27-01-12
Emanon Ensemble brengt werk van Brahms, Nino Rota en Frank Nuyts in Scherpenheuvel en Heist-op-den-Berg
Emanon groepeert zestien jonge en talentrijke musici. Het ensemble heeft een neus voor nieuwe Vlaamse composities én staat borg voor een sterke groepsvertolking. Emanon scoort bijzonder sterk in multidisciplinaire projecten: hedendaagse muziek in combinatie met dans, muziektheater, beeldende kunst en literatuur. Ook in de puur muzikale concerten gaat Emanon steeds op zoek naar een boeiende spanning tussen hedendaagse Vlaamse muziek en de hoogtepunten uit de internationale kamermuziekliteratuur.De basis van dit succes ligt uiteraard bij de uitstekende musici: zij staan borg voor een sterke groepsvertolking en dit onder de gedreven muzikale leiding van Raf De Keninck.
Het trio (klarinet, cello, piano) is stilaan een vast gegeven binnen het ensemble Emanon. Na het succesvolle programma 'Lerchenmusik' brengen zij een programma om U tegen te zeggen met het gekende trio van Johannes Brahms, een nieuwe pianosonate van Frank Nuyts (foto) opgedragen aan Emanon en het trio 'Bajadillas' van dezelfde componist. Het geheel zal worden vooraf gegaan door het steeds charmante trio van Nino Rota.
Frank Nuyts (1957) is docent compositie en orkestratie aan het conservatorium van Gent. Hij studeerde slagwerk en kamermuziek aan het Gentse conservatorium, later compositie en analyse van 20e-eeuwse muziek bij Lucien Goethals. De vroege werken van Nuyts zijn gecomponeerd in een postserieel idioom. Door zijn interesse voor niet-klassieke muziek en door zijn vriendschap met de componist Boudewijn Buckinx slaat hij in '86 een nieuwe weg in en zo wordt hij samen met Buckinx één van de belangrijkste vertegenwoordigers van postmodernisme in Vlaanderen. Om een geëigende accurate uitvoering van zijn werken te garanderen richt hij in '89 de groep Hardscore op. Met Hardscore wil hij een brug slaan tussen meer commerciële muziek en hedendaagse muziek. Zijn werk wordt regelmatig uitgevoerd in binnen- en buitenland. De componist won verschillende prijzen, waaronder in 1995 de vijfjaarlijkse cultuurprijs van de stad Gent. Hij werkte onder meer voor deFilharmonie, het Spectra Ensemble en Ensemble Leporello.
Tijd en plaats van het gebeuren :
Emanon : Rota, Nuyts, Brahms
Zondag 29 januari 2012 om 11.00 u
CC Den Egger - Scherpenheuvel
August Nihoulstraat 13-15
Scherpenheuvel-Zichem
Meer info : www.denegger.be en www.emanon.be
-----------------------------
Zondag 19 februari 2012 om 15.00 u
CC Zwaneberg - Heist-o/d-Berg
Heist-op-den-Berg Bergstraat z/n
2220 Heist-op-den-Berg
Meer info : www.zwaneberg.be en www.emanon.be
Extra :
Frank Nuyts : www.franknuyts.com, www.hardscore.be, www.matrix-new-music.be en youtube
The Times they are a-changin’ : HERMESensemble gaat aan de slag met partituren van aanstormend talent
Voor de derde keer gaan AMUZ, HERMESensemble en De Veerman op zoek naar een antwoord op de vraag: hoe klinkt de toekomst? Componisten Bram Van Camp en Hanne Deneire zetten als coach opnieuw hun schouders onder dit initiatief waarbij jongeren tussen 12 en 20 jaar worden uitgenodigd om hun composities voor ensemble in te zenden. De meest interessante werken uit elke leeftijdscategorie worden tijdens een heus concert uitgevoerd door de professionele musici van het HERMESensemble. Dat zo'n oefening tot schitterende resultaten kan leiden, werd reeds bewezen tijdens de vorige edities van The Times They Are a Changin' in 2008 en 2010. Het slotconcert vindt plaats op zondag 29 januari 2012. Tijd en plaats van het gebeuren :
HERMESensemble : The Times they are a-changin'
Zondag 29 januari 2012 om 15.00 u
AMUZ - Antwerpen
Kammenstraat 81
2000 Antwerpen
Meer info : www.amuz.be en www.hermesensemble.be
26-01-12
Israëlisch-Belgische ensemble Nikel brengt werk van Hugues Dufourt en Philippe Hurel in Meigem en Brugge
Het Israëlisch-Belgische ensemble Nikel legt zich sinds 2006 toe op hedendaagse muziek met een rafelrand. Hun eigenzinnige instrumentarium (naast piano en percussie ook elektrische gitaar, bas en sax) levert een ongehoord klankenpalet op. De confrontatie met de muziek van Hugues Dufourt en Philippe Hurel (foto), twee 'spectralisten', belooft dan ook vonken te geven. Het Franse spectralisme zette eind jaren 1970 het klankenspectrum opnieuw op de muzikale agenda. Newton was de eerste die het licht brak door een prisma (hij vermoedde een mystieke band tussen de zeven kleuren en de toonladder). Computeranalyse staat de spectralisten intussen toe om het geluid te 'breken'. In de voetsporen van de impressionisten creëren Dufourt en Hurel een geestesverruimende synesthetische ervaring die resoneert tot diep in de hersenschors. De term spectralisme (of eigenlijk musique spectrale) werd voor het eerst gebruikt door de Franse componist Hugues Dufourt in een artikel uit 1979. Samen met Gérard Grisey en Tristan Murail vormt hij de kern van een groep Franse componisten die in de loop van de jaren 1970 een nieuwe compositiemethode ontwikkelden, gebaseerd op de akoestische eigenschappen van klank. Die bijzondere aandacht voor klank en klankkleur vonden we eerder al terug bij de muziek van Claude Debussy. Debussy verlaat vaak de traditionele toonsystemen om met behulp van exotische of zelfs nieuwe toonladders een harmonische wereld te creëren die voorheen ondenkbaar was. Het dwingende kader van de tonaliteit was al langer verdwenen; dat was al het geval in de muziek van Richard Wagner of Gustav Mahler. Deze laatste twee componisten zochten niet alleen de grenzen van de tonaliteit op, maar ze overschreden die ook geregeld. Bij Debussy gaat het echter niet meer om het uitbreiden of 'verwijden' van de tonaliteit, maar staat de zoektocht naar klankkleuren op zich centraal. Die fascinatie voor de klank werd in de tweede helft van de 20e eeuw bij een aantal componisten dermate groot, dat de klank en haar eigenschappen hét vertrekpunt werden voor een heel muzikaal compositiesysteem. Daarbij komt dat de toenmalige technologie het mogelijk maakte om klanken met behulp van computers te ontleden of samen te stellen. Hoewel het inzicht in de geluidsleer al vroeger bestond, zorgde de computer ervoor dat componisten uit de eigenschappen van één klank voldoende materiaal konden afleiden om een volledige compositie op te bouwen.
Hugues Dufourt wordt weleens de 'theoreticus van het spectralisme' genoemd. In relatie met zijn eigen werk beschreef hij heel precies welke de belangrijke eigenschappen zijn van de spectrale muziek. Zo moet elke compositie een 'synthetisch geheel' vormen, waarbij een grote samenhang is tussen de grote vorm en de kleinere onderdelen van een werk. Bij het opbouwen van een compositie wordt van in het begin sterk rekening gehouden met het verloop van de muziek in de tijd. Ook wil Dufourt een vernieuwing realiseren binnen de traditionele instrumentale praktijk van strijkers en blazers. De meeste van deze eigenschappen zijn terug te vinden in de werken die tijdens dit concert op het programma staan.
In 'La Cité des Saules' (1997) maakt Dufourt gebruik van een elektrische gitaar met tal van geluidseffecten. De aandacht voor klank en klankontwikkeling blijkt al uit de aanduiding 'pour guitare électrique et transformation du son'. De klankmodificaties zijn dus even belangrijk als het instrument op zich. Van de zeven pagina's partituur zijn er dan ook drie pagina's tekstuele uitleg over hoe bepaalde klanken gerealiseerd moeten worden. De muzikale actie wordt voor een groot deel bepaald door de transformatie van relatief lang aangehouden samenklanken. Dat ene concept geeft het werk een grote samenhang - een 'synthetisch geheel' - waarbij elk element bijdraagt aan de dramaturgische lijn. Een gelijkaardige inperking van het materiaal vinden we terug in 'Rastlose Liebe' (2000), Dufourts benadering van het gelijknamige lied van Franz Schubert op tekst van Goethe. Dufourt behoudt enkel de piano als instrument en legt de nadruk op het rusteloze van de compositie. Hoewel de muzikale referentie aan Schubert afwezig of op zijn minst sterk versluierd is, verklankt Dufourt wel de achterliggende gevoelswereld van het lied. Hij realiseert een soort perpetuum mobile met verschillende snelheden, af en toe onderbroken door rustpunten. Ook in 'L'Île sonnante' (1990) is er een grote eenheid, zij het dan vooral op het vlak van de gebruikte klanken. De titel is ontleend aan het vijfde en laatste deel uit 'Des faicts et dicts héroiques du bon Pantagruel' van François Rabelais. Geïnspireerd op de beschrijvingen van allerlei klokkengeluiden, dichtbij en veraf, beperkt Dufourt het slagwerk tot gongs, cymbalen en andere metalen resonantievoorwerpen. Er is weinig muzikale actie en de dramatiek wordt vooral bereikt door de voortdurend in beweging zijnde klank.
Philippe Hurel is twaalf jaar jonger dan Dufourt, maar hij wordt bij dezelfde groep van spectrale componisten gerekend. Bij hem ligt de klemtoon iets minder op de klankontwikkeling zelf, maar eerder op de dynamische ontwikkeling van het muzikale materiaal. Een uitstekend voorbeeld hiervan is 'Loops II' (2001) voor vibrafoon. Een korte, herkenbare cel wordt een aantal keer herhaald aan het begin van de compositie, maar al vanaf de eerste herhaling treden er variaties op. Dit procedé wordt doorheen het hele werk gevolgd. Hierdoor blijft eenzelfde harmonie gedurende langere tijd aanwezig, tot de cel zodanig getransformeerd is dat er een andere harmonie gesuggereerd wordt. Het hele proces is zo opgevat dat het basisritme automatisch opnieuw gegenereerd wordt.
In 'Tombeau - in memoriam Gérard Grisey' (1999) brengt Hurel hulde aan een van de belangrijkste spectrale componisten. De directe inspiratie is 'Vortex Temporum' (1994- 6) van Gérard Grisey, meerbepaald de lange pianosolo die in de loop van het stuk voorkomt. Net zoals dit werk is ook' Tombeau' een enorm energieke compositie. De piano en vibrafoon vormen een onscheidbare eenheid. Op veel momenten spelen ze homoritmisch, soms vullen ze elkaar aan. Op het vlak van klank en harmonie fungeert de vibrafoon dan weer eerder als stoorzender. De harmonische verstoring die in Vortex Temporum wordt bereikt door het verstemmen van vier pianosnaren, wordt hier gerealiseerd door de slagwerkpartij.
De recentste compositie op het programma, 'Localized corrosion' (2009) van Hurel is geschreven voor en opgedragen aan het Ensemble Nikel. Het werk verbindt de uitgebreide klankexploratie die doorheen het hele programma terugkomt met een ongebreidelde jeugdige dynamiek. Ondanks de bezetting van slechts vier muzikanten (piano, slagwerk, elektrische gitaar en altsaxofoon), laat Hurel vaak een muur van klank op het publiek afkomen. Ook hier ziet en hoort de toeschouwer dat de samenhang tussen de verschillende instrumenten erg belangrijk is. Op muzikaal vlak uit zich dat het duidelijkst op de momenten waar piano en slagwerk gelijktijdige inzetten hebben, maar er zijn ook veel subtielere verankeringen tussen de leden van het ensemble.
In spectrale muziek vinden we heel verschillende uitingen van eenzelfde basisidee. Sommige composities focussen volledig op de subtiele exploratie van klanken en kleuren, terwijl andere werken bestaan uit een wervelstorm aan steeds veranderende melodische en ritmische structuren. De meest opvallende constante in dit programma is de enorme coherentie en conceptuele helderheid van elk werk.
Programma :
- Hugues Dufourt (1943), La Cité des saules - Rastlose Liebe - L'Ile sonnante
- Philippe Hurel (1955), Tombeau in memoriam Gérard Grisey - Loops II - Localized Corrosion
Tijd en plaats van het gebeuren :
Ensemble Nikel : Hugues Dufourt, Philippe Hurel
Zaterdag 28 januari 2012 om 20.00 u
Galerie D'Apostrof - Meigem
Pastoriestraat 59
9800 Meigem - Deinze
Meer info : www.dapostrof.be en www.ensemblenikel.com
----------------------------
Zondag 29 januari 2012 om 15.00 u (Inleiding door Klaas Coulembier om 14.15 u )
Concertgebouw Brugge
't Zand 34
8000 Brugge
Meer info : www.concertgebouw.be en www.ensemblenikel.com
Bron: tekst Klaas Coulembier voor het Concertgebouw
Extra :
Hugues Dufourt op brahms.ircam.fr, www.henry-lemoine.com, www.arsmusica.be en youtube
Philippe Hurel : brahms.ircam.fr, www.philippe-hurel.fr en youtube
Signum Quartett brengt Haydn, Widmann en Schubert in Sint-Truiden
Van bij hun start wordt het Signum Quartett geroemd om hun expressie, levendigheid en toewijding. Het kwartet geniet de reputatie één van de meest interessante ensembles te zijn van hun generatie. Intensieve studieperiodes met zowel de Alban Berg, Artemis en Melos kwartetten als masterclasses met György Kurtág, Tabea Zimmermann, Walter Levin en Jörg Widmann hebben de artistieke ontwikkeling van het ensemble beïnvloed. In Sint-Truiden brengt het kwartet werk van Haydn, Widmann en Schubert.Het Signum Quartett is laureaat van het Deutscher Musikwettbewerb en van de internationale competities Premio Paolo Borciani (Italië), het ICMC Hamburg en het London International String Quartet Competition, waar ze de begeerde publieksprijs toegekend kregen. Het kwartet speelt op belangrijke plaatsen zoals de Laieszhalle te Hamburg, de Philharmonie Essen, de Kölner Philharmonie, op het Festival Aix-en-Provence en op het Rheingau-Musikfestival. In samenwerking met het Goethe Institute heeft het kwartet uitgebreide concerttournees ondernomen in onder andere Mexico en Zuidoost Azië. In de zomer van 2009 werd de groep geselecteerd door het Schleswig-Holstein Music Festival om als kwartet deel te nemen aan een publieke masterclass met Alfred Brendel. Concerten van deze vier musici zijn zowel nationaal als internationaal uitgezonden geweest door onder meer WDR, NDR, SWR, Deutschlandfunk, DRS, ORF, BBC en Arte. Sinds het begin van seizoen 2009-2010 wordt het kwartet bijgestaan door het stART Programme van Bayer Kultur. Het debuutalbum van het ensemble bevat de eerste opname van Jörg Widmann's eerste strijkkwartet. De componist beschouwt het als de beste uitvoering van zijn werk. Sinds 2009 neemt het Signum Quartett op voor het label Capriccio.
De romantische sfeer van dit concert wordt even doorbroken met het Tweede Strijkkwartet van Jörg Widmann (foto). De composities van deze hedendaagse componist vallen op door virtuositeit en betoverende klankrijkdom. Je wordt zonder twijfel overdonderd door de intense en prachtige klankwereld van de muziek én door de meeslepende muzikale dialoog tussen de musici.
Jörg Widmann (1973) is een van de fascinerendste componisten én klarinettisten van onze tijd. Hij volgde klarinet aan de Hochschule für Musik in München bij Gerd Starke en later bij Charles Neidisch aan de Juilliard School in New York. Als klarinettist won hij verscheidene prestigieuze wedstrijden. Widmann trad op met de grote internationale orkesten. Widmann was ook 'artist in residence' bij het Deutsche Sinfonieorchester Berlin, Heidelberger Frühling, bij het festival Spannungen en de Salzburger Festspiele. In oktober 2001 volgde hij Dieter Klöcker op als professor klarinet aan de Staatliche Hochschule für Musik in Freiburg.
Heel jong, op elfjarige leeftijd, begon Widmann compositie te studeren bij Kay Westermann. Daarna ging hij in de leer bij Hans Werner Henze, Wilfried Hiller en Wolfgang Rihm. Jörg Widmann ontving de afgelopen jaren tal van prijzen voor zijn composities, waaronder de prestigieuze Prijs van de Ernst von Siemens Stichting en de Ehrenpreis der Münchner Opern-Festspiele. Widmann componeerde tot nog toe vijf strijkkwartetten. Het Tweede strijkkwartet dateert uit 2003.
Programma :
- Joseph Haydn, Strijkkwartet in C, op. 33 nr. 3
- Jörg Widmann, Strijkkwartet nr. 2, Choralquartett
- Franz Schubert, Strijkkwartet nr. 14 in d, D 890, Der Tod und das Mädchen
Tijd en plaats van het ge beuren :
Signum Quartett : Haydn, Widmann, Schubert
Zaterdag 28 januari 2012 om 20.15 u
Academiezaal - Sint-Truiden
Plankstraat 18
3800 Sint-Truiden
Meer info : www.debogaard.be en www.signum-quartett.de
Extra :
Jörg Widmann : www.joergwidmann.com, www.schott-music.com en www.youtube.com
25-01-12
deFilharmonie brengt Britten, Harvey en Debussy hertaald door Brewaeys in Antwerpen en Brugge
Claude Debussy was dé muzikale exponent van het impressionisme en de daarbij horende interesse voor klankkleuren. Luc Brewaeys hercomponeerde diens Préludes voor orkest en gaf het 'impressionistische' kleurenpalet daarbij zo mogelijk nog extra glans en diepte. Dankzij zijn ervaring met symfonische bezettingen en zijn typisch spectralistische aandacht voor timbres, klinken deze Préludes alsof ze nooit voor een andere bezetting geschreven werden. De focus op klank lijkt de tijd soms stil te zetten. Jonathan Harvey's boeddhistisch geïnspireerde 'Body Mandala' heeft een gelijkaardig effect. Het rituele karakter van deze donkere muziek laat niemand onbewogen. Benjamin Britten zorgt dan weer voor verlichting met zijn 'Symfonie voor cello en orkest' waarin dreigende duisternis overgaat in briljante lichtheid.Dirigent Otto Tausk en cellist Alban Gerhardt ontpopten zich in het afgelopen decennium tot spraakmakende namen in het klassieke muziekbestel. Brittens 'Cellosymfonie' uit 1963 is het resultaat van de vriendschap tussen de Engelse componist en de vermaarde cellist Mstislav Rostropovitsj. In de partituur verkent Britten het schemergebied tussen symfonie en soloconcerto. In de vier delen verknoopt Britten de sololijnen van de cello onlosmakelijk met het kleurrijke borduurwerk van het orkest.
'Body Mandala' (2009) van Jonathan Harvey (foto) is eveneens van Britse makelij. Harvey's toontaal kenmerkt zich door een spirituele zoektocht naar de elementaire deeltjes van klank. Computergestuurde klankontledingen en boventoonanalyses gaan een onaards verbond aan met boeddhistische inzichten en oosterse filosofie.
Een selectie uit Debussy's 'Préludes' voor piano hoor je in een bewerking van componist Luc Brewaeys die het zwart-wit van de pianotoetsen meesterlijk inkleurt met rijke orkestschakeringen.
Claude Debussy/LucBrewaeys : Préludes
Het is geen toeval dat twee uitgesproken spectralisten in het eerste deel van dit concert de boventoon voeren. Het spectralisrne is het levenswerk van de jammerlijk genoeg veel te vroeg overleden Fransman Gérard Grisey: onder het spectrale verstaan we onder meer een diepgaande timbre-analyse van de boventonen of harmonieken. Is Jonathan Harvey misschien de meest uitgesproken maar ook eigenzinnige adept van deze strekking in de hedendaagse muziek, dan kan van Luc Brewaeys op een andere manier net hetzelfde beweerd worden, want hij heeft in zijn machtige symfonische fresco's steeds de spectrale sleutel gebruikt om zijn virulente klankmassa's transparant te laten klinken.
Het hoeft dan ook geen verwondering te wekken dat zo'n componist zich uitermate aangetrokken voelt tot de rijke klankwereld van Claude Debussy. Niet dat je deze laatste ervan kan beschuldigen tot de spectralisten te behoren - daarvoor waren de technische mogelijkheden in die tijd te beperkt - maar zeker wel tot die generatie van klankkunstenaars bij wie timbre en klank onafscheidelijk verbonden waren met de meer klassiekere parameters als melodie, harmonie of ritme. Claude Debussy's Préludes behoorden al heel vroeg tot Brewaeys' verplichte pianistieke vingeroefeningen en op de uitnodiging om deze allemaal te gaan orkestreren, ging hij dan ook gretig in.
Claude Debussy schreef zijn Préludes voor piano tussen 1909 en 1912: het zijn er 24. netjes opgedeeld in 2 boeken. Illustere componisten hebben in de muziekgeschiedenis preludes geschren, denk maar aan Bach, Chopin, Rachmaninov of Sjostakovitsj. Sommigen onder hen hielden zich strikt aan de definitie van een muzikaal voorspel, steeds vrij kort en improvisatorisch zonder een echt vastliggende vorm. Vooral Chopin legde de grondvorm vast met zijn cyclus van 24 preludes die elk één van de bestaande toonsoorten kregen toegewezen en daardoor een echte eenheid vormden. Zover ging Debussy niet het is trouwens nooit een conditio sine qua non geweest om de 24 stukken allemaal op één recital te brengen (hoewel het regelmatig gebeurt). Wellicht is er een meer pragmatische reden: de beide boeken duren ongeveer 35 tot 40 minuten en vormen in dat opzicht elk een perfecte lengte voor één concertdeel.
Soms wordt deze muziek wel eens als programmamuziek betiteld: niks is minder waar! Debussy zelf gaf misschien een beetje aanleiding tot de verwarring door elke prelude een titel te geven die weliswaar aan het einde van elk stuk staat en daardoor elke uitvoerder de kans geeft om met een fris en onbevlekt gemoed de prelude aan te vangen zonder al in het keurslijf geduwd te worden van de beschrijvende titeL De titels zijn trouwens suggestief en creëren meer een sfeer of beschrijving dan concrete informatie vrij te geven over hoe het betreffende stuk eventueel zou moeten geïnterpreteerd worden. De 24 preludes van Debussy zijn een ware schatkamer van emotionele parels. variërend tussen wild onstuimig (‘Feux d’artifice’) en rnysterieus (‘Brouillard’) of breed en kalm (‘La cathédrale engloutie’) tegenover tumultueus (‘Ce qu’a vu le vent d’ouest’).
Ettelijke componisten (Colin Matthews, Hans Henkemans, Seen Osborn, Niels Rosing-Schow...) gingen Luc Brewaeys reeds voor in de orkestraties van de preludes van Debussy maar zijn aanpak resulteerde zeker in één van de meest inventieve die ook een blijvende invloed uitoefende op zijn eigen werk. Brewaeys zelf schrijft hierover: "Ik heb heel wat ervaring in het schrijven voor orkest, maar toch heb ik voor mijn toekomstige werken uitermate veel geleerd door te werken aan, beter nog: door te leven met deze Préludes en dat gedurende een lange en bijzonder intensieve periode."
Jonathan Harvey : Body Mandala
Jonathan Harvey is één van de weinige hedendaagse componisten wiens oeuvre nu reeds gebeiteld staat in het pantheon van de twintigste en eenentwintigste eeuw. Als koorknaap in het St-Michaels College in Tenbury onderging hij de invloed van de Engelse koortraditie maar evengoed bleef hij zijn ganse leven een adept van Karlheinz Stockhausen en diens serialisme. Harvey zou echter ook een zware fan worden van het Ircam te Parijs waar hij de elektronische basis legde van heel veel partituren die in zoveel van zijn composities de elementaire basis vormen. Wellicht het allerbelangrijkste in 's mans leven en oeuvre is de invloed die hij onderging van het boeddhisme: Harvey benadrukt de spirituele verlichting die alle schijnbare tegenstellingen overstijgt: het gaat hierbij over de tegenstelling tussen subject en object. Het denkende ik. het subject, wordt onderscheiden van het niet-ik ofwel het object. Dit object is een voorwerp, ding, zaak, entiteit of wezen, en kan van rnateriele of onstoffelijke aard zijn. Volgens Harvey wordt de tegenstelling tussen dat subject en object opgeheven zodra men tot het inzicht komt dat beide uitersten eenzelfde kosmische oorsprong hebben: dit inzicht is wat voor de meeste boeddhisten het hoogst bereikbare ideaal is en dat we kennen onder de gemeenzame naam: het Nirvana. Bovendien: en nu keren we terug naar de muziek, worden in de door Harvey beleden Mahayana-variant de concepten tijd, ruimte en kennis gerelativeerd. Met andere woorden: de componist in Harvey's opvatting is een medium tussen de tijdloze wijsheid van de allesomvattende kosmos en de wereld zoals wij die klinkend waarnemen.
Tussen 2005 en 2007 was hij componist in residence bij het BBC Scottish Symphony Orchestra en kreeg hij de kans om 3 werken te componeren voor dit orkest en hun charismatische dirigent llan Volkov. Deze drie composities zijn met elkaar verbonden door een verschillende benadenng van het boeddhistisch begrip 'zuivering'
'... towards a Pure Land', het derde werk uit de reeks (hoewel eerst gecomponeerd) beschrijft de zuivering van de geest terwijl het eerste werk ' Speakings' op een verbluffende elektronische manier de zuivering van het woord weergeeft. 'Body Mandala', het werk dat je tijdens dit concert te horen krijgt, heeft het dan logischerwijze over de zuivering van het lichaam. Waar een Mandala traditioneel in het boeddhisme een plan of een geometrisch patroon is dat metafysisch of symbolisch de kosmos uitbeeldt, bedoelt Harvey hier een echte 'plek' waar de zuivering plaatsvindt. Een verklarende nota vinden we bovenaan de partituur van het werk "...reside in the mandala, the celestial mansion, which is the nature of the purified gross body."
Harvey bezocht tijdens het componeren verschillende Tibetaanse kloosters in het Noorden van Indië en de weerslag daarvan is duidelijk te horen in 'Body Mandela': het lijkt bij wijlen op een ritueel. Zo zijn er quasi-imitaties (door het laag koper) van de typische Tibetaanse hoorns, hobo's in pregnante vierklanken of slagwerk (de enige niet-westerse instrumenten in het orkest die Harvey aanwendt) waar met Tibetaanse klokken en cimbalen de boeddhistische religieuze ceremonies worden weergegeven. Bizar genoeg contrasteert Harvey dit semi-religieus geweld met elementen uit de jazz door aan verschillende instrumenten (trompet, klarinet..) jazz geïnspireerde soli te geven. Dat alles samen met een koortsachtig ritme maakt dit werk tot een van de spectaculaire buitenbeentjes en terzelfdertijd een instant-klassieker in het oeuvre van de Engelse grootmeester.
Benjamin Britten : Symfonie voor cello en orkest, opus 68
Voor een componist die een zo markante stempel drukte op de muziek van de twintigste eeuw in het algemeen en de Britse muziek in het bijzonper, die zoveel grote muzikale persoonlijkheden beïnvloedde en meer nog tot zijn vriendenknng mocht rekenen, blijft het bevreemdend te moeten constateren dat het gros van zijn composities nog steeds niet tot de canon van de westerse muziektraditie behoren. Niet in het minst geldt dit voor zijn Cellosymfonie uit 1963, een werk dat zelfs op het vasteland eerder spaarzaam geprogrammeerd wordt. Benjamin Britten had nochtans heel wat ervaring met het instrument cello: hij was de geprefereerde miuziekpartner van een ander icoon van de voorbije eeuw, de Russische cellist Mstislav Rostropovitsj en het was dan ook geen toeval dat Britten zijn Cellosonate en drie solosuites opdroeg aan zijn goeie vriend. Dat de Cellosymfonie buitengewoon virtuoze eisen stelde aan de solist was natuurlijk een kolfje naar de hand van de exuberante 'Slava'.
Zonder te willen overinterpreteren dienen we te wijzen op een groot verwantschap met het grootse 'War Requiem' dat één jaar daarvoor geschreven werd en in iets mindere mate ook aan de 'Sinfonia da Requiem', niet voor niks hoekstenen uit Brittens repertorium. Britten schreef bv. zijn solistenrollen in zijn requiem voor Galina Vishnevskaja (de echtgenote van Rostropovitsj), Dietrich Fischer-Diskau en Peter Pears. Hun nationaliteiten (prominente opposanten in de tweede wereldoorlog!) en artistieke samenwerking lieten hem toe als overtuigd pacifist een statement te maken naar een wereld die naar vrede snakte. In analogie met het 'War Requiem' kreeg ook zijn Cellosymfonie aan het einde een muzikaal visioen van vrede.
Dat Britten een Cellosymfonie schreef en het bewust niet als een concerto behandelde, dient benadrukt te worden. Britten opteerde voor een solist die zonder twijfel de hoofdrol vertolkt in dit opus maar wel moet optornen tegen een behoorlijk ruim orkest dat thematisch gezien een even eseentiele bijdrage levert aan de compositie.
De Cellosymfonie is een ruim bemeten werk (35 tot 40 minuten), netjes opgedeeld in een viertal delen die, zoals reeds eerder aangegeven, evolueren van donker naar licht. Het eerste en zeer duistere deel is nog in klassieke sonatevorrn geconcipieerd maar het scherzo is dan weer van een quasi klassieke lichtvoetigheid.
Na een innig Adagio, gevolgd door een briljante cadens volgt dan al even onverwacht een Passacaglia waarbij de trompetsolo het voornaamste thema uit het Adagio herneemt op zijn beurt gevolgd door 6 variaties op de baslijn waarna Britten het volledige orkest doet galmen met een briljante en positief klinkende coda.
Tijd en plaats van het gebeuren :
deFilharmonie & Alban Gerhardt : Debussy/Brewaeys, Harvey, Britten
Vrijdag 27 januari 2012 om 20.00 u ( inleiding Piet Van Bockstal om 19.15 u)
deSingel - Antwerpen
Desguinlei 25
2018 Antwerpen
Meer info : www.desingel.be en www.defilharmonie.be
------------------------
Zaterdag 28 januari 2012 om 20.00 u ( inleiding Klaas Coulembier om 19.15 u)
Concertgebouw Brugge
't Zand 34
8000 Brugge
Meer info : www.concertgebouw.be en www.defilharmonie.be
Bron : tekst Piet Van Bockstal voor deSingel, januari 2012
Extra :
Luc Brewaeys : www.lucbrewaeys.com, www.matrix-new-music.be en youtube
Jonathan Harvey : www.vivosvoco.com, www.chesternovello.com en youtube
Benjamin Britten op en.wikipedia.org, www.brittenpears.org, www.boosey.com en youtube
Benjamin Britten (1913 - 1976): Persoonlijkheid onder invloeden op www.musicalifeiten.nl
24-01-12
Gratis concert Anthea Caddy en Tomoko Sauvage bij Q-O2
Voor de Week van de Klank stelt Q-O2 haar werking voor met 2 gratisperformances. Celliste en geluidskunstenaar Anthea Caddy (AUS) focust vanuit haar interesse voor de relatie tussen ruimte, opgenomen klank en instrumentale performances op de fysieke nuances van akoestische en geluidsversterkte ruimtes. Door haar heel eigen techniek creëert ze een unieke klankervaring zodat de luisteraar wordt ondergedompeld in de klank van haar instrument. Zo kan de afstand tussen het publiek en de performer verdwijnen en de fysieke en sonische dimensie van de ruimte en het instrument centraal komen te staan. Tomoko Sauvage (JP) zal haar project 'A Raunbow in Curved Water' komen voorstellen, een intiem concert dat onderzoek voert naar traagheid, ruimtelijkheid en voorzichtig luisteren. Haar door haarzelf ontwikkeld instrument bestaat uit 'zingende kommen' (porseleinen kommen, water en onderwatermicrofoons), klankmateriaal zijn water, stoom en en waterdruppels, waar in deze performance nog door natuurlijke feedback gegenereerde drones aan toegevoegd worden.
Tijd en plaats van het gebeuren :
Week van de Klank : Anthea Caddy / Tomoko Sauvage
Donderdag 26 januari 2012 om 30.30 u
Q-O2 Werkplaats - Brussel
Koolmijnenkaai 30-34
1080 Brussel
Gratis toegang maar best om je plaatsen te reserveren op voorhand via info@q-o2.be
Meer info : www.q-o2.be en lasemaineduson.be
Extra :
Anthea Caddy op soundcloud.com
Tomoko Sauvage : o-o-o-o.org en youtube
Elders op Oorgetuige :
Tweede Week van de Klank scherpt je gehoor in Brussel, 22/01/2012
23-01-12
Prometheus geketend : Jan Michiels & Tetra Lyre brengen Beethoven, Schönberg en Vanhecke in het Concertgebouw Brugge
Zeus straft prometheus voor het stelen van de goddelijke vlam door hem vast te kluisteren aan de berg Kaukasus waar een adelaar tot in de eeuwigheid stukjes uit zijn lever pikt. In dit concert van Jan Michiels en Tetra Lyre staat Beethoven centraal, met zijn radicale derde symfonie, in een door Beethoven geautoriseerd arrangement voor pianokwartet. De 'Eroica' was oorspronkelijk opgedragen aan Napoleon Bonaparte. Beethoven beschouwde de militaire leider als de architect van een nieuwe era na het ancien régime - een pril politiek-maatschappelijk vuur gedragen door de 19e-eeuwse Prometheus. Beethovens impact als prometheïsche vernieuwer van de muziek kan moeilijk overschat worden en dat geldt eveneens voor Arnold Schönberg. Ook hij verwijst in 1942 naar Napoleon, maar dan vanuit een compleet ander perspectief: hij stelt de positie van autoritaire leidersfiguren in vraag. In opdracht van Concertgebouw Brugge schreef Bart Vanhecke (foto) Un souffle de l’air que respirait le passé… (2011). De titel verwijst naar de eerste zin uit Prometeo. Tragedia dell' ascolto (1981-5) van Schönbergs schoonzoon Luigi Nono. De creatie van Vanhecke kan 'modernistisch' genoemd worden en is in die zin verwant aan de muziek van Beethoven en Schönberg. Hij is net als die illustere voorgangers een zoeker die zich niet tevreden stelt met herhaling, maar zich experimenterend beweegt in nieuwe mogelijkheden van expressie.
Bart Vanhecke (1964) begon muziek te spelen op achtjarige leeftijd. Hij volgde les in de muziekacademie van Tervuren en ging vervolgens naar het Koninklijk Conservatorium van Brussel, waar hij o.a. een eerste prijs fluit behaalde. Hij volgde lessen in de compositieklas van André Laporte in Brussel en bij Franco Donatoni aan de Accademia Musicale Chigiana in Siena. Bart Vanhecke is fluitleraar in de muziekacademies van Tervuren, Hoeilaart en Zaventem.
Programma :
- Ludwig van Beethoven (1770-1827), Symfonie nr. 3 in Es, opus 55 'Eroica' (arr. Ferdinand Ries)
- Arnold Schönberg (1874-1951), Kammersymphonie nr. 1, opus 9 (arr. Anton Webern) Ode to Napoleon Buonaparte, opus 41
- Bart Vanhecke (1964),…un souffl e de l’air que respirait le passé… (creatie in opdracht van Concertgebouw Brugge)
Tijd en plaats van het gebeuren :
Jan Michiels & Tetra Lyre : Beethoven, Schönberg, Vanhecke
Woensdag 25 januari 2012 om 20.00 u
Concertgebouw Brugge
't Zand 34
8000 Brugge
Meer info : www.concertgebouw.be
Extra :
Bart Vanhecke : www.matrix-new-music.be en youtube





