetje af van uw originele vraag - vind ik het trouwens frappant dat de hedendaagse muziekscène nog steeds hardnekkig onder de klassieke noemer valt, terwijl er in de rockscène of elektronica-scène vaak zeer gelijkaardige dingen gebeuren. Deze mensen vinden echter zelden de weg naar concerten van zogenaamd nieuwe of hedendaagse muziek en vice versa.

* Matthias en Kobe, hoe kwamen jullie terecht bij Stefan Prins voor een creatie in het kader van jullie project?

M: Ik heb Stefan ontmoet in het begin van mijn opleiding in Antwerpen. Ik heb zijn traject de laatste vijf jaar van vrij dichtbij meegemaakt en hij het mijne ook. Hij kent me zeer goed als mens en muzikant. En daar komt nog bij dat we op heel gelijkaardige manier over muziek denken. Dan wordt het onvermijdelijk dat er op een bepaald punt een compositie komt.

* Stefan, hoe verliep het compositieproces van dit werk? Hierbij vraag ik me vooral af hoe elk van jullie ideeën een muzikale vorm gekregen heeft, hoe jullie samenwerkten, …?

S: Zoals bij mij vaak het geval is in het ontstaan van een nieuw werk, vertrek ik van een eerder abstract, filosofisch vraagstuk of idee. Dan volgt meestal een lange periode van gemijmer waarin ik dit probleem probeer te vertalen naar muzikale ideeën. Dat proces is vaak nog bezig wanneer ik het instrument waar ik voor zal schrijven begin te verkennen - ik heb gemerkt dat het voor mij heel belangrijk is om dat instrument een tijdlang fysiek bij mij te hebben, om ermee te kunnen experimenteren, er voeling mee te krijgen. In dat stadium is het ook heel belangrijk dat ik met de uitvoerder(s) kan samenkomen om een aantal ideeën te toetsen en ook nieuwe impulsen van hen kan krijgen. Zeker bij het gebruik van live-electronics is het belangrijk om tijdig de studio in te kruipen en te kijken of alles wel werkt zoals je wil.
In de concrete situatie van deze compositie, zijn mijn jarenlange vriendschap met en groot muzikaal vertrouwen in Matthias, samen met onze gelijklopende muzikale interesses grote pluspunten geweest. We hebben verschillende experimenteersessies gehouden in de studio, gaande van improvisaties van Matthias rond ideeën die ik aanreikte tot improvisaties met gitaar en live-electronics. En ik mag natuurlijk de talloze voorafgaande brainstormsessies op café niet vergeten...

Programma :
  • Helmut Oehring, Koma nr. 1
  • David Helbich, Hallo 1-2-3-4-5
  • Niels Roensholt, WIR 1
  • Stefan Prins, Not I (creatie)
  • Helmut Lachenmann, Salut für Caudwell
Tijd en plaats van het gebeuren :

De Nieuwe Reeks : A Theatre of Action
Matthias Koole & Kobe Van Cauwenberghe, gitaar - & Stefan Prins, electronics
Donderdag 20 december 2007 om om 20.00 u
(toelichting na het concert door de muzikanten)
STUK - Studio
Naamsestraat 96
3000 Leuven

Meer info : www.denieuwereeks.be

Stefan Prins : Champdaction.be en Collectief reFLEXible
David Helbich : davidhelbich.blogspot.com en www.youtube.com/davidhelbich
Niels Roensholt : www.nielsroensholdt.dk

Bron : Tekst en interview Aurélie Walschaert voor De Nieuwe Reeks

Extra :
Interview Matthias Koole, Kobe Van Cauwenberghe en Stefan Prins, Aurélie Walschaert op www.denieuwereeks.be, december 2007
"De echo van 't saluut. Hedendaagse muziek voor klassieke gitaar. Bartlett, Lachenmann, Shlomowitz, Craenen, Logothetis" (pdf), Tom Pauwels, Thesis voor het Orpheus Instituut
Helmut Lachenmann op www.arsmusica.be (Biografie - Portret - 'Aan het licht brengen' )

Elders op Oorgetuige :
Studenten Muziekkapel Koningin Elisabeth brengen Schönberg en Oehring, 2/12/2007
Dubbelconcert met twee improvisatiegroepen in Logos, 5/11/2007
Gradus ad Parnassum : Kobe Van Cauwenberghe & Matthias Koole, 2/11/2007
Agartha & François Deppe in Logos, 23/10/2007
Masters in new music : Kobe Van Cauwenberghe & Matthias Koole, 13/06/2007
Experimentele gitaarmuziek in Nadine, 24/05/2007
Gtrs : vijf jonge gitaristen geven staalkaart van hedendaags gitaarrepertoire, 2/04/2007
Het ongehoorde : Helmut Oehring & Eric Sleichim, 24/11/2006

13:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Endings : muziekautomaten geven warmte in koude en donkere dagen

<Hurdy> "Endings" wordt het thema voor de M&M-concert van de maand december. Uiteraard is er de verwijzing naar het jaareinde, maar ook muziektechnisch gezien duikt Logos in een repertoire dat op een niet al te conventionele wijze omspringt met de slotformule. Muziek die maar niet wil eindigen bijvoorbeeld, en dan kom je al gauw bij de Tango Perpetuel van Erik Satie terecht of bij de archetypische oeverloze slotcadenzen waar Ludwig Van Beethoven een patent op schijnt te hebben. Uiteraard staan er ook heel wat gloednieuwe manieren om te eindigen op dit programma met nieuw werk van Moniek Darge, Kristof Lauwers, Godfried-Willem Raes, Sebastian Bradt en Barbara Buchowiec.

Omdat er bij het jaareinde toch wel iets te vieren hoort, hebben ze bij Logos ook wat feestelijke muziekjes bijeengescharreld onder de vorm van enkele salontango's die Sebastian heeft georkestreerd voor de trouwe muziekrobots. En wie weet zorgt Xavier Verhelst voor een subtiele X-Mess toets als kers op de <M&M> taart.

Godfried-Willem Raes heeft op zijn beurt de afgelopen tijd niet stilgezeten en ook hij sleutelt met de regelmaat van de klok verder aan de perfectionering van onze automaten. Dezer dagen legt hij zich toe op de herziening van <Hurdy>, de volautomatische draailier. Deze robot, die eigenlijk ten onrechte weinig aan bod komt tijdens de concerten, heeft nochtans een groot en gevarieerd klankpotentieel. Twee afzonderlijke snaren van verschillende dikte en materie worden gestreken door een roterende boog en afgeknepen door tangenten die de snaar, net als mensenvingers, op verschillende plaatsen raken. Eerder dit jaar werden al twee elektromagneten toegevoegd die de snaar subtiel maar gecontroleerd kunnen doen trillen. De rauwe metallieke draailierklank maakt op die manier even plaats voor een etherisch spel met boventonen. Ter demonstratie daarvan schreef Godfried twee stukken, "Religionszwang" en "Scientia Vincit Tenebras", met het oog op een spectraal boventoonsspel dat het gangbare beeld van een platonisch ideaal spectrum volkomen op zijn kop zet, maar anderzijds de akoestische eigenheid van de snaar volledig tot zijn recht doet komen.

Ook Sebastian Bradt heeft na een paar <M&M> - luwe maanden niet stilgezeten en komt deze keer op de proppen met twee gloednieuwe 'Ko-produksies' met markante titels als "Prijsbeest" en "Opus Reptilicum". In beide stukken zijn diens vertrouwde tango-elementen en de spitante ritmesecties nooit veraf en worden de mechanische mogelijkheden van de robots <Qt>, <Xy> en de herziene <So> dieper uitgespit.

Tijd en plaats van het gebeuren :

<M&M> 'Endings'
Woensdag 19 december 2007 om 20.00 u

Logos Tetraeder
Bomastraat 26
9000 Gent

Meer info : www.logosfoundation.org

Het volledige bouwdagboek van <Hurdy> kun je nalezen op www.logosfoundation.org

07:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

17/12/2007

Emanon in de Rode Pomp

Stefan Van Puymbroeck Wie Nino Rota zegt, denkt onmiddellijk aan onvergetelijke filmmuziek (La Strada van Fellini). Men vergeet echter gauw dat Rota meer dan 150 composities schreef. Voor dit ontdekkingsconcert richten het Emanon Ensemble de schijnwerpers op het trio voor klarinet, cello en piano. Dit trio verwijst onmiskenbaar naar de Russische tijdsgenoten S. Prokofiev en D. Sjostakowitsj. Rota dompelt ons, met zijn donkere verbeelding, onder in een sombere wereld vol geheimzinnige nevelen.

Stefan Van Puymbroeck (1970) studeerde piano bij Levente Kende (die enkele jaren geleden het eerste pianoconcerto van zijn leerling succesvol creëerde met de Beethovenacademie) en compositie bij Willem Kersters en Luc Van Hove in Antwerpen. Al tijdens zijn opleiding werd er een werk van zijn hand in de Singel gecreëerd. Hij was enige tijd verbonden aan het blazersensemble I Solisti del Vento, vestigde zich in 1999 in Aken en bleef gestaag componeren, waarbij een grote fascinatie voor Prokofiev hem blijft inspireren. In zijn muziek wil Van Puymbroeck de band met het muzikale verleden en de traditie waarmee de modernisten in de 20ste eeuw radicaal hebben gebroken, weer aanhalen. Van Puymbroeck schreef veel voor piano - immers zijn instrument - zowel solo (sonates) als in kamermuziekbezettingen.

Lerchenmusik van Gorècki is indien mogelijk nog krachtiger. Het werk begint loodzwaar als graniet: de cello en de piano beperken zich tot een handvol noten, alsof de muziek weigert te evolueren. In de tweede beweging verwerkt Gorècki onverbloemde volksmuziek. De derde beweging doet bijzonder Messiaens aan met de cello die het vogellied compromisloos verklankt. In Lerchenmusik laat Gorècki zijn revolutionaire vorm samensmelten met de aloude kracht van de natuur.

Programma :
  • N.Rota, Trio voor klarinet, piano en cello
  • S. Van Puymbroeck: Klage
  • H. Gorecki, Lerchenmusik
Tijd en plaats van het gebeuren :

Emanon Ensemble: Lerchenmusik
Woensdag 19 december 2007 om 20.30 u

De Rode Pomp
Nieuwpoort 59
9000 Gent

Meer info : www.rodepomp.be, www.emanon.be en www.ninorota.com

Stefan Van Puymbroeck op www.matrix-new-music.be

Elders op Oorgetuige :
Emanon Ensemble: Lerchenmusik, 7/09/2007
The Waste Land, 8/12/2006
Zingen van duistere tijden, 22/11/2006
Inuit-keelgezangen, Ijslandse pop, Estse mystiek en Poolse avantgarde, 2/10/2006

17:02 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Boreas : de onzichtbare krachten van de noorderwind

BOREAS Over de hele wereld bestaan er meer dan 6000 namen voor de wind. Evenveel namen voor evenveel gestaltes: de moesson, de sirocco, de chinook...Gefascineerd door dit bijna 'virtuele' natuurelement creëerden choreografe Karine Ponties, componist Dominique Pauwels en beeldend kunstenaar Lawrence Malstaf een voorstelling over onzichtbare krachten en hun zichtbare sporen, en over de impact van onvatbare energie en eindeloze beweging.

Dominique Pauwels en Stefan Hertmans lieten zich eerder al door de wind inspireren voor een liedcyclus. Diezelfde liederen worden nu herwerkt voor 'Boreas'. Wind is adem: het lag dan ook voor de hand dat de componist bij blazers zou uitkomen. 'Boreas' werd een compositie voor vier tuba's, elektronica en de krachtige stem van sopraan Claron McFadden.

Vier dansers geven gestalte aan de veranderlijke temperamenten van de wind, in een choreografie van Karine Ponties. Installatiekunstenaar Lawrence Malstaf werkt intussen aan een 'ruimte in beweging'. Zo worden de sporen die de dansers achterlaten op hun materiële omgeving, voortdurend herordend, ontregeld en uitgewist.

Tijd en plaats van het gebeuren :

BOREAS ( Karine Ponties / Dominique Pauwels / Lawrence Malstaf )
Woensdag 19 en donderdag 20 december om 20.30 u
Kaaitheater
Sainctelettesquare 20
1000 Brussel

Meer info : www.kaaitheater.be, www.lod.be en www.damedepic.be

Dominique Pauwels op www.lod.be en www.matrix-new-music.be

Elders op Oorgetuige :
Boreas : over onzichtbare krachten en hun zichtbare sporen, 1/10/2007
Van wind, fysica en essentie. Een gesprek met Lawrence Malstaf, 30/09/2007
Boreas/Noorderwind. Gezongen gedichten : de eerste liedcyclus, 30/09/2007

12:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Bruisend nieuwjaarsconcert met piepjonge componisten

Jong Nederlands Blazers Ensemble Ben je het recept van de klassieke nieuwjaarsconcerten beu? Probeer dan eens de ingrediënten van het Nederlands Blazers Ensemble (NBE). Dat inventieve gezelschap presenteert dinsdag een feestelijk programma met muziek uit alle windstreken, nieuwe noten uit de regio en veel jonge mensen op het podium.

Speciale gasten zijn zes Vlaamse piepjonge componisten. Zij zijn de winnaars van de compositiewedstrijd 'Op weg naar het Nieuwjaarsconcert 2008'. NBE organiseert deze wedstrijd voor kinderen tot achttien jaar samen met de Vara. Tijdens een workshop met componist Wim Henderickx bewerkten de jonge schrijvers hun composities om ze vervolgens samen met het Nederlands Blazers Ensemble uit te voeren tijdens dit concert. Aan het eind van de avond worden twee componisten gekozen die mee mogen naar de finale.

De zes jonge Vlaamse componisten :
  • Annemiek de Bruin (14), 'Falling stars' (NL)
  • Ruben Burvenich (17), 'Enchanted dreams'
  • Joris van der Herten (16), 'Aurora Australis'
  • Korneel Bernolet (18), 'Wijl de wolven waken'
  • Erik DeSimpelaere (17), 'Melopee'
  • Lieselotte Crols (14), 'Son rêve'
Tijd en plaats van het gebeuren :

Nederlands Blazersensemble : Familieconcert Jonge Componisten
Dinsdag 18 december 2007 om 20.00 u

deSingel - Blauwe zaal
Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info : www.desingel.be, www.jeugdenmuziek.be en www.jongnbe.nl

Alle inzendingen voor 'Op weg naar het Nieuwjaarsconcert' zijn te beluisteren op www.jongnbe.nl. Je vindt er ook alle informatie over de wedstrijd.

Elders op Oorgetuige :
Op weg naar het Nieuwjaarsconcert 2008, 19/10/2007

07:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook